Ik vond dit gekreukte en ingescheurde kaartje tussen de post. Excuses van PostNL. Nou ja, excuses, dat kaartje is kennelijk door de postbezorger, terwijl hij een stapel post in de linkerhand hield en zijn smartphone tussen oor en schouder geklemd had, met de rechterhand uit de linkerbroekzak opgediept. Het ziet er niet echt uit als welgemeende excuses, meer als: ok joh, sorry hoor!
Excuses voor verkeerd bezorgde post. Inderdaad, een brievenbuspakje voor de buren. Wat te doen? Even lezen. "We bezorgen deze post graag alsnog op het juiste adres. Wilt u ons hierbij helpen?"
PostNL geeft een paar suggesties. We konden PostNL helpen door de post:
"1. in de dichtstbijzijnde brievenbus op straat te doen."
Er is altijd een dichtstbijzijnde brievenbus. Maar die van de afgelopen 30 jaar is er sinds eind 2018 niet meer, we moeten nu wat verder lopen. Geen zin in.
"2. op te laten halen door ons. U kunt hiervoor contact opnemen met onze klantenservice op telefoonnummer 0900 0990 (45 eurocent per gesprek)."
Ik moet zeggen: ondanks die 45 cent een verleidelijke optie. Bellen en laten komen. Maar ja, dan moet er ook weer iemand thuis zijn om het pakje af te geven. Ik koos daarom voor:
"3. zelf te overhandigen aan de geadresseerde als het u uitkomt."
Dit is 'm dan. Het laatste bierglas uit Delft. Vanmorgen sneuvelde het één na laatste, bij het uitruimen van de vaatwasser.
Ik kocht deze glazen voor mijn afstudeerfeest, lang geleden (zie profielfoto). Ik studeerde begin jaren 80 af, en het was gebruikelijk dat er dan een feest kwam, voor vrienden, huisgenoten, de vakgroep, en familie. De vader van mijn vriendin (nu echtgenote) stelde zijn huis beschikbaar maar zou zelf niet aanwezig zijn. Voedsel en drank werden ingeslagen, met de DAF van vriend K. (U kent hem van deze post.)
Er moesten nog wel extra bierglazen komen. Ik kocht er twaalf. De portemonnees waren dun in die tijd, K. wilde er wel zes van mij overnemen. Oorspronkelijk stond er nog een merknaam op, dat is in die ruim dertig jaar weggewassen. Met die zes, vijf, vier, drie, twee, één glazen doe ik dus al jaren. Het zijn pilsglazen, en ik drink niet veel pils, eigenlijk alleen als we Chinees halen. Zoals gisteren. En nu dan, voor de foto. Proost!
In 1973 gingen we met de klas, onder leiding van de leraar Nederlands, naar de film. Turks fruit. Geweldige muziek van Toots, en een 'iconische' fietsscène door Amsterdam. Verder was het goed beschouwd niet echt een goede film. Wel een enorme kaskraker. Het boek las ik niet voor mijn lijst, ik had geloof ik al genoeg. Dat lezen kwam pas een jaar of tien later, op 9 maart 1983. Een heel goed boek. Een exuberante liefdesverklaring, met een geweldige vaart en passie, een doorlopende genotsvolle jubelzang. (Zoals meestal: veel beter dan de film, die tamelijk een-dimensionaal is.) Ook als Olga de ik-figuur uit het boek heeft verlaten is het verhaal ijzersterk geschreven. Zó voel je je als je vrouw je verlaat. Denk ik. Down and out.
En nu is er dan en toneelbewerking. Toevallig had ik de film een paar maanden geleden nog eens gezien, en niet toevallig las ik heb boek weer eens, in de week voor de voorstelling.
De toneelbewerking is natuurlijk een stilering van het boek. Het toneel laat een verloop zien van het atelier naar het huis van de ouders van Olga. De hoofdpersoon heet nu Erik. Verder zijn er natuurlijk Olga, en de vader en moeder van Olga. Het aardige is dat Olga nu een duidelijker rol heeft. Ze figureert nadrukkelijk in de herinneringen van Erik, praat en fantaseert mee, en heeft soms ook een weerwoord. Overigens is het daarmee niet een soort #Metoo-correcte bewerking geworden. De tekst is nog steeds flink expliciet. Voor zover ik kon zien verlieten twee mensen (na een minuut of twintig) de zaal.
Ik vond het een prima voorstelling, met overtuigend spel van ieder. Erik en Olga hebben de onstuimig-jeugdige verliefdheid, geilheid die je bij Turks fruit verwacht. 'Ma' gelukkig minder karikaturaal dan Tonny Huurdeman, en 'Pappie' zingt gelukkig nog steeds luidkeels Tietekont. Aan het eind gaat Olga weer dood, ik was toch ontroerd. Vooraf floot ik de hele dag Turks fruit van Toots Thielemans, na afloop humde ik Moon River.
P.S.: Jammer dat de toneeltekst van Sophie Kassies niet los te koop is.
Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de beroemde John & Yoko Bed-In For Peace, in het Amsterdamse Hilton Hotel, was er van 22 t.e.m. 31 maart een speciaal programma in het hotel. Een fototentoonstelling, een kunstwerk in wording, een vredestulp, een bezoekje aan (jawel!) Room 902 (tegenwoordig 702) en op zondag daarnaast nog een lezing, een interview met Mark Lewisohn en een vertoning op groot scherm van een aflevering van Andere tijden: In bed met John en Yoko. Ik las dat er in totaal zo'n 7000 man zijn langsgekomen. Ik ook, op de laatste dag.
Op het parkeerterrein trof ik de huidige voorzitter van de Nederlandse Beatles Fanclub, toevallig ook de eigenaar van de winkel waar ik cd's koop. Na buiten de grote billboards te hebben bekeken liepen we naar binnen. De deur van het hotel werd keurig voor ons opengezwaaid door een portier die vertelde dat we met de lift naar de John & Yoko Honeymoon Suite konden. Aansluiten bij die mensen daar aan de rechterkant. Dat was een flinke rij. Eerst maar eens rondkijken.
In de lobby was een mooie fototentoonstelling 'Wat gebeurde er in Room 902'. Destijds was die Bed-In een evenement dat alle voorpagina's haalde, elke dag waren er tientallen journalisten en fotografen op bezoek. De tentoonstelling liet werk zien van een aantal van hen, de bekendste (zeker in de jaren 70) Claude Vanheye. Veel bekende foto's, maar zeker ook veel die ik niet eerder zag. En op groot formaat.
Om een uur of twaalf begon het programma in een van de zalen in het hotel. Ook daar liep het helemaal vol.
Eerst was er een lezing door Har van Fulpen, de voorzitter van de fanclub in de jaren 60. Dat was een leuk verhaal. Har kon er in eerste instantie zelf niet bij zijn, destijds, omdat behalve Paul en Linda, en John en Yoko, ook hijzelf net getrouwd was. In zijn plaats ging iemand anders, namelijk Frits Ubels, de voorzitter van de Joost den Draaijer Fanclub. Later in de week kwam het toch nog goed en kon hij, zoals hij het zei, plaats nemen 'vlak naast de wriemelende tenen van John'.
Ik was vooral gekomen voor het interview van Gijs Groenteman met Mark Lewisohn. Lewisohn wordt algemeen gezien als dé Beatles-expert, hij is al sinds 2005 bezig met de definitieve biografie The Beatles: All These Years, waarvan tot nu toe alleen het eerste deel (1714 pagina's) is verschenen, en dat drie (misschien vier) van dat soort delen zal beslaan. Deel 2 zal de periode 1963 - 1966 bevatten, een logische keuze: de jaren van Beatlemania en live-optredens over de hele wereld.
Gijs Groenteman bleek een bonafide Beatlesfan, die goede vragen stelde. Lewisohn vertelde dat hij, bijna 50 jaar na het uit elkaar vallen van The Beatles, nog regelmatig op nieuwe feiten stuit, tot nieuwe inzichten komt. Afgelopen januari heeft hij voor het eerst alle bewaarde opnamen van de Get Back-sessies (ruim 97 uur) beluisterd, steeds precies 50 jaar nadat ze gemaakt zijn. Hij was zeer verrast door wat hij hoorde, de sessies verliepen over het algemeen in een goede sfeer. De overlevering (door The Beatles voor een deel zelf gevoed, nadat de plaat eindelijk uitkwam toen de groep met ruzies en rechtszaken uit elkaar was gegaan, en door de montage van Let It Be) is dat het miserable sessions waren, met continu geruzie. De tapes laten anders horen, de sfeer was redelijk goed, alleen: er was geen plan.
Ik ben benieuwd naar de heruitgave van plaat en film (opnieuw gemonteerd door Peter Jackson), die volgend jaar verwacht worden. Voor mij nieuw was de mededeling dat er in principe nog de wil was om verder te gaan met een volgende lp en single, ná Abbey Road. Besproken in een vergadering en opgenomen door John. De band klapte echt uit elkaar nadat John's nieuwe song Cold Turkey als voorgestelde single door de andere Beatles geweigerd werd, en John daarna besloot het zelf op te nemen.
Lewisohn vertelde uitgebreid over idee, achtergrond en bedoeling van de Bed-In. Het idee was afkomstig van Yoko, als combinatie van twee eerdere ideeën in de traditie van de Fluxus-stroming waar Yoko bij hoorde: Hair Peace (een Lennon-woordgrap) en Bed Peace. Het idee is vaak verkeerd begrepen en daarom geridiculiseerd. Het was niet de bedoeling dat John en Yoko in het openbaar de liefde zouden bedrijven, noch was de inzet dat door een week in bed te gaan liggen de oorlog in Vietnam beëindigd zou worden. Het concept was meer: vrede werd tot dan altijd bereikt door oorlog te voeren, de Bed-In moest mensen uitnodigen om na te denken hoe de vrede op een andere manier te bereiken. Laat je haar groeien, of ga in bed liggen bijvoorbeeld. De mogelijkheden die jij ziet in je gedachten toe te laten: Give Peace A Chance. Yoko had als artiest een beperkt bereik, maar alles wat John deed kwam in die tijd op de voorpagina. In plaats van Vietnam en Biafra een week lang vrede op de voorpagina, dat was het idee. John en Yoko spraken in bed een week lang 10 uur per dag met de pers over hun ideeën. Ik herinner me dat het inderdaad dag in dag uit in de krant stond.
Lewisohn opperde de mogelijkheid om op 31 mei, 50 jaar na de opname van Give Peace A Chance, vrede weer trending te maken via een social media actie. Het lied zou dan wereldwijd gezongen kunnen worden, door kinderen, vluchtelingen, politiek leiders. Of het vrede brengt? Wie weet, waarom laten we de mogelijkheid niet toe in onze gedachten? Imagine. Give Peace A Chance. Mooi toch?
Foto: Ramón Dorenbos
In afwachting van de film die we konden kijken liet ik mijn exemplaren van 'Recording Sessions' en 'Tune In' van een handtekening voorzien. Grappig was dat Mark Lewisohn mij herkende van Twitter. Ik zet 'm inderdaad wel eens cc, niet voor niets, zo bleek nu. We hadden een kort gesprek, dat ik afsloot met "I am looking forward to the next two volumes, please bear in mind that I'll be 65 later this year." Lewisohn lachte. "I'll keep that in mind."
Vervolgens keken we nog eens naar "In bed met John en Yoko", dat eerder bij Andere tijden op tv was geweest. Leuk om nu op groot scherm te zien, met een inleiding van John van Galen. Voor mij opmerkelijk was dat Henk 'Privé' van der Meijden, die er toen elke dag bij was geweest, een heldere, niet sensatie-beluste kijk op de gang van zaken bleek te hebben. Maar misschien zegt dat meer iets over mijn (voor)oordelen.
Bij de lift stond nu een nóg langere rij. Ik keek nog maar eens rond in de lobby. Ik werd aangesproken door een man die ik herkende als Claude Vanhye. Wat of ik er van vond. En ik moest zeker de BBC-documentaire over hem en de Bed-In bekijken, in de Black Box, ook in het Hilton. Die bleek ik al gezien te hebben, inderdaad op de BBC.
Na een tijdje toch maar in de rij bij de lift gaan staan, het duurde uiteindelijk niet al te lang, in plukjes van 10, 12 mochten we naar boven.
Met slofjes over onze schoenen mochten we naar binnen. OK, het is dezelfde kamer. Toen 902, na de renovatie 702. Maar natuurlijk heeft het interieur volstrekt niets meer van doen met 1969. Het is nu naar ontwerp en aanwijzingen van Yoko Ono heringericht. Een groot bed met een John&Yoko-sprei, en Hair Peace en Bed Peace stickers op het raam. Maar: voor de die-hard fans leuk om er even te zijn en het te zien. Als de portemonnee diep genoeg is kun je de kamer ook huren, natuurlijk. Ik hoorde een medewerkster 1500 - 3000 euro zeggen. Per nacht.
(Op 14 april 1969 namen John en Paul samen The Ballad of John and Yoko op. Op 30 mei, toen de voorgaande single Get Back nog op 1 stond, werd dit als volgende Beatles-single uitgebracht. De volgende nummer 1.)
Concertgebouw
Een paar dagen later was er nog een muzikaal eerbetoon vanwege die 50e verjaardag van de Bed-In For Peace, Remember Love, in het Concertgebouw. Door onder andere Yorick van Norden, Maaike Ouboter, Marike Jager, Bertolf en Roel van Velzen. Tussen de nummers door spraken Gijs Groenteman en Mark Lewisohn weer. Het gesprek verliep min of meer langs dezelfde lijn als een paar dagen eerder in het Hilton. Het concert was goed, vond ik. En dat vond Mark Lewisohn kennelijk ook, ik zeg hem geregeld in de maat met de hand op de stoelzitting tikken.
Setlist: If I fell (mooi, met juiste wisselende stemmen), Revolution (over contrast gesproken), Across The Universe, Julia (Nederlands gezongen), I've Got A Feeling, Oh, My Love, Don't Let Me Down, The Ballad Of John And Yoko, Love (Bertolf en Marike Jager, steengoed), I Want You (She's So Heavy) (goede versie, inclusief noodrem-einde), Come Together, Cold Turkey, Give Peace A Chance (met publieksparticipatie, gefilmd door Lewisohn, die het naar Yoko wilde mailen), Isolation, Beautiful Boy (Nederlands gezongen), #9 Dream, Instant Karma (We All Shine On), Imagine (alle zangers een couplet). Ik kende alle nummers. :-)
Een mooie muzikale avond, hoewel ik het passend had gevonden als er ook iets van Yoko bij had gezeten. Nota bene de titel van de avond, Remember Love, kwam niet voorbij. Dat was een nummer geweest geknipt voor Marike Jager, dunkt mij.
O ja, bij de garderobe krijg je een nummertje. Er hangen ook bordjes met nummers, zodat je weet waar je na afloop een beetje moet staan om je jas terug te krijgen. Ik zag een bordje met 001-305 en een bordje met 307-534. Ik had nummer 306.
(Op 20 oktober (US)/ 7 november (UK) 1969 kwam de derde, experimentele lp Wedding Album van John & Yoko uit. Op kant 2 staat Amsterdam, een collage van geluiden, interviews en (jawel) muziekfragmenten, opgenomen in het Hilton Hotel. De lp bereikte in de Verenigde Staten de 178e plaats. Voor geïnteresseerden: de plaat is onlangs opnieuw uitgebracht.)
"Op een dag als deze, wat later, wat eerder, ontdek je zonder verrassing dat er iets mis is, dat je, om het zonder omwegen te zeggen, niet weet hoe je moet leven, dat je dat nooit zult weten."
(Georges Perec - Een man die slaapt)
Ik las dat het mij onbekende theatergezelschap BOG. een voorstelling deed, Iemand die slaapt, naar een boek van Georges Perec. Interessant, want Perec was een bijzondere schrijver. Een jaar of vijf, zes, zeven geleden las ik 't Manco, een roman zonder de letter 'e' in de tekst, over iemand die iets kwijt is, maar niet weet wat.
Ik ben vorige week naar de voorstelling geweest. Het is een bewerking van Een man die slaapt, een roman in de tweede persoon enkelvoud. Geen 'ik' of 'hij', maar 'je'. En net als bij 't Manco is dat niet alleen maar een kunstje, maar is de vorm ook hier functioneel voor het verhaal omdat 'je' ook een voornaamwoord is dat gebruikt wordt juist om niet-persoonlijke, algemene opmerkingen te maken, functioneel omdat het boek gaat over een man (Perec schrijft homme, wat ook mens kan betekenen) die totaal onverschillig, niet-persoonlijk is. Die je-vorm maakt het allemaal eenzaam en op de lezer/toeschouwer betrokken, tegelijkertijd tijdloos en algemeen geldend.
Hij/zij (de titel van het de toneelbewerking is passender dan die van de vertaling) zit of valt bijna in slaap in een kamer, reageert niet op aanbellen van bekenden, heeft geen werk maar leeft van een toelage, hoort alleen de geluiden van de buurman (of -vrouw), dwaalt 's nachts door Parijs, zonder dat iets hem ook maar raakt, ontroert, beweegt of interesseert. Beelden en geluiden gaan langs (of: dwars door) hem heen. Onverschilligheid, onthechting: een gemoedstoestand die ik ook wel eens heb, die iedereen volgens mij wel eens heeft, maar gelukkig niet continu.
BOG. heeft de tekst flink ingekort en aangepast. Vier spelers dragen om beurten voor, zonder verdere interactie. Verder is er een drumster, die wisselende (zacht hard snel langzaam) drums en percussie doet, en een vierkant, verhoogd plankier dat kan draaien, langzaam en sneller, beide de buiten- en binnenwereld symboliserend.
Een fascinerende, hypnotiserende voorstelling. U bent te laat, de reeks is voorbij, maar voor deze gelegenheid is het boek van Perec herdrukt. Ik kocht het na afloop van de voorstelling, maar dat kan ook gewoon in de boekhandel.
In 1932 publiceerde Konstantin Paustovskij de roman De baai van Kara-Bogaz. Daarin lees ik:
Wij lopen allemaal zonder dat we het vermoeden langs de rand van de afgrond. U weet dat men in de afgelopen tien jaar net zoveel steenkool verbrand heeft als in de hele historische periode dat de mensheid bestaat. Over honderd tot honderdvijftig jaar zullen de steenkolenvoorraden uitgeput zijn. De witte steenkool kan slechts zestig procent van de energiebehoefte van de wereldeconomie dekken. Je kunt de naderende catastrofe gewoon horen aankomen zonder dat je je daarvoor hoeft in te spannen. Je hoeft daar ook helemaal geen absoluut gehoor voor te hebben. De wereldvoorraden olie zullen teniet gaan. Het schaars worden van de energievoorraden zal onvermijdelijk leiden tot oorlog tussen de kapitalistische landen.
We zijn nu 85 jaar verder. De steenkool raakt inderdaad op. En als dat nou het enige was ...
Ik werd door twittervriend @Perkamentus uitgenodigd om mee te doen aan een #BookCoverChallenge, en 7 dagen elke dag de omslag van een boek dat belangrijk voor mij is te laten zien, zonder commentaar. De boekomslagen heb ik getweet, maar die tweets verdwijnen bij mij na een week of zo. Hieronder staan ze daarom nog eens, nu met commentaar.
Dag 1.
Ik begin met een kinderboek. Vaag herinner ik me dat mijn vader mij voorlas. Eerst Piggelmee-boekjes, die werden gespaard met thee- of koffiepunten van Van Nelle, iets later Belfloor en Bonnevu, de twee goede reuzen, en Oki en Doki-boekjes, waaronder ook het deeltje met de titel Oki en Doki bij de nikkers. Tja. Pietje Bell gaat vliegen. Dit was het allereerste leesboek dat ik echt zelf bezat. Ik kreeg het op mijn tiende verjaardag van mijn ouders. En een rood Tomado boekenplankje. 's middags na school kreeg ik van mijn opa en oma ook nog De vlegeljaren van Pietje Bell, waarschijnlijk was dat een gezamenlijke aankoop. Beide boekjes heb ik nog steeds. Vele keren herlezen, ook omdat ik niks anders had. Met plakband zit het allemaal vast. Nog net.
Dag 2.
"Een boek waardoor je over jezelf en je omgang met anderen bent gaan nadenken". Een voor mij belangrijk boek.
Voskuil is misschien het bekendst vanwege Het Bureau maar dit vind ik zijn beste. Ik las het minstens vier keer, en zag de film van Frans Weisz (die overigens anders is, maar ook prachtig) ook een keer of vier. Het boek gaat over vriendschap, waarachtigheid, het bepalen van de eigen waarden, rekenschap geven van het eigen handelen. Decor is het studentenleven in Amsterdam ca. 1950. Frida Vogels schreef ergens dat de meest treffende zin uit het boek volgens haar is: 'Als je werkelijk schreef zoals het moet', zei Maarten, (...) 'zou je geen vriend meer overhouden'. Zeker ook in dat opzicht: Voskuil schrijft hier werkelijk zoals het moet.
Dag 3.
Lezers van deze blog weten dat ik graag een Beatleplaatje mag draaien. Maar de interesse gaat verder, veel verder. Mark Lewisohn is de nummer 1 expert on all things Beatle. Platenmaatschappij EMI nodigde hem uit alle sessietapes te komen beluisteren een daar een boek over te schrijven. Dit is dat boek. Sinds de publicatie in 1988 zijn er veel nieuwe gegevens boven water gekomen, en heeft Lewisohn meer gepubliceerd, maar dit boek is en blijft voor mij onmisbaar. Alle sessies en releases vanaf de auditie op 6 juni 1962 tot en met 8 mei 1970, de dag van uitkomen van de lp Let It Be. Hoe vaak dit niet uit de kast gehaald wordt, om te lezen wat ik inmiddels eigenlijk al weet. Ik schat minstens een, twee keer per maand, nog steeds.
Dag 4.
Dit boekje dient als pars pro toto voor misschien wel de hele Tandeloze Tijd-reeks (die nog steeds voortgaat), in ieder geval voor de eerste vier delen. Van der Heijden is een generatiegenoot, die af en toe langskomt om een verhaal te vertellen. Virtuoos geschreven, beeldend, meanderend, van verhaal naar associatie naar verhaal. De jaren 50, 60, 70. Zo anders dan mijn eigen jeugd, en toch zo herkenbaar. Zoals alle boeken in deze blogpost meerdere keren gelezen.
Dag 5.
Ik ontdekte deze Roth (er is ook nog: Philip, die ken ik al langer) pas in het Roth-jaar 2014, en werd toen zo gegrepen, dat ik daarna meerdere boeken van hem las. Tot nu toe zeven, en er ligt er nog een te wachten. Ik kies Job. Zeg maar: geïnspireerd door het Bijbel-boek with the same name. Mendel Singer treft de ene ramp na de andere. Vrouw en kinderen overlijden, er is een geestelijk gehandicapt kind dat hij achter moet laten, een dochter verdwijnt in het gesticht, en nog meer. Singer verliest het vertrouwen in God. Dan, op een dag, staat een verloren zoon voor de deur. Prachtige, beeldende zinnen. Het boek gaat over een overgang in het leven. Inzicht door ervaring. Een mooie beschrijving van het Joodse leven in Oostenrijk-Hongarije. Beide verdwenen.
Dag 6.
"Een man moge veel weten: een vrouw begrijpt alles."
In 1986 overleed onverwacht mijn broer. Dat was een drama, waar ik maanden van ontregeld ben geweest. Als het ware verdoofd stapte ik door het leven.
Toen (her)las ik Brieven aan Josine M. Dit boek, meer dan wat of wie dan ook, trok mij uit dat sombere dal. Stuk voor stuk zijn het schitterend geschreven brieven, met humor, vrolijk, verdrietig, boos, over alledaagse zaken, over het schrijven, over kunst, over de liefde, over de betekenis van religie, over alles. Over het leven. Het is Reve's mooiste, openhartigste en meest veelzijdige brievenboek. Helaas is het niet meer leverbaar.
Dit is mijn exemplaar, het is door de schrijver voor mij gesigneerd, opmerkelijk genoeg op wat de laatste verjaardag van mijn broer zou blijken te zijn.
In 1994 kwam een 'zeer vermeerderde' uitgave uit, die de briefwisseling completeerde tot het overlijden van Josine Meijer in 1982. Geannoteerd door Nop Maas. Heb ik ook.
Dag 7.
Ik neem u mee, terug naar de tijd vóór Google. We hadden thuis deze encyclopedie. Één-delig, ongeveer 1000 bladzijden. Op Wikipedia lees ik dat dit werk meerdere keren herdrukt en aangevuld is, de laatste keer in 1978. Bij mijn ouders stond de eerste druk, uit 1933. Die staat er overigens nog steeds, inclusief kortingscoupon voor het in 1930 verschenen Berlijn Alexanderplatz - Franz Biberkopfs zondeval. Met coupon 75 cents, als ik mij niet vergis. Ik heb nooit gevraagd hoe mijn vader aan dit boek kwam. 1933. Was dit misschien het boek dat hij dat jaar voor zijn tiende verjaardag kreeg? Ik kan het niet meer vragen. Verouderd? Te beknopt? Och wat! Uren heb ik in die encyclopedie zitten bladeren en lezen, over van alles. En plattegronden en landkaartjes kijken. Ik bevind mij in goed gezelschap, Gerrit Komrij noemt in Het beslissende boek (2002) van Margot Dijkgraaf en Martijn Meijer Encyclopedie voor iedereen van John Kooy het voor hem beslissende boek. Komrij zou dit dus waarschijnlijk ook opnemen in zijn #BookCoverChallenge.