05 maart 2020

Ir. schat aantal snoepjes

Deze week was het bij ons op het bedrijf Founder's Day, de geboortedag van de grondlegger. Naar mijn idee een wat rare gewoonte, maar er wordt dan van alles georganiseerd om geld op te halen: loterijen, veilingen, work-shops, enz. De opbrengst is dan voor het KWF, dus dat is wel prima.
Op de afdeling stond naast de koffieautomaat een pot met snoepjes. Voor een luttel bedrag, te deponeren in het spaarvarken, kon je een schatting noteren van het aantal snoepjes. De prijs voor de beste schatting was natuurlijk die pot snoep.



Hoe schat je zoiets nu. Kamerlingh Onnes leerde ons (in zijn oratie De beteekenis van het quantitatief onderzoek in de natuurkunde): "Door meten tot weten". (Terzijde: dat is iets heel anders dan de altijd gehoorde variant "Meten is weten".) En op de (n.b!) Kamerlingh Onnes MULO in Den Haag leerde ik tijdens stereometrie dat voor een blok geldt: inhoud = lengte x breedte x hoogte.
Daar kon ik wat mee. Ik nam foto's van alle zijkanten van de pot.



Thuis heb ik voor elk van de vier zijden het aantal snoepjes tegen het glas geteld (zo gebeurd), en van elke zijde op drie hoogten het aantal snoepjes op een horizontale lijn (ook zo gebeurd). Dat zijn 16 getallen, en door het aantal snoepjes aan het glas te vermenigvuldigen met de aantallen op lijn van de zijvlakken krijg je een schatting van het aantal snoepjes in de pot. Dat zijn (tel maar na) 24 uitkomsten. In Excel is het een fluitje van een cent. Van die 24 getallen nam ik de middelste waarde (mediaan). 186 snoepjes.

Vanmiddag is met enige hilariteit het aantal snoepjes in de pot geteld, dat bleek 189 te zijn. Of het door mijn manische getel komt weet ik niet, maar die 186 van mij was wel de beste schatting.



De pot heeft even op mijn kamer gestaan, daarna heb ik hem geopend weer bij de koffieautomaat gezet. Dinsdag ben ik weer op werk. Ik denk dat ik ook nu wel weer redelijk goed kan schatten hoeveel er dan nog in zitten.