Alles waar hij om vroeg was rust. En indien hij die ergens zou kunnen vinden, dan was het aan het rimpelende bergmeer diep onder het oude slaperige stadje Ochrid, gelukkig nog niet door de toeristen ontdekt (...).
Dat schreef A. den Doolaard in 1939 in De bruiloft der zeven zigeuners over Ohrid (A. den Doolaard schrijft: Ochrid), een stadje in het zuiden van Macedonië. Inmiddels is het 2012 en is het stadje wél ontdekt door de toeristen. Ironisch genoeg zijn dat juist ook veel Nederlandse toeristen, die door de jaren heen het door Den Doolaard beschreven Balkan-landschap met eigen ogen wilden bekijken. Ook ik kwam er tijdens mijn vakantie, ook om te kijken of er nog wat van het door Den Doolaard beschreven stadje terug te vinden was.
De bruiloft speelt zich af in en rond Ohrid, A. den Doolaard beschrijft een aantal duidelijke herkenningspunten die nu nog aanwezig zijn.
Lopend vanaf het busstation richting haven kwam ik vanzelf op het oude marktplein, waar de hoofdpersoon Branko Turkse koffie dronk 'onder het wortelgewelf van een eeuwenoude metersdikke plataan'. Die plataan staat er nog steeds, en is inmiddels ongeveer 1100 jaar oud. Onder het wortelgewelf zitten nog steeds oude mannen en is een klein marktstalletje.
Branko leidt daarna een zekere professor Cigogne naar een oude kerk, Sveti Sofia, de Kerk van de Heilige Wijsheid.
Ten tijde van het schrijven van het boek was de kerk gesloten, na jaren in gebruik te zijn geweest als moskee en als paardenstal. De fresco's waren grotendeels bedekt met gips. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de fresco's vrij gemaakt en te bezichtigen. Helaas mocht in de kerk niet gefotografeerd worden, zodat ik de door Den Doolaard beschreven fresco's van Maria, Christus en Johannes de Doper niet kan laten zien. Google is your friend! A. den Doolaard was behalve schrijver ook journalist, hij wilde zijn lezers ook exotische gebruiken en dingen laten zien, vandaar zijn beschrijvingen van deze fresco's, in een Renaissance-achtige stijl geschilderd, zo'n twee eeuwen voor de Italiaanse Renaissance.
Nog even keek hij naar een brede band aan de westzijde van de kerk, waar boven de zuilenbogen van het zijportaal met baksteen in een laag kalk een Griekse inscriptie was aangebracht.
Een andere belangrijke scène speelt zich af bij 'het kerkje op de klip', waar Branko zijn geliefde Doesjka ontmoet. Dit 'kerkje op de klip' is Sveti Jovan, net buiten Ohrid. De beschrijving van A. den Doolaard is nog steeds zeer wel herkenbaar.
In de stille eenzaamheid tussen aarde en hemel was de kerk hier komen te staan als een symbool der goddelijke schepping en bestiering. Op deze zeldzame plek, waar aarde en water, zon en wind elkander op vredige wijze ontmoetten, gaven de oerelementen elkander de hand tot een geheimzinnige rondedans, waarvan de kerk het denkend en besturend middelpunt scheen (...).
Ik denk dat er sinds A. den Doolaard wat restauratie is gepleegd. Een door hem genoemd 'armoedig grauw houten deurtje' vond ik terug als metalen toegangshek.
Daarachter ligt nog steeds 'het vreemdste en vredigste kerkhof dat hij ooit gezien had.' Er zijn geen 'twee graven in de schaduw van vijf oude olijfbomen', maar nog slechts een.
Het 'brokkelige walletje' is nu een nieuw opgemetseld muurtje, en het open poortje met de houten vlonder, waarop Doesjka lag te lezen is al jaren verdwenen.
De atmosfeer rond het kerkje is nog dezelfde. Jammer dat het gesloten was, ik kon niet binnen kijken.
Maar:
Een prachtige plek om een atheïst te bekeren, dacht hij, of iemand, die aan het bestaan der ziel twijfelt!
Buiten Ohrid, vrijwel op de Albanese grens ligt een prachtig klooster uit de 10e eeuw, Sveti Naum. Branko leidt hier weer professor Cigogne rond, gaat met Doesjka zwemmen in het meer, en geniet van het uitzicht van de nieuwgebouwde toren, volgens Den Doolaard een bouwkundig monstrum. 'Sindsdien was er boven de middeleeuwse gebouwen uit een betonnen kolos gegroeid, die met zijn verbrede bovenbouw op een watertoren leek.'
Sveti Naum is een belangrijke toeristische attractie van Macedonië geworden, de toegangsweg is vol met souvenir- en eetkraampjes, en het is er erg druk. In het klooster zelf is het ook in 2012 heerlijk stil. De eeuwenoude kapel heeft werkelijk prachtig geschildere fresco's waar ik zeer van onder de indruk was. De betonnen toren was nergens te bekennen. Ik sprak een monnik aan, die mij vertelde dat deze in de jaren vijftiger jaren was afgebroken.
Het was leuk om elementen uit Den Doolaards boeken tijdens mijn vakantie te zien en te herkennen.