15 mei 2015

Ons tentje



Dit tentje kochten we in 1983. We zijn er jaren mee op vakantie gegaan. Wandelen met de rugzak door Frankrijk, vliegen naar Kreta, met de auto in Schotland, enzoverder. En toen werd we een gezin, en moesten we een grotere tent. Ook met veel plezier gedaan, altijd.
Nu zijn we weer met 2. En we gaan dit jaar voor het eerst weer met ons tentje.
Gisteren hebben we hem even opgezet om te kijken of alles het nog deed, en om hem weer waterdicht te maken. 1 rits moet vervangen. Ondertussen hebben we wel 2 campingstoeltjes en een 2-pits gastoestel gekocht, dat wel. Maar dat is het dan ook wel ongeveer. Toen de tent stond had ik meteen weer zin in kamperen. Nog 2 maanden wachten.

14 mei 2015

Ik zag: Een pure formaliteit



Deze hadden we nog tegoed, want eerder was de voorstelling afgelast wegens een hernia van Porgy Franssen. De voorstellingen van Orkater zijn altijd bijzonder. In deze voorstelling Pierre Bokma en Porgy Franssen op 1 toneel! Beide spelers zie ik graag, dit was de eerste kans om ze samen te zien. Bokma als verwarde schrijver, carrière voorbij, een psychologisch snel afbrokkelende verwarde man, emotioneel, vuile kleren, met gaten in de herinnering, die van moord verdacht wordt, Franssen als een nauwkeurig argumenterende en sprekende, beheerste Adriaan van Dis-achtige commissaris van politie, in control, ook nog eens een groot fan van de schrijver. Ik vond het mooi gespeeld, deze twee tegenpolen. Heeft de schrijver de moord gepleegd? Hij kan het zich niet herinneren, de situatie wordt steeds verwarder. Aan de hand van citaten uit het werk van de schrijver wordt deze door de commissaris in het nauw gedreven. Het decor was groot en imposant. Beton, een onbereikbare liftdeur, niet-werkende telefoons, stoeltjes als in een wachtruimte. Ontsnapping onmogelijk. Persoonlijk puntje: zoals gebruikelijk bij Orkater was er ook muziek, in dit geval maar liefst 8 cello's, die als het ware de geestestoestand van de spelers met muziek illustreerden. Voor mij was de tekst daardoor af en toe niet geheel goed verstaanbaar. Maar dat kan ook aan mijn oorpiep liggen. Of juist de bedoeling zijn geweest.

13 mei 2015

Verder terug dan dit gaat het niet


Iedereen heeft wel eens nagedacht over wat nu zijn of haar eerste herinnering is. Het probleem is vaak dat deze eerste herinneringen niet gekoppeld zijn aan een duidelijk dateerbaar voorval, zoals een Kerstviering, of de vierde verjaardag. Zo is het ook met mij. Ik heb een aantal 'vroegste' herinneringen, maar ik weet niet zeker welke daarvan écht de vroegste is. Ik denk de hiernavolgende. Ik ben dan drie jaar.

Ik zit onder de eettafel, op de grond met een blikken speelgoedtrammetje. De kleuren zijn beige met rood. Op de grond ligt Jabo, een harde, harige vloerbedekking. De deuken daarvan in mijn blote knieën! Aan tafel zitten mijn moeder en tante Suzan. Ze praten en lachen. Ik zie hun benen en jurken. Ik speel met mijn trammetje. De naad tussen de banen vloerbedekking is de rails. Het is een lange, rechte rails, dus het moet lijn 11 zijn, van het station naar het strand. Ik rijd de tram heen en weer.

Jammer dat ik dat trammetje niet meer heb. Het was ongeveer die van de foto, maar er zaten geen mensen in.

12 mei 2015

De eerste boekhandel ná Groningen, de laatste vóór Maastricht



Mooi. Er zit weer een boekhandel in het pand van Verwijs.

Op de hoek van de Herengracht en de Prinsessegracht in Den Haag 'hoort' een boekhandel te zitten. Eerst zat daar Verwijs, maar die verhuisde via het Buitenhof naar de Passage, ging op in Selexyz en ten onder in Polare, treurig eindigend in het pand van De Slegte in de Spuistraat. Na het faillisement van Polare is die Haagse tak overgenomen door Paagman. Van Stockum (nog zo'n naam in Den Haag) kwam van Buitenhof, via Venestraat en Korte Poten in het Verwijspand te zitten. Onlangs zijn zowel Paagman als Van Stockum naar nieuwe panden in het centrum getrokken, en in het Verwijspand zit nu (de merknaam Verwijs is nu eigendom van Paagman): Douwes. Ik vind het fijn. Er kunnen niet genoeg echte boekhandels zijn, in deze tijden van bolpuntdinges en top10-handelaren. Douwes ligt prima, vlakbij het station, in de loop naar het centrum. Eigenlijk is het voor de lezende treinreiziger de eerste boekhandel ná Groningen, of de laatste vóór Maastricht. Ik keek er afgelopen zaterdag even rond. Het rook nog nieuw en de kasten waren nog niet helemaal gevuld. Maar ze hadden wél het boek waar ik naar zocht. Meteen gekocht, dus. Verder lopend richting tram passeerde ik Paagman en Van Stockum. En omdat ik het altijd plezierig vind even in boekhandels rond te kijken, en moeilijk om zonder boek weer naar buiten te gaan, ... u begrijpt me.

11 mei 2015

Ik herlas Het Bureau 2 - Vuile handen



En nu heb ik deel 2 herlezen. Het is weer net zo fijn, misschien wel fijner dan in 1997, toen ik het voor het eerst las. Dit is het deel van veranderingen. Beerta is opgevolgd door Balk, Het Bureau verhuist van de Nieuwe Hoogstraat naar de Keizersgracht, Maarten en Nicolien van de Lijnbaansgracht naar de Herengracht, en de middagmelk van Maarten zit niet meer in een fles maar in een pak. Maarten gaat zich verantwoordelijk voelen en ondanks de bezwaren van Nicolien komen Sien, Tjitske en Manda in zijn groep.

De dialogen in dit boek zijn weer meesterlijk, vilein. Wat ik ook erg goed vind zijn de beschrijvingen van wat ik noem de kleine weemoed. De scène bijvoorbeeld waarin Maarten voor het laatst, alleen, door het verlaten oude Bureau loopt, en in afwachting van de verhuizers in de tuin gaat zitten, vind ik prachtig.

Er worden ook weer steken en steekjes uitgedeeld, ook aan de eigen uitgeverij Van Oorschot. Bij het verhuizen van de spullen van Beerta stuit Maarten op een voorraad niet-verkochte exemplaren van een door Beerta geschreven boek.

Hij pakte een lege kist van een stapel in de hoek en zette die op een stoel, naast het bureau van Beerta.
'Moet dat nu al?' vroeg Beerta geschrokken.
'Zo langzamerhand moet het wel eens.'
'Kan die machine er niet uit blijven tot die mannen komen?'
'Als je nou eens begon met die stapels op je bureau en in die vakken,' stelde Maarten voor, hij monsterde het bureau op de problemen die het nog op kon leveren. 'Wat zit er eigenlijk in die kastjes?' Hij hurkte voor de deurtjes aan de zijkant.
'Niets. Laat die kastjes nou maar.'
Maarten negeerde dat. Hij opende de deurtjes. Het kastje was tot bovenaan toe gevuld met vergeelde, ongebonden katernen. Hij nam
er een stapeltje uit en bekeek het. 'Je Zeeuwse boekje,' zei hij verrast.
'Ja, dat is mijn Zeeuwse boekje,' zei Beerta berustend.
'Hoe komt dat hier?' - hij keek op.
'Die heb ik van de uitgever gekocht toen hij ze wilde verramsjen. Die schande is me in ieder geval bespaard gebleven.'
'Maar dat is toch geen schande?'
'Dat is een schande! Wacht maar tot het jou zelf nog eens overkomt, dan zul je begrijpen wat ik bedoel.'


Het kan bijna niet anders of dit is een impliciete verwijzing naar het verramsjen van Bij nader inzien, door Van Oorschot. Dit heeft, samen met de eerdere, afwijzende reactie van Van Oorschot op het manuscript van Binnen de huid, gezorgd voor een jarenlange brouille tussen Voskuil en zijn uitgever. Opmerkelijk is wel dat deze verramsjing plaatsvond begin 1969, dus vóór de scène hierboven, die halverwege dat jaar speelt. De verramsjte boeken hebben nog jaren bij De Slegte gelegen.
Spijtig genoeg heb ik toen geen exemplaar gekocht. Een studievriend van mij was slimmer. Bij hem staat nog steeds een mooie twee-delige editie van Bij nader inzien in de boekenkast, voor een paar gulden gekocht.

Dit tweede deel is met 575 bladzijden het op één na dunste deel uit de reeks. Snel beginnen aan deel 3, ruim 800 pagina's!

10 mei 2015

Vivaldi recomposed



En weer was het zo dat ik eigenlijk niet van plan was hier naartoe te gaan. Maar de voorstelling waar ik wel naartoe wilde was afgelast. E. zei: "zullen we dan naar Het Nederlands kamerorkest gaan?". Ik had zoiets van: Vivaldi met zijn Jaargetijden, dat ken ik wel. Maar goed, toch gegaan. Om de avond in stijl te beginnen aten we eerst een pizza Quattro Stagioni. Toen naar het theater. Ik vat het samen: het was GEWELDIG. Lees hier iets meer. Vivaldi, maar dan anders. Eerst het Kamerorkest zelf, met Lente, daarna een arrangement van Piazolla's 'cuatro estaciones'. Vervolgens samen met een improviserend trio o.l.v. Tim Kliphuis die de Jaargetijden speelden in verschillende stijlen, jazzy, Russisch, Amerikaans, Afrikaans. Na de pauze de "re-composition" van Max Richter door Daniel Hope en het orkest. Beetje Reich-Glass-achtig. Bij de toegift stond iedereen samen op het toneel voor een improvisatie, met orkest, zonder uitgeschreven noten dus. Na een een beetje aarzelend begin ging dat heel leuk. Mooi. Alle, ja ALLE onderdelen van het programma waren bijzonder. Blij dat ik het gezien en gehoord heb. Met een lach op het gezicht weer met de fiets naar huis.
Vanmiddag nog in de Philharmonie in Haarlem, lees ik. Haarlemmers, doe Uzelf een plezier. Het kan nog nét.
Update: Die kans is nu voorbij.

01 mei 2015

Het dunste Voskuil-boek ooit



Vanmiddag ontving ik deze kleine uitgave. Het is, denk ik, het dunste Voskuil-boekje ooit. Voskuil schreef een aantal forse boeken. Zijn debuut, Bij nader inzien, telt 1207 pagina's. Voskuils bekendste boek, Het Bureau, beslaat 7 delen en telt ruim 5000 pagina's.
Dit boekje (met toestemming van Lousje Voskuil-Haspers uitgegeven door het Haarlemse drukkerscollectief de Hof van Jan) telt vier bladzijden, waarvan één de eigenlijke tekst bevat, een 12-regelig gedicht dat eerder verscheen in 1951, in Propria Cures. Toentertijd studeerde Voskuil Nederlands aan de UvA.
In februari j.l. had ik het gedicht zelf al gezien, toen ik in de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam een aantal jaargangen PC doorwerkte. En nu is het dan officieel herdrukt.

Op de site van De Hof van Jan staat dat dit het enige gedicht is dat Voskuil ooit publiceerde. Dat is niet helemaal waar.
In Bij nader inzien is er sprake van een gedicht 'over nylonkousen'.
Het titelloze gedicht heeft als beginregel 'Als ik groot ben' en werd door Voskuil kennelijk tijdens zijn studie geschreven. In Bij nader inzien (p. 1193) staat beschreven hoe Maarten Koning het aan Chris van Heel schenkt, die het wil opnemen in een bundel met bijlage 'anonieme poëzie van het volk'. Chris van Heel is gemodelleerd naar de kunstenaar-dichter Chr. J. van Geel, deze publiceerde het uiteindelijk in 1963 in het tijdschrift Barbarber, met vermelding van Voskuils naam. Het gedicht werd opnieuw gepubliceerd in Van Geels bundel Dank aan de koekoek, wordt vermeld in een interviewbundel Lam naast leeuw, en is momenteel beschikbaar in Van Geels Verzamelde Gedichten (p. 782).