Het gedoe rondom het dreigende faillisement van Cyprus deed me aan het volgende denken.
In 1989 ging ik met mijn vriendin (nu: echtgenote) op vakantie naar Cyprus. Rugzak en tent. We trokken rond op het eiland, van camping naar camping en belandden uiteindelijk in Polis Chrysochous. Heerlijk weer, mooie camping in bos bij strand, lekker eten.
De laatste dag brak aan, we moesten met de bus terug naar het vliegveld, maar eerst de camping betalen. Daarvoor gingen we naar het postkantoor, geld opnemen. Dit was nog in de periode van de girobetaalkaarten.
Bij het loket vertelde de lokettist van dienst dat het geld op was. Wij dachten: grapje. Nee hoor, kijk maar! Hij trok een la open, daarin alleen een postzegelmap en wat losse munten. Ik zie het nog haarscherp voor me.
Het dichtstbijzijnde volgende postkantoor was in Paphos, aan de andere kant van het eiland. De tijd was krap. Daar met de taxi naartoe. Die konden we ten eerste niet betalen, en we moesten ook weer terug, spullen van de camping halen en de bus naar het vliegveld (weer aan een heel andere kant van het eiland) in. Even wachten dan maar alstublieft, we halen hier geld bij het postkantoor. De lokettist in Paphos bekeek paspoort van vriendin en girobetaalkaart aandachtig. Toen zei hij (in het NEDERLANDS): Uw handtekening is niet geldig. Waaaaaat! zei vriendin. En nog wat meer. De goede man had een paar jaar in Nederland gewerkt en dacht een onschuldig grapje te maken. Een geintje, meneer Sonneberg. Wrong time, wrong place. Enfin, misverstand uitgelegd, handen geschud en geld opgenomen. Een paar uur later stapten we 'volkomen ontspannen' het vliegtuig in.