13 april 2020

Ik las Het oorlogsdagboek van Dr. G. Italie



Ik las Het oorlogsdagboek van Dr. G. Italie. Het eigenlijke dagboek loopt van 1936 tot 1951, in deze publicatie staan de oorlogsjaren 1940 - 1945. Ik heb het al een tijd in bezit, maar las tot nu toe al bladerend her en der losse fragmenten. Nu las ik het helemaal, van begin tot eind. Ik moet bekennen dat ik het eigenlijk aanschafte voornamelijk omdat Italie leraar was op het Tweede Stedelijk Gymnasium, later het Maerlant-Lyceum, een school die ik (jaren later) ook bezocht. Ik kwam nog wat namen tegen, die in mijn tijd kennelijk nog 'in het geheugen van de school' zaten. Hille, Portengen, Van Dam. Mevrouw Van Veen-Noordegraaf gaf zelfs nog les, in ieder geval eerste helft jaren 70. Maar dat is maar een relatief kort stuk van het boek, joden in overheidsdienst werden eind 1940 al ontslagen.
Op 28 november 1940 noteerde Italie: Ontslagen! D.w.z. het briefje is nog niet in mijn bezit, maar Hoving deelde mij mede, dat het onderweg is en dus heb ik na de laatste lessen vanmiddag afscheid van Hoving genomen en met stille trom het gymnasium, waar ik ruim 20 jaar gewerkt heb, verlaten. Er is nog geen vervanger voor mij.
Dat laatste zinnetje illustreert naar mijn idee een van de kenmerken van Italie's persoonlijkheid. Leraar. Voor hem hield dat niet op bij zijn ontslag.

Het héle dagboek is interessant en relevant. Het is de geschiedenis van '40-'45 op micro-niveau. De steeds verdergaande inperkingen van rechten van joden. De onteigeningen. De transporten. Het leven in de kampen. Een aantal zaken wist ik nog niet zo in detail. Het is ook een beschrijving het leven van een orthodox-joods gezin. Boeiend is het, te lezen hoe Italie zich min of meer staande weet te houden, naar mijn idee door zo goed en kwaad als het ging vast te blijven houden aan zijn geloofsovertuiging en de daarbij horende rituelen, en door het lesgeven, na zijn ontslag aan het Tweede Stedelijk Gymnasium eerst aan het Joodsch Lyceum in Den Haag, later in de kampen in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Heel bijzonder. Ook het verloop van de oorlog werd zo goed en kwaad als dat kon gevolgd, vaak werd (helaas ten onrechte) op een spoedig einde gehoopt. Veel werd ook gedacht aan het onzekere lot van oudste zoon Paul, die in 1942 in België was opgepakt tijdens een poging om Zwitserland te bereiken. Pas op 30 april 1945 is elk sprankje hoop weg en realiseert Italie zich ten volle dat zijn zoon niet terug zal komen.
Italie overleefde de oorlog, maar was moe en gedeprimeerd. In 1942 was zijn oudste zoon in Auschwitz omgekomen, zijn dochter raakte in Westerbork besmet met het poliovirus, en de jongste zoon raakte geestelijk steeds verder van hem verwijderd door afstand te nemen van de joodse orthodoxie, voor Italie de allesbepalende levensvisie.

Na de oorlog kwam Italie terug op (inmiddels) het Maerlant-Lyceum, begin 1946 werkte hij een paar maanden aan de universiteit in Berkeley aan een Euripides-lexicon, een al voor de oorlog begonnen project. Hij gaf daarna nog tien jaar les op het Maerlant en publiceerde meerdere boeken over de grote Griekse tragedie-schrijvers. Italie overleed in 1956. In het jubileumboek De eeuw van het Maerlant 1917-2017 is een hoofdstuk aan Gabriel Italie gewijd.

30 maart 2020

Gelukkig is er altijd nog: het Zwitsers zakmes

Enige tijd geleden kochten we een blikopener.



Hij ziet er wel aardig uit, vonden we. Er is een probleem: blikjes openen gaat met wisselend succes. Soms prima, soms 'van geen meter'. Ik heb hem vandaag, na weer minutenlang hannesen, weggegooid



en ben weer terug bij het Zwitsers zakmes. Mes, priem, kurkentrekker, flesopener, blikopener, schroevendraaier, nagelvijl. Sinds 1983 in bezit, doet het altijd. Tientallen keren meegeweest op kampeervakantie, vele, vele blikken mee opengemaakt. Bijna 40 jaar oud, dat mesje. Ik ga het hiermee redden.

22 maart 2020

De oude school

Ik was gisteren in de buurt. Nou, eigenlijk niet, ik reed er expres even langs. De oude school, het Maerlant-Lyceum in Den Haag. Ik liep er een rondje omheen.



Het gebouw maakt aan de buitenkant een gesloten, afwerende indruk. Steen, hooggeplaatste ramen, muren, roosters voor sommige ramen en puntenkammen op de tuinmuur. Was dat laatste ook zo toen ik er zat? Nog steeds is het zo dat ik vanaf het schoolplein alleen in de lerarenkamer kan kijken door mezelf aan het raam omhoog te trekken, ik houd het alleen nauwelijks meer vol :-).



Wat ik wel weet is dat het binnen opener oogt, zeker richting achtertuin.



Hier die tuin door een poortje aan de achterzijde gefotografeerd. De tuin is (zo begrijp ik) min of meer teruggebracht naar het oorspronkelijke idee, verschillende perken met planten 'uit alle provinciën'. Het ziet er bepaald aardiger uit dan in mijn tijd toen het wat verwilderd was en hier 'de bovenbouw gelucht werd'.

Het Maerlant, ik maakte al eerder blogjes: hier staan ze.

05 maart 2020

Ir. schat aantal snoepjes

Deze week was het bij ons op het bedrijf Founder's Day, de geboortedag van de grondlegger. Naar mijn idee een wat rare gewoonte, maar er wordt dan van alles georganiseerd om geld op te halen: loterijen, veilingen, work-shops, enz. De opbrengst is dan voor het KWF, dus dat is wel prima.
Op de afdeling stond naast de koffieautomaat een pot met snoepjes. Voor een luttel bedrag, te deponeren in het spaarvarken, kon je een schatting noteren van het aantal snoepjes. De prijs voor de beste schatting was natuurlijk die pot snoep.



Hoe schat je zoiets nu. Kamerlingh Onnes leerde ons (in zijn oratie De beteekenis van het quantitatief onderzoek in de natuurkunde): "Door meten tot weten". (Terzijde: dat is iets heel anders dan de altijd gehoorde variant "Meten is weten".) En op de (n.b!) Kamerlingh Onnes MULO in Den Haag leerde ik tijdens stereometrie dat voor een blok geldt: inhoud = lengte x breedte x hoogte.
Daar kon ik wat mee. Ik nam foto's van alle zijkanten van de pot.



Thuis heb ik voor elk van de vier zijden het aantal snoepjes tegen het glas geteld (zo gebeurd), en van elke zijde op drie hoogten het aantal snoepjes op een horizontale lijn (ook zo gebeurd). Dat zijn 16 getallen, en door het aantal snoepjes aan het glas te vermenigvuldigen met de aantallen op lijn van de zijvlakken krijg je een schatting van het aantal snoepjes in de pot. Dat zijn (tel maar na) 24 uitkomsten. In Excel is het een fluitje van een cent. Van die 24 getallen nam ik de middelste waarde (mediaan). 186 snoepjes.

Vanmiddag is met enige hilariteit het aantal snoepjes in de pot geteld, dat bleek 189 te zijn. Of het door mijn manische getel komt weet ik niet, maar die 186 van mij was wel de beste schatting.



De pot heeft even op mijn kamer gestaan, daarna heb ik hem geopend weer bij de koffieautomaat gezet. Dinsdag ben ik weer op werk. Ik denk dat ik ook nu wel weer redelijk goed kan schatten hoeveel er dan nog in zitten.

28 januari 2020

Het stoomschip Duivendyk

De opa van E. had als liefhebberij schilderen. Ik herinner mij diverse schilderijen, die in zijn huis hingen. Het waren eigenlijk allemaal zeeschappen, en als leek zeg ik: best goed getroffen, het waren echte zeeën. Het (mij) meest aansprekende schilderij was ongeveer een meter twintig bij 60 centimeter, met daarop een schip op de oceaan. Het hing bij E's opa boven de bank. Na het overlijden van de beide grootouders, begin jaren 90, stond het bij E.'s vader jaren op zolder. Vorig jaar is het in ons bezit gekomen, en dit weekeinde heb ik het opgehangen, ook weer boven de bank. Het hangt daar goed, ik kijk er graag naar. Rechtsonder is het gesigneerd, en gedateerd: 20 Oct. '59.
Ik keek nog eens goed en zag de naam van het schip geschilderd op de boeg: Duivendyk.





Voor een modern mens op zoek naar een infosnack ligt het daarna voor de hand deze naam eens te googelen. Zie hier, geen twijfel mogelijk, het was een bestaand schip; de afbeeldingen laten hetzelfde schip zien. Het schip is in 1929/30 in Hamburg is gebouwd en is in de vaart gekomen als Vancouver. Een koopvaardijschip met passagiersaccommodaties. In 1940 werd het op Curaçao vanwege de uitgebroken oorlog met Duitsland door Nederland in beslag genomen. Tijdens de oorlog opereerde het als de Curaçao vanuit Canada. Na de oorlog is het schip aan de Holland-Amerika Lijn ter beschikking gesteld, en werd het gedoopt: Duivendijk, vanaf 1953: Duivendyk. In 1959 werd het naar Hong Kong verkocht, en is het in Tokio gesloopt. Op twee andere pagina's (1 en 2) is nog wat verdere info te vinden, ook over het interieur van het schip, en over de dekindeling.



Leuk om zo wat te lezen over een schip dat nu bij ons boven de bank hangt. Waarom schilderde E.'s opa juist dit schip? E.'s vader voer eind jaren 50 op de HAL, maar op een ander schip, de Nieuw Amsterdam. Misschien stond er in 1959 een foto in een bedrijfsblaadje, bij gelegenheid van de verkoop en sloop. We weten het niet en we zullen het niet weten.

19 januari 2020

Het vroegere Joodse getto in Sjanghai

Eind 2018 las ik De rechtvaardigen van Jan Brokken. Ik was onder de indruk van het bijzondere verhaal van de Nederlandse consul in Kaunas in Litouwen, Jan Zwartendijk, die in samenwerking met de Japanse consul Chiune Sugihara in het begin van de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden redde door ze van visa voor Curaçao te voorzien, totdat de Duitsers Litouwen bezetten. De route was dan dwars door de Sovjet-Unie en China naar Kobe, Japan. Ook Sjanghai was voor velen, ook via andere routes, een eindpunt. In Sjanghai beschouwde de Japanse bezetter de gevluchte Joden (geschat wordt dat het er ongeveer 20.000 waren) als stateloos en verordonneerde dat ze binnen een bepaald gebied van ongeveer 2,5 vierkante km in het district Honkou moesten verblijven, en dit gebied alleen met een pasje mochten verlaten. Het Joodse getto van Sjanghai. Jan Brokken schrijft erover, met name in de hoofdstukken 35 en 36.

Ik was de eerste twee weken van dit jaar in Sjanghai om onze zoon te bezoeken. Ik herinnerde mij die Sjanghai-passages, en ook dat er een museum was gewijd aan dit onderwerp, het Shanghai Jewish Refugees Museum. Het bleek makkelijk te vinden, zowel de Lonely Planet als de Rough Guide reisgids vermeldt het. Metrolijn 12 stopt er vrijwel 'voor de deur' (maar dan ondergronds). Ik keek er even rond, en ook in de buurt. De toegang voor het museum kost 20 元 (ca. 2,60 €).



Het museum is gevestigd aan Changyang Road (vroeger: Ward Road) in de vroegere Ohel Moshe synagoge, gebouwd door Russische joden.



Er is een website (link) met een algemene beschrijving, een weergave van in bezit zijnde documenten, foto's en kranten, en een pagina waar op naam naar Sjanghainese Joodse vluchtelingen gezocht kan worden.

De begane grond ademt nog (denk ik) de sfeer van de synagoge. Houten banken en een Heilige Arke met voorhangsel. Ik begreep dat dit naoorlogs is, een geschenk van de staat Israël. Toen wij er waren werd een groep Chinese belangstellenden rondgeleid, helaas voor ons in het Chinees.





Op de eerste verdieping was een wisseltentoonstelling die ook al elders te zien is geweest, The Last Swiss Holocaust Survivors. Grote, indringende portretfoto's, en bijschriften in het Chinees. Maar er was een QR-code (ALLES in China werkt met QR-codes) waarmee je multi-lingual content kon bekijken. Hier is de Engelstalige website (link).

Verder was er aandacht voor 3 joodse vluchtelingen (Jacob (Jakob) Rosenfeld, Hans Miller (Müller) en Richard Frey, die na de oorlog (toen de meeste joodse vluchtelingen afreisden naar Palestina/Israël of de Verenigde Staten) verkozen om in China te blijven.

Achter de synagoge zijn twee kleine bijgebouwtjes, die ook als tentoonstellingsruimte fungeren. Het eerste gebouwtje geeft vooral aandacht aan getuigenissen, verhalen van vroegere vluchtelingen, ook worden er naamborden, oude kranten en andere parafernalia getoond.
Het tweede gebouwtje biedt meer een globaal overzicht van het leven in het getto, joden samen met Chinezen.
Het is een klein maar waardevol museum, goed dat ik er langs ben gegaan.

De omgeving van het museum is (zoals eigenlijk alles in Sjanghai) ongelooflijk veranderd. Vrijwel naast het museum staan wolkenkrabbers en zoals gezegd is er sinds een aantal jaren een metrostation. Toch is er nog wat te zien, in de directe omgeving.


Links op de foto de voormalige synagoge.

De folder The Jews in Shanghai vermeldt vijf bekijkenswaardige punten.



1. De huizen Zouhan Road 1-81 en Huoshan Road 71-95. Hier woonden joodse vluchtelingen, die er ook hun handel dreven. Het stond bekend als Little Vienna. Het zijn woningen die via gemeenschappelijke entrees en trappen bereikbaar zijn. Hier en daar schijnen in de deurposten nog gaatjes te zitten waar mezoeza's waren aangebracht. Ik heb dat overigens niet gezien. Een plaquette geeft aan waar ooit Michael Blumenthal woonde. Het is een eenvoudige buurt. In het trottoir van deze straten ligt om de paar meter een speciale tegel, die aan het verblijf van de joodse vluchtelingen herinnert.


Zouhan Road 1-81




Huoshan Road 71-95



2. Op 57 Huoshan Road bevond zich het Broadway Theatre, met daarboven Mascot Roof Garden, waar joodse musici concerteerden. Nu is er de Drunk Fish Bar.



3. Een eindje terug, schuin aan de overkant tegenover Zoushan Road ligt nog steeds Huoshan Park. Het is niet groot, hier werd samengekomen en gerecreëerd. Er staat in het park een gedenkteken.





4. Aan de overkant was op nummer 119 - 121 het American Jewish Joint Distribution Committee gevestigd, een hulporganisatie die de vluchtelingen hielp.



5. Terug op Changyang Road is er dan nog het vroegere Ward Road Heim. Dit was de grootste van zeven speciaal opgezette accommodaties (eigenlijk: kampen), waar ongeveer 1000 vluchtelingen woonden.



Tegenover het museum is er het koffiehuis Zum weissen Rössl, dat ook dient als museumcafé. Het is een 2015-replica van het oorspronkelijke café, dat in 2009 moest wijken voor de verbreding van Changyang Road, 100 meter verderop. Na de oorlog was het jarenlang een kraamkliniek. Naar verluidt zijn de deuren, ramen en de trapleuning origineel. Ook is er nog een oorspronkelijke tafel plus bijbehorende stoelen.





Ik had voor de gelegenheid wel een Wiener melange willen nemen, maar die hadden ze niet. Dus het werd een Americano. En ik kocht een ansicht met daarop de oorspronkelijke cafédeur.