In de Thomas Schwenckestraat, een stille zijstraat, staat de buurtkerk Bethel. Daar schuilt sinds 26 oktober de Armeense familie Tamrazyan. Zij vinden Armeniƫ te onveilig, overigens net als mijn eigen Armeense overburen, en willen graag in Nederland blijven. Ze wonen hier inmiddels negen jaar, de oudste dochter studeert econometrie. Twee keer werden ze door de rechter in het gelijk gesteld, en twee keer ging de Staat in beroep. Het zal juridisch wel kloppen, maar ik vind dat de Staat terughoudend moet zijn met dit soort beroepen, vanwege de grote machtsongelijkheid. Het gaat niet aan vluchtelingen 'kapot te procederen'. Vlak voor Kerstmis nog liet staatssecretaris Harbers weten geen gebruik te zullen maken van zijn discretionaire bevoegdheid, hoewel er kennelijk nieuwe feiten zijn aangaande de veiligheid van het gezin. Er is geen plaats in de herberg. Er wordt nu een doorlopende kerk- en gebedsdienst gehouden. De daad bij het Woord.
Vanmiddag was ik (niet-gelovig) er ruim een uur bij aanwezig, en luisterde naar een preek, verhalen, een gedicht. Onzeker, zoekend, probeerde ik mee te zingen met de liederen, als steunbetuiging.
Wat zal de uitkomst zijn? Die is vooralsnog onzeker. Een gezin schuilt voor de overheid, op iets meer dan vier kilometer van het Binnenhof. De dominee omschreef de situatie niet als een strijd, maar als een impasse, een tijdelijk rustpunt voor de familie. Het is natuurlijk niet oneindig. Het moet natuurlijk niet oneindig zijn. Inmiddels kijkt de wereld wel mee. Ik hoop dat er snel duidelijkheid zal komen, op een barmhartige manier.