14 oktober 2007

Als we allemaal nou wat beter ons best deden



Bas Heijne onderzoekt in dit boek hoe de cultuuromslag heeft kunnen plaatsvinden van de idealen uit de jaren '50 en '60 (een optimistich gestemde wereld waarin religies goed naast en met elkaar samengingen, op weg naar een Europa, ontkerkelijking) naar de huidige situatie, waarin religiositeit weer belangrijker wordt, Europa breed gewantrouwd wordt, en er breuken ontstaan tussen de verschillende geloofsopvattingen. Hij doet dat op een aanstekelijke manier, uitgaande van zijn eigen jeugd in Zwanenburg, en geeft verhelderende voorbeelden van de veranderingen. Het slothoofdstuk geeft een oplossing om uit deze ongewenste situatie te komen, maar is in mijn ogen wat naief: 'Je moet alleen leven in het besef dat jouw overtuigingen niet, en waarschijnlijk nooit, door iedereen gedeeld zullen worden.' De beoefenaars en de bestrijders van de onredelijkheid lijken elkaar maar tegen te spreken, zo meent Heijne; het is slechts een kwestie van bij de enen het besef te laten kiemen dat 'zelfs identiteit en eigenheid in tijden van globalisering en immigratie relatieve begrippen zijn' en bij de anderen dat 'mensen alleen pluralistisch kunnen zijn wanneer ze ook de ruimte hebben om zich ergens helemaal thuis te voelen'. Een praktische weg hiernaartoe geeft Heijne niet, waardoor het meer een wensdroom dan een praktisch bruikbaar scenario lijkt te zijn. Enigszins verwant hiermee sprak vandaag in Buitenhof Paul Cliteur, die sprak van behoefte aan een 'Moreel Esperanto', de titel van zijn nieuwste boek. Een wat ongelukkige titel, Esperanto is nu net het voorbeeld van een mooi idee, dat praktisch niet haalbaar bleek. We spreken nu allemaal Engels.