We maakten ook nog een trip(je) naar Albanië. Vanuit Macedonië is dan Lin het eerste dorp dat je tegenkomt. Er is maar een weg naartoe, en je moet langs dezelfde weg terug als je weer weg wilt. Tot vorig jaar reed er 1 x per dag een trein, die je in 6 uur naar het 120 km verder gelegen Tirana bracht. Nu is er alleen die weg.
Ik liep wat rond in het stille dorpsstraatje. Er waren een paar piepkleine winkeltjes, die verlaten leken. Tussen twee wat achteraf gelegen huizen was een erf, dat afliep naar het Meer van Ohrid. In de zon stond tegen een op de kant getrokken bootje een oude vrouw geleund, en een jongere vrouw was bezig graan uit te spreiden op een kleedje.
Het voordeel van veel Albaniërs is dat het niet uitmaakt of je Engels of Nederlands tegen ze spreekt, verstaan doen ze het niet. En ik versta geen Albanees. Dus ik sprak gewoon Nederlands en zij gewoon Albanees. Met handen en voeten stelden we ons aan elkaar voor. De vrouw heette Maria, ze is 78 jaar en ze heeft 5 dochters, een daarvan is de vrouw die met het graan bezig was. Ze wilde graag op de foto, en dronk een bekertje jus d'orange dat ik haar aanbood. Toen we alles gezegd hadden wat er te zeggen viel ging ik weer verder. Een hand schudden wilde ze niet, maar ze zwaaide me wel vrolijk uit.
Een geslaagd menselijk contact, om met J.J. Voskuil te spreken.