Dat 2020 een bijzonder jaar was, lijkt me een understatement van jewelste. Voor mij persoonlijk was er de extra omstandigheid, dat ik midden in de eerste lockdown ophield met werken. Theoretisch gezien dus tijd genoeg om te lezen, dit jaar.
Inderdaad, meer boeken gelezen dan de afgelopen drie jaar, maar in 2015 en 2016 en eerder ook al, las ik er meer. Het aantal gelezen bladzijden stijgt sneller (de grafiek loopt steiler), dat betekent dat de boeken gemiddeld dikker zijn geweest, inderdaad 298 bladzijden, vergeleken met 227 vorig jaar.
Hier een verdeling naar dikte van de gelezen boeken. Er zijn meer boeken van 500 bladzijden of meer gelezen dan vorig jaar. Daar zaten verschillende delen bij van Het Bureau, dat ik herlas, deel 3 van de Verzamelde Romans van Nabokov, en de nieuwe Knausgård, ook al zo'n kloostermop van zo'n 850 bladzijden.
Ik las in 2020 57 boeken uit. Ik reken daarvan 47 als bellettrie, 10 als meer zakelijk proza. Ik las geen gedichtenbundel uit. Ik las 18 vertaalde boeken, en geen boeken in Engels of andere vreemde taal.
Wat een getallen. Ik loop even door de lijst: Jeroen Brouwers - Cliënt E. Busken, Isaak Babel - Alle verhalen en Karl Ove Knausgård - Buiten de wereld waren de drie beste boeken die ik las. Dat denk ik nu, vraag het morgen en ik zeg wat anders. Verder herlas ik met veel plezier Het Bureau van J.J. Voskuil.
En het was voor mij een beetje een Ischa Meijer-jaar. Vanwege de 25e sterfdag verscheen er een en ander, ik las de biografie Ischa van Gijs Groenteman, het Privé Domein-deel Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan en Zó, en niet anders, de bundeling van Brief aan mijn moeder, Een rabbijn in de tropen en Hoeren.
Dit was het boekenjaar 2020, volgend jaar weer een boekenjaar!







