29 augustus 2018

Ik las: Karl Ove Knausgård - Het Amerika van de ziel



Een nieuw boek van Knausgård, geen roman zoals Mijn strijd of het (ten onrechte) nauwelijks bekende Engelen vallen langzaam, of zijn seizoensimpressies en -associaties De vier seizoenen, maar een bundeling (deels eerder verschenen) essays. Een aantal van de essays gaat over observaties, kijken, kunst, fotografie, niet verrassend voor een schrijver die in Mijn strijd liet zien dat hij de grootmeester is van de minutieuze observatie. Verder over Breivik, over literaire overwegingen bij de Noorse Bijbelvertaling, over (on)gewenste moraliteit in de literatuur, over Abraham, Izaak en Kierkegaard, over Knut Hamsun, over schrijven, het belang van de redacteur en debuteren, en over nog meer. Samen ongeveer de poëtica van Knausgård, denk ik.
Er was ook nog een 21 bladzijden tellende uiteenzetting over het hoognodig moeten poepen, de ongemakkelijkheden die dit met zich meebrengt tijdens het winkelen, de gedachtestroom tijdens de aanhoudende en aanzwellende aandrang, afgesloten met een beschrijving van de eigenlijke defecatie en van de consistentie van des schrijvers uitwerpselen. Daar had ik wel buiten gekund.

Voor de rest met interesse en plezier gelezen.

26 augustus 2018

Tussenstop

Ik meldde het al: zoon H. is afgestudeerd en is vertrokken uit Delft. Hij heeft daarna een paar nachten bij ons geslapen, en de afgelopen week een korte vakantie met vriendin aan het Lago Maggiore genoten. Gisteren zijn ze naar Bazel gereisd, waar de vriendin woont. Vandaag vloog H. van Bazel, via Amsterdam, naar Gotenburg. Daar heeft hij een vaste baan, vanaf 1 september. Hij gaat er dus écht wonen en werken. Op Schiphol was er een overstap, met bijna 4 uur ruimte. Daardoor konden we, met de zussen die ook langskwamen, nog even gezellig samen zijn. Hapje gegeten, koffie gedronken, verhalen verteld, foto's gemaakt. Even buiten in de zon gezeten. Tijd voor afscheid. We omarmen en kussen en maken weer foto's.

- Dag jongen, goede reis, en veel succes. We appen, mailen, bellen en skypen. En in oktober komen we op verjaardagsvisite.

En dan, daar gaat hij, een nieuwe toekomst tegemoet.

20 augustus 2018

Zomergast Pieter Waterdrinker



Ik had mij erop verheugd, en het kwam nog uit ook. Een prachtige Zomergastenaflevering met Pieter Waterdrinker. Schrijvers zijn de interessantste gasten. Interessanter dan politici, ondernemers, of de meeste wetenschappers. Schrijvers zijn verhalenvertellers, en Pieter Waterdrinker vertelde een prachtig verhaal. Over Geert van Oorschot en diens monument, de Russische Bibliotheek, over Büch en Van Gogh, over Midden- en Oost-Europa, Joseph Roth werd meermalen genoemd, over kunst, over een film waarin Russen Iggy Pop zingen, over Maarten Biesheuvel, over hardwerkende middenstanders, over zijn huwelijk, over de gewone Rus, aan wie niets menselijks vreemd is. Het ging Pieter Waterdrinker daarbij niet om de anekdote, maar om het grotere verhaal en de lessen die je kunt leren. Probeer te leven als een volledig mens. Nieuwsgieriger, eerlijker, vollediger, onbevangener, realistischer. Mooie tv-avond.

Storend was alleen dat Janine Abbring dit een aantal keren onderbrak, om juist weer terug te willen gaan naar de persoonlijke anekdote. Gelukkig trok Pieter zich er niet altijd wat van aan.

De uitzending is nog ruim een week te bekijken.

18 augustus 2018

Afscheid van Delft

Twee weken geleden studeerde zoon H. af, als werktuigbouwkundig ingenieur aan de TU Delft.
Gisteren werd een groot deel van zijn inboedel door een verhuisbedrijf ingepakt en afgevoerd, voor transport naar zijn nieuwe adres. We hielpen H. 's middags met het schoonmaken van zijn studentenkamer. U weet misschien hoe dat is met studentenkamers. Ze kunnen vaak een nat lapje gebruiken. Toen dat gedaan was meldde de volgende huurder zich al, een vriendelijke Afrikaans-Ierse jongeman. H. liet hem de kamer en bijbehorende ruimten zien en overhandigde de sleutel.



We liepen richting centrum via de Mekelweg, langs zijn en mijn afdelingsgebouwen. We passeerden ook tientallen aankomende studenten, eerstejaarsweekend.





In het centrum streken we neer op het terras van het leukste biercafé van Delft. Het was er al toen ik studeerde, en het zal er hopelijk nog jaren zijn. Een goede (studie)vriend van H. schoof ook aan.



Na twee biertjes liepen we verder, langs mijn oude studentenhuis, en aten wat bij een Griek. H. bleef in Delft, voor een laatste avond met wat vrienden.

Dit weekeinde logeert hij bij ons, maandag vertrekt hij voor een weekje vakantie met zijn vriendin bij het Lago Maggiore. Volgende week zwaaien we hem echt uit, hij gaat wonen en vanaf 3 september werken in Gotenburg.

08 augustus 2018

Ik las: Jean-Marc van Tol - Musch



Naar aanleiding van het enthousiaste betoog van Jean-Marc van Tol bij VPRO Boeken vroeg (en kreeg) ik dit boek voor mijn verjaardag. Een historische roman. Ik ben altijd een beetje beducht voor het genre, want er is de kans dat de hoofdpersoon als een soort Forrest Gump of Allan Karlsson getuige is van allerlei losstaande historische gebeurtenissen. De moord op Oranje, de Slag bij Nieuwpoort, een tocht met de VOC naar Batavia, ik noem maar wat. Dan wordt het snel een avonturenboek.

Gelukkig is dit boek dat niet. Het is het eerste deel van een voorziene Johan de Witt trilogie, maar in dit deel speelt De Witt een relatief bescheiden rol. Het is meer het verhaal van Cornelis Musch, griffier der Staten-Generaal, de machtigste man van de Republiek. Van Tol (tekenaar van Fokke & Sukke, maar nu vooral historisch letterkundige) vertelt het verhaal, gebaseerd op bewaard gebleven archiefstukken, vanuit een flink aantal gezichtspunten. De Witt en Musch dus, maar ook Jacob Cats (Musch' schoonvader), graaf Willem Frederik (stadhouder van Friesland, neef van Willem II), een postbode uit Hamburg, en vele anderen. Waargebeurd, in de vorm van een roman.

Het is 1650, De Opstand is net afgelopen. De Republiek zit met een enorm leger, waar ze nu wel vanaf willen, maar o.a. Willem II wil dat niet, hij wil op het slagveld roem vergaren. Hij pleegt een staatsgreep, belegert Amsterdam en zet zes vooraanstaande regenten vast in slot Loevestein. Uiteindelijk mislukt de staatsgreep, de dictatoriale houding van Willem II zal bijdragen aan de totstandkoming van het (eerste) Stadhouderloze Tijdperk, na het overlijden van Willem II. Cornelis Musch, een door en door corrupte ras-intrigant, roert om eigen redenen ook duchtig mee in de pot, maar verliest uiteindelijk en pleegt zelfmoord. Althans, zo lezen we in het eerste hoofdstuk. Ik verklap niets ergs als ik zeg dat in 1650 ook Willem II (onverwacht) overlijdt, en dat we de opmaat zien van de geweldige carrière van De Witt. Weten we van school, toch? Maar het boek is meer dan dit, veel meer. Het is een boeiend verhaal, ik moest er 'even inkomen', maar na een bladzijde of 40, 50 gaat het marcheren. Toch weer een en ander geleerd over de Vaderlandse Geschiedenis. Aardig is dat Van Tol hier en daar in het verhaal elementen brengt die vooruitwijzen naar wat komen gaat. Bijvoorbeeld een wandeling door Den Haag langs Buitenhof, Gevangenpoort en Groene Zoodje, de ontmoeting met Johan Kievit. Dat komt nog aan de orde, in deel 3. Voor mij (geboren en getogen in Den Haag) zijn de vele stadsbeschrijvingen ook leuk om te lezen en te herkennen.

Veel achtergrondinformatie over de personen en gebeurtenissen is overigens na te lezen via de links op https://www.johandewitt.nl/.

Ik ben nu al benieuwd naar delen 2 (Buat, de schoonzoon van Cats) en 3 (Willem, III de stadhouder of Tichelaar, de barbier?), die in 2020 en 2022 verschijnen. In dat laatste jaar is het precies 350 jaar na de moord op Johan de Witt.

Point of Trivia: Cornelis Musch woonde op de Kneuterdijk in Huis te Brunswijk, ook Huis van Musch genoemd. Later woonde in een nieuw gebouwd huis op deze plek Johan de Witt, en nu nog staat dát huis ook bekend als het Johan de Witthuis. Het pand is nu eigendom van de Staat, hier werd in 2017 onderhandeld over de totstandkoming van kabinet Rutte III. Uitgerekend hier lanceerde Sybrand Buma zijn plan om op scholen het Wilhelmus te laten zingen. Het Wilhelmus. In het John de Witthuis. Heeft die man geen Vaderlandsche Geschiedenis gehad dan?

07 augustus 2018

We gingen naar Breskens

Onlangs ging ik weer naar Breskens. Mijn moeder kwam er vandaan, ik kom er ongeveer een, twee keer per jaar, om wat te kijken of koffie te drinken met familie die er nog woont. Dit keer was anders. Ik ging er naartoe met mijn kinderen, om ze te vertellen over de familie die ze door omstandigheden niet kennen. Om foto's te laten zien en verhalen te vertellen, om straten en huizen te bekijken. Het was prachtig weer. We wandelden naar het Spuiplein, waar vroeger de garage van mijn oom (later doorgezet door een neef) was. Ik wist het van het vorige bezoek: afgebroken, nu komt er een gebouw met appartementen. Maar ik zag in gedachten weer die garage, ernaast is nu een supermarkt, maar toen ik vier was, was er een ruime kade naar de haven, waar ik leerde fietsen op mijn neef zijn fiets en bijna de haven inreed. We lunchten bij Café Centraal en ik liet ze foto's zien, en vertelde hoe hun opa en oma elkaar hadden leren kennen. Op de Boulevard bekeken we het huis van mijn grootouders. Terug op het Spuiplein dronken we wat, ik vertelde verder over de familie en liet nog meer foto's zien. Met de auto reden we naar de De Hullustraat, deze is rond 1947, 1948 bij de wederopbouw volledig door mijn vader behangen. Via de Golepoldersedijk waar mijn vader in een kamp met bouwvakkers zat, gingen we naar 't Killetje, waar ruim honderd jaar familie van mij heeft gewoond. Nu is het vrijwel onherkenbaar, maar het voorouderlijk huis staat er nog. Er zaten toeristen in de tuin. In 1947 liepen mijn ouders hier door de velden, toen ze weer op de weg kwamen zagen ze een bord dat er een niet-geruimd mijnenveld was. Ik liet nog een geluidsopname horen, waarop mijn vader, moeder en ik (2 jaar oud) te horen zijn. Een Fisherman's Friend-moment. Daarna zijn we twee grote pannen mossels gaan eten, met een lekkere wijn. Met mijn kinderen in Breskens: een van de mooiste dagen uit mijn leven.

11 juli 2018

J.J. Voskuil - Kladboek 1955-1956



Ik las dat dit boekje bij de Hof van Jan zou verschijnen. Leuk, een Voskuil-uitgave. Er zijn er meer, ik probeer altijd ze te kopen. Ook deze, hoewel ik vermoedde dat het om een tekst zou gaan die eerder in Tirade was gepubliceerd, en die ik al had. Maar een boek is nooit weg, natuurlijk. En inderdaad, het was de Tirade-tekst.

Voor de verandering dan nu maar eerst het zoet en dan het zuur. Het boekje is fraai vormgegeven, gebonden in blauw linnen met een geel stofomslag, 2-kleuren binnendruk, fijn papier en letter Spectrum. Ik heb nummer 8 van een oplage van 80. De teksten zijn vintage Voskuil: rake observaties, existentiële twijfel en een ruzie met Lousje over het fornuis. Ik schreef er dus al eerder over.

Maar nu het zuur. Ik vind, dat zo'n bibliofiel boekje puntgaaf moet zijn, zeker ook omdat ze niet echt goedkoop zijn. Er vielen mij tijdens het lezen een paar dingen op, ik heb het even snel vergeleken met de tekst in Tirade (die gepubliceerd werd in 2007, en dus door Voskuil persoonlijk goedgekeurd zal zijn, de Ausgabe letzter Hand). En inderdaad, helaas zitten in het nu verschenen boekje een paar eigenaardigheden.

Voskuil schreef bij de tekst in Tirade een korte inleiding, van zeven regels. In het boekje is deze inleiding ná de hoofdtekst geplaatst.

In Tirade lees ik in die inleiding: "Dit zijn de eerste bladzijden van een keuze uit mijn dagboek over de jaren 1955 - 1956."
In het boekje lees ik: "Dit zijn de eerste bladzijden van een keuze uit mijn dagboek over de jaren 1955 - 1957."

In Tirade lees ik: "Het fragment eindigt met mijn laatste schooldag. Gezien het karakter van het dagboek, dat eigenlijk geen dagboek genoemd kan worden, noem ik het Kladboek."
In het boekje lees ik: "Het fragment eindigt aan de vooravond van mijn eerste werkdag. Gezien het karakter van het dagboek, dat eigenlijk geen dagboek genoemd kan worden, noem ik het Kladboek 1955-1957."

Er is geknoeid met jaartallen, cursivering en er is een zin veranderd.

Op 17 december 1955 noteert Voskuil uitgebreid een droom die hij had. In het boekje is de droom ineens cursief gezet.

Ik weet het niet, maar ik vind het apart, deze tekstaanpassingen. Vooral met die veranderde zin en het duidelijk foute jaartal 1957.

Ten slotte: woordafbrekingen aan het eind van een regel. Die zijn soms flink eigenzinnig, zal ik maar zeggen. Ik zag onder andere: o-verkant. Waarom toch?

Enfin, door deze wat mij betreft storende dingen heen lezend heb ik toch weer genoten van Voskuil. Ik hoop dat er nog eens een ruimere keuze uit Voskuils dagboeken gepubliceerd kan worden, wat mij betreft gewoon weer bij Van Oorschot.