
Ineens schoot er in het gezin een kaartje over, en zo ging ik naar (alweer de 17e voorstelling van) theatermimegroep Bambie.
Zoals ook bij eerdere voorstellingen een verwarrende mengeling van mime, acrobatiek, absurde mafketeligheid en stof tot nadenken.
In het Stijlboek van de Japanse Krijgsadel staan wel 100 voorschriften die een beetje samoerai ter harte dient te nemen. In Bambie (17) De samoerai zoeken vier ‘krijgers’ houvast in deze eeuwenoude voorschriften.
Grijp de eerste gelegenheid aan.
Doe alleen dingen waar u achter staat.
Bij alles komt het op het einde aan.
Draag een bamboehoed die iets naar voren helt.
Stel wraakneming niet uit.
Middels zwaardgevechten, bloemschikkunst en ander (quasi) Japans vertoon laat Bambie vier moderne samoerai – letterlijk ‘hij die dient’ – op zoek gaan naar wat er nog te dienen valt.
Het eerste deel van de voorstelling (de reis van de samoerai) vond ik het sterkst. Mime van heel klein (een lopende man verbeeld door bewegende vingers op een tafel) tot levensgroot (een bergbeklimming op een kantelende tafel).
De daarop volgende 'bedscène' met de onbereikbare moeder van de samoerai duurde te lang, maar het slot, waarin de inmiddels gestorven moeder door haar 3 zonen net als een pop in het Japanse Bunraku-toneel wordt bewogen was van een ontroerende schoonheid.