
Dit is een ongewoon boek. De schrijver heeft hier een al in een eerder boek verteld verhaal verzelfstandigd. In wezen is het een remix van onderdelen uit De tandeloze tijd. Daarover straks. Eerst het boek zelf. Het heeft kenmerken (vorm, titel, plot) van een thriller, en het is ook ongemeen spannend geschreven. Toch is het geen echte thriller, daarvoor is het verhaal te ingewikkeld en de taal te virtuoos. Thomas Ross, Saskia Noort en Esther Verhoef zijn voor een verhaal als dit veel te beperkt. Dit boek komt schijnbaar een beetje traag op gang, maar opeens merk je: AFTh heeft je bij de lurven, het boek moet uit! Het eigenlijke verhaal, de 'gipsmoord' is eerder verteld als onderdeel van De tandeloze tijd (vooral: Onder het plaveisel het moeras), waaruit AFTh het gelicht heeft. De personages zijn dus ook bekend: Albert, Flix en Thjum. In dit boek komt ook het duistere verhaal van de Napolitaanse kinderhandelaar Gesù Porporà meer naar voren.
De vraag is: waarom dit boek, op deze manier? Ik weet dat niet, maar kan een aantal redenen bedenken:
1. AFth wisselt van uitgever, en had nog laatste verplichtingen
2. AFth wil De tandeloze tijd nieuw leven inblazen, er komen namelijk ooit nog een vijfde deel (Da Vinci op de Veluwe), een epiloog en wellicht een satellietboek, zo verklaarde hij bij verschillende gelegenheden
3. AFTh was niet tevreden over de vorm van met name het derde deel van DTT, waaruit het grootste deel van Doodverf gelicht is en maakte daarom deze nieuwe versie
4. AFTh is op zoek naar een nieuw lezerspubliek, dat meer gewend is aan rechttoerechtaan-verhalen
Hoe het ook zij, dit was dus een wat mij betreft geslaagd meeslepend boek. Het laat ook nog eens zien hoe ingenieus De tandeloze tijd toch in elkaar zit. De hier gegeven tekst is voorzover ik nu zie afkomstig uit Vallende ouders, Het hof van barmhartigheid, Onder het plaveisel het moeras, De gevarendriehoek en Advocaat van de hanen. Boeken die destijds jaren na elkaar zijn verschenen. De teksten zijn op volgorde gezet, deels herschreven en uitgebreid. Ik heb daar steeksproefgewijs naar gekeken, maar een student Nederlands moet daar nog maar eens een keer het zijne of hare over zeggen, mij voert dat nu te ver. Wat hier wel ontbreekt zijn de labyrintische verknopingen met andere verhaallijnen, die voor mij overigens DTT juist ook zo aantrekkelijk en bijzonder maakten. Het leven in de breedte.