14 oktober 2012

Restletsels



Wie op deze blogpagina linksboven in het zoekvak de term 'Brouwers' invult, krijgt meerdere pagina's voorgeschoteld waarop ik Jeroen Brouwers uitroep tot Nederlands beste levende schrijver (ook zijn er een of twee pagina's te vinden over Dolf Brouwers, volgens mij geen familie). Ik geloof dat alleen Jeroen Brouwers' laatste roman Bittere bloemen mij minder goed beviel.

Helaas is (wat mij betreft) Restletsels ook weer een minder geslaagd boek van Jeroen Brouwers.
Sinds 1996 verzamelt Brouwers zijn polemieken, persoonlijke aantekeningen, dagboeknotities, brieven en schrijversportretten, die niet in andere werken kunnen worden ingepast, in de serie Feuilletons, een 'periodiek verschijnende uitgave van werk van Jeroen Brouwers', zeg maar een privétijdschrift. Restletsels is in deze serie het negende deel.

Er staat een stuk in over Mandarijnen op zwavelzuur, wat mij betreft oude koek, waarvan de urgentie in 2012 mij dan ook he-le-maal ontgaat, Brouwers gaat weer eens los over de vernedering om genomineerd te worden voor Ako-, Libris- of Gouden Uilprijs, ik meen dat ook al eens eerder en beter gelezen te hebben, en we vernemen over de ziektegeschiedenis van zijn uitgevallen hand (tragisch natuurlijk, maar waarom zo zeurderig opgeschreven?). Het aardigst is (gelukkig) het stuk De wereldreus, een eerbetoon aan Brouwers' grote voorbeeld Harry Mulisch. Over de schrijver en het autobiografische in diens oeuvre. Over Harry en Jeroen. Over de vriendschap met Donner.

Niet lasteren. Niet liegen.
Polemiek moet in die zin betrouwbaar en waar zijn, dat alle schandelijkheden die de polemist zijn tegenstander in diens verwerpelijke tronie wrijft, met bewijzen en argumenten moet worden gestaafd.

(Jeroen Brouwers, in Drab, Drek, Bagger, opgenomen in Restletsels)

In twee stukken, Het Letterkundig Museum I en II (eerder verschenen als Restletsels 4 en 5 in De Brakke Hond, 2011) gaat Brouwers flink tekeer tegen het Letterkundig Museum, zijn collectie, aankoopbeleid, tentoonstellingen, (vrij persoonlijk) directeur Aad Meinderts, zijn media-optreden tijdens een literaire roadtrip waarbij rozen gelegd werden op 100 schrijversgraven, en vermeende wederrechtelijke publicatie van brieffragmenten.

Dit alles wordt met grote gebaren en veel aplomb gebracht, en is daardoor bij eerste lezing best overtuigend (hoewel ik zelf die literaire roadtrip destijds erg leuk vond om te volgen, en de bijbehorende tentoonstelling mooi om te zien). Maar ik las ook Aad Meinderts' verweer, Een scalpel voor Jeroen Brouwers. Eerlijk verdiend, maar wel in eigen nieren (zie noot), ook verschenen in De Brakke Hond, 2011. En hierin somt Meinderts een aantal fouten en onnauwkeurigheden in Brouwers' betoog op, en hij weerlegt hij naar mijn smaak op rustige, overtuigende wijze een aantal van Brouwers' argumenten, of levert een goede rechtvaardiging voor de handelswijze van het museum, bijv. inzake tentoonstellingen of het publiceren van brieffragmenten, waar Brouwers zo tegen gekant is. Ook wordt een door Brouwers onvolledig geciteerde brief nu in zijn geheel gepubliceerd, waardoor er een ander licht op handelswijze en reactie van het museum richting Brouwers komt te vallen.

Dit overtuigde mij dit meer dan het emotionele betoog van Brouwers. En daarmee zakt (ook volgens Brouwers' eigen maatstaven) voor mij dit Feuilletondeel door de hoeven. Jammer.

Ik hoop op een kwalitatieve revanche van Brouwers in een te verschijnen 'Feuilletons 10'. Of een nieuwe schitterende roman.

Noot:
Niet te weerleggen feiten zijn het scalpel van de polemist [...] die niet moet worden kunnen befluimd omdat hij onzorgvuldig met feiten [...] is omgesprongen. [...] één vergissing [...] en de polemist kan het scalpel in eigen nieren stoten.
(Jeroen Brouwers, in Knack, 10 augustus 2011)