28 januari 2020

Het stoomschip Duivendyk

De opa van E. had als liefhebberij schilderen. Ik herinner mij diverse schilderijen, die in zijn huis hingen. Het waren eigenlijk allemaal zeeschappen, en als leek zeg ik: best goed getroffen, het waren echte zeeën. Het (mij) meest aansprekende schilderij was ongeveer een meter twintig bij 60 centimeter, met daarop een schip op de oceaan. Het hing bij E's opa boven de bank. Na het overlijden van de beide grootouders, begin jaren 90, stond het bij E.'s vader jaren op zolder. Vorig jaar is het in ons bezit gekomen, en dit weekeinde heb ik het opgehangen, ook weer boven de bank. Het hangt daar goed, ik kijk er graag naar. Rechtsonder is het gesigneerd, en gedateerd: 20 Oct. '59.
Ik keek nog eens goed en zag de naam van het schip geschilderd op de boeg: Duivendyk.





Voor een modern mens op zoek naar een infosnack ligt het daarna voor de hand deze naam eens te googelen. Zie hier, geen twijfel mogelijk, het was een bestaand schip; de afbeeldingen laten hetzelfde schip zien. Het schip is in 1929/30 in Hamburg is gebouwd en is in de vaart gekomen als Vancouver. Een koopvaardijschip met passagiersaccommodaties. In 1940 werd het op Curaçao vanwege de uitgebroken oorlog met Duitsland door Nederland in beslag genomen. Tijdens de oorlog opereerde het als de Curaçao vanuit Canada. Na de oorlog is het schip aan de Holland-Amerika Lijn ter beschikking gesteld, en werd het gedoopt: Duivendijk, vanaf 1953: Duivendyk. In 1959 werd het naar Hong Kong verkocht, en is het in Tokio gesloopt. Op twee andere pagina's (1 en 2) is nog wat verdere info te vinden, ook over het interieur van het schip, en over de dekindeling.



Leuk om zo wat te lezen over een schip dat nu bij ons boven de bank hangt. Waarom schilderde E.'s opa juist dit schip? E.'s vader voer eind jaren 50 op de HAL, maar op een ander schip, de Nieuw Amsterdam. Misschien stond er in 1959 een foto in een bedrijfsblaadje, bij gelegenheid van de verkoop en sloop. We weten het niet en we zullen het niet weten.

19 januari 2020

Het vroegere Joodse getto in Sjanghai

Eind 2018 las ik De rechtvaardigen van Jan Brokken. Ik was onder de indruk van het bijzondere verhaal van de Nederlandse consul in Kaunas in Litouwen, Jan Zwartendijk, die in samenwerking met de Japanse consul Chiune Sugihara in het begin van de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden redde door ze van visa voor Curaçao te voorzien, totdat de Duitsers Litouwen bezetten. De route was dan dwars door de Sovjet-Unie en China naar Kobe, Japan. Ook Sjanghai was voor velen, ook via andere routes, een eindpunt. In Sjanghai beschouwde de Japanse bezetter de gevluchte Joden (geschat wordt dat het er ongeveer 20.000 waren) als stateloos en verordonneerde dat ze binnen een bepaald gebied van ongeveer 2,5 vierkante km in het district Honkou moesten verblijven, en dit gebied alleen met een pasje mochten verlaten. Het Joodse getto van Sjanghai. Jan Brokken schrijft erover, met name in de hoofdstukken 35 en 36.

Ik was de eerste twee weken van dit jaar in Sjanghai om onze zoon te bezoeken. Ik herinnerde mij die Sjanghai-passages, en ook dat er een museum was gewijd aan dit onderwerp, het Shanghai Jewish Refugees Museum. Het bleek makkelijk te vinden, zowel de Lonely Planet als de Rough Guide reisgids vermeldt het. Metrolijn 12 stopt er vrijwel 'voor de deur' (maar dan ondergronds). Ik keek er even rond, en ook in de buurt. De toegang voor het museum kost 20 元 (ca. 2,60 €).



Het museum is gevestigd aan Changyang Road (vroeger: Ward Road) in de vroegere Ohel Moshe synagoge, gebouwd door Russische joden.



Er is een website (link) met een algemene beschrijving, een weergave van in bezit zijnde documenten, foto's en kranten, en een pagina waar op naam naar Sjanghainese Joodse vluchtelingen gezocht kan worden.

De begane grond ademt nog (denk ik) de sfeer van de synagoge. Houten banken en een Heilige Arke met voorhangsel. Ik begreep dat dit naoorlogs is, een geschenk van de staat Israël. Toen wij er waren werd een groep Chinese belangstellenden rondgeleid, helaas voor ons in het Chinees.





Op de eerste verdieping was een wisseltentoonstelling die ook al elders te zien is geweest, The Last Swiss Holocaust Survivors. Grote, indringende portretfoto's, en bijschriften in het Chinees. Maar er was een QR-code (ALLES in China werkt met QR-codes) waarmee je multi-lingual content kon bekijken. Hier is de Engelstalige website (link).

Verder was er aandacht voor 3 joodse vluchtelingen (Jacob (Jakob) Rosenfeld, Hans Miller (Müller) en Richard Frey, die na de oorlog (toen de meeste joodse vluchtelingen afreisden naar Palestina/Israël of de Verenigde Staten) verkozen om in China te blijven.

Achter de synagoge zijn twee kleine bijgebouwtjes, die ook als tentoonstellingsruimte fungeren. Het eerste gebouwtje geeft vooral aandacht aan getuigenissen, verhalen van vroegere vluchtelingen, ook worden er naamborden, oude kranten en andere parafernalia getoond.
Het tweede gebouwtje biedt meer een globaal overzicht van het leven in het getto, joden samen met Chinezen.
Het is een klein maar waardevol museum, goed dat ik er langs ben gegaan.

De omgeving van het museum is (zoals eigenlijk alles in Sjanghai) ongelooflijk veranderd. Vrijwel naast het museum staan wolkenkrabbers en zoals gezegd is er sinds een aantal jaren een metrostation. Toch is er nog wat te zien, in de directe omgeving.


Links op de foto de voormalige synagoge.

De folder The Jews in Shanghai vermeldt vijf bekijkenswaardige punten.



1. De huizen Zouhan Road 1-81 en Huoshan Road 71-95. Hier woonden joodse vluchtelingen, die er ook hun handel dreven. Het stond bekend als Little Vienna. Het zijn woningen die via gemeenschappelijke entrees en trappen bereikbaar zijn. Hier en daar schijnen in de deurposten nog gaatjes te zitten waar mezoeza's waren aangebracht. Ik heb dat overigens niet gezien. Een plaquette geeft aan waar ooit Michael Blumenthal woonde. Het is een eenvoudige buurt. In het trottoir van deze straten ligt om de paar meter een speciale tegel, die aan het verblijf van de joodse vluchtelingen herinnert.


Zouhan Road 1-81




Huoshan Road 71-95



2. Op 57 Huoshan Road bevond zich het Broadway Theatre, met daarboven Mascot Roof Garden, waar joodse musici concerteerden. Nu is er de Drunk Fish Bar.



3. Een eindje terug, schuin aan de overkant tegenover Zoushan Road ligt nog steeds Huoshan Park. Het is niet groot, hier werd samengekomen en gerecreëerd. Er staat in het park een gedenkteken.





4. Aan de overkant was op nummer 119 - 121 het American Jewish Joint Distribution Committee gevestigd, een hulporganisatie die de vluchtelingen hielp.



5. Terug op Changyang Road is er dan nog het vroegere Ward Road Heim. Dit was de grootste van zeven speciaal opgezette accommodaties (eigenlijk: kampen), waar ongeveer 1000 vluchtelingen woonden.



Tegenover het museum is er het koffiehuis Zum weissen Rössl, dat ook dient als museumcafé. Het is een 2015-replica van het oorspronkelijke café, dat in 2009 moest wijken voor de verbreding van Changyang Road, 100 meter verderop. Na de oorlog was het jarenlang een kraamkliniek. Naar verluidt zijn de deuren, ramen en de trapleuning origineel. Ook is er nog een oorspronkelijke tafel plus bijbehorende stoelen.





Ik had voor de gelegenheid wel een Wiener melange willen nemen, maar die hadden ze niet. Dus het werd een Americano. En ik kocht een ansicht met daarop de oorspronkelijke cafédeur.

31 december 2019

Boeken 2019



Het lijkt me duidelijk, weer minder bladzijden gelezen dan vorig jaar. Als verklaring voer ik aan dat er veel gebeurd is dat mij van het lezen (en andere zaken) afhield. Niets aan de hand, ik vind het gewoon aardig om die getallen bij te houden. Ik las wel meer boeken. Gemiddeld zijn ze dus dunner geworden, dit jaar 227 blz.
Ik las één boek van meer dan 1000 bladzijden, namelijk De Russische romans, deel 2, 1933-1939, van Nabokov. Daar zitten wel vier romans en een novelle in, maar hier telt hij als 1.

Ik heb het al eerder gemeld, ik houd een boekenschriftje bij, sinds 1 januari 1990. Nu dus dertig jaar. Eerste uitgelezen boek was toen Aan het woord, van Harry Mulisch.



En dat administreren gaat nog steeds door, de teller staat nu op 1420 uitgelezen boeken. Jammer dat het boekenschrift begint op 1 januari 1990, en niet op 6 juli 1954.

Dit jaar heb ik dus 49 boeken uitgelezen. Het onderscheid is niet altijd duidelijk, maar ik reken 40 boeken als bellettrie, 9 als meer zakelijk proza. Dit jaar las ik geen gedichtenbundel uit. Ik las 4 boeken in het Engels, en 9 vertaalde titels.

Dat waren de getallen. Goede boeken die ik las waren onder andere (in de volgorde waarin ik ze las): Josph Roth en Stefan Zweig - Elke vriendschap met mij is verderfelijk, Jonathan Coe - Middle England, Vladimir Nabokov - De gave (onderdeel van het eerder genoemde De Russische romans, deel 2, 1933-1939 en Marijke Schermer - Liefde, als dat het is.

Dit was het boekenjaar 2019, volgend jaar weer een boekenjaar!

29 december 2019

50 jaar Abbey Road



Na Pepper en White Album was afgelopen september Abbey Road 50 jaar, en dus aan de beurt voor Anniversary Editions. Ik kocht de Anniversary Super Deluxe Edition, met vier schijfjes.

Het is weer een prachtige uitgave. Een kartonnen doos op lp-formaat, met daarin een schitterend boek van 100 bladzijden, tjokvol achtergronden, foto's, facsimiles en opnamedetails van ieder nummer. Zelf vind ik vooral dat laatste interessant, uitgebreide en in sommige gevallen verbeterde informatie ten opzichte van het onvolprezen The Complete Beatles Recording Sessions van Mark Lewisohn, zoals al eerder gezegd nog steeds een geweldig boek maar inmiddels aan een update toe, wat Lewisohn zelf overigens beaamt. Opvallend vond ik dat in een aantal gevallen in de tekst weer verwezen wordt naar nog andere opnamen, hier niet opgenomen maar 'nog beter'. Tja, die worden kennelijk bewaard voor de 75 Years Edition.

cd1: new stereo mix
Een nieuwe mix van het album door Giles Martin. De vraag is, was dat echt nodig? Misschien niet, Abbey Road is de eerste Beatles-lp die met 8 sporen werd opgenomen, wat de beperkingen van Pepper en White Album wegnam, en het geluid is vanwege de in 1969 nieuwe solid-state apparatuur altijd bijzonder geweest. Eigenlijk de eerste rockplaat van de seventies, lees ik. Dat gezegd hebbend is het toch genieten van deze kristalheldere mix, waar ik tóch weer prachtige dingen hoorde. Vooral bas en drums zijn nu geweldig, gebruikmakend van de mogelijkheden die je op vinyl niet had. Luister naar de geniale bas van McCartney in Come Together, de hypnotiserende riff door John en George, en de geluidsstorm van John op Moog synthesizer in I Want You (She's So Heavy), Ringo's drumwerk in She Came In Through The Bathroom Window, luister naar de medley op 'kant 2', luister naar alles.

cd2-3: sessions
Deze plaatjes bevatten weer veel fraais. Ik pik er maar wat tussenuit. Het (voor mij) hoogtepunt is meteen de eerste track, I Want You (She's So Heavy). Hier een outtake (opmerkelijk genoeg juist NIET opgenomen bij EMI in Abbey Road, maar Trident Studios in Soho) met John en Billy Preston op maximaal volume. Dat leverde een klacht van de buren op, met John's reactie: “What are they doing here at this time of night? Well, we’ll try it once more very loud. And then if we don’t get it, we’ll try it quiet, like it might do it the other way. The loud one — last go. Last chance to be loud!”.
En er is meer: een prachtige, breekbare demo van Something (verschillend van die op Anthology 3), een geweldige outtake van The Ballad of John and Yoko, door (net als op de single) alleen John en Paul, Oh! Darling (take 4) met een wat zoetere zang. You Never Give Me Your Money, met een kort uitstapje naar The Fool On The Hill, alle drie takes van Her Majesty, nu dus mét laatste akkoord. Enfin, outtakes van elk nummer. Luisterplezier.



Op cd3 staat The Long One, dit is een proef-edit van de medley van kant 2, met Her Majesty nog tussen Mean Mr. Mustard en Polythene Pam. Mooi om te horen, als tussenfase in het opnameproces, maar het er tussenuit knippen van Her Majesty was de goede beslissing. Als eerbetoon aan producer George Martin staan op cd3 ook de instrumentale strijk/blazersarrangementen voor Something en Golden Slumbers/Carry That Weight.



Voor de preciezen: op deze cd's staan ook de Paul McCartney-demo's van Goodbye en Come And Get It voor Apple-artiesten Mary Hopkin en Badfinger. Come And Get It stond eerder op Anthology 3, beide nummers staan hier voor het eerst met de oorspronkelijke mix door Paul. Zeker, leuk om te horen, maar nooit bedoeld voor The Beatles, laat staan voor Abbey Road. Dan had een John Lennn-demo van Cold Turkey van begin september 1969 er eerder op gepast, John hoopte toen nog dat dit de volgende Beatles-single zou worden. Not. (Nu (enigszins ge-edit) te beluisteren op John Lennon Acoustic uit 2004.)

blu-ray 
Bevat 2 surround-mixen en een 96kHz/24bit High Res Stereo mix. Ik heb sinds kort een blu-ray speler, die zou dat aankunnen, maar ik heb verder geen 5.1 of 7.1 geluidsset, of een bioscoop. Terwijl ik naar deze vermeldingen op de doos kijk, denk ik aan het piepkleine hand-transistorradiootje dat ik eind jaren 60 had, hiermee hoorde ik deze geweldige plaat voor het eerst. Ook toen een geweldige ervaring.

Soon we'll be away from here
Step on the gas and wipe that tear away

19 december 2019

Deelder

Lotgenoten,

Ons gaan is een komen
Ons komen een gaan

De zin van het leven
is dat we vergaan

De wereld van iedereen
Niemand de baas

Het heden is eeuwig
Alles is waar

God of Jehova
Allah Jahweh

De één is de ander
De ander de één

Ontsteekt uw geweten
Kijkt om u heen

Het lot dat we delen
laat niemand alleen

J.A. Deelder



Jules Deelder is dood. Voor mij onverwacht, onlangs zag ik hem nog bij de viering van zijn 75e verjaardag.

Ik denk dat ik hem voor het eerst 'live' zag ergens rond 1978. Hij trad toen (niet aangekondigd) op in de kantine van de Aula van de (toen) TH Delft. Daar lunchten vooral natuurkundestudenten, misschien niet het meest voor de hand liggende publiek bij een performance van Deelder. Ik denk dat het georganiseerd was door Studium Generale, dat programma’s op het gebied van cultuur, techniek, maatschappij en wetenschap verzorgde (en verzorgt) die de wereld van de studenten verbreden. Ik was erbij, bij wijze van spreken tussen het college mechanica en het instructie-uur tensor-rekening. Jules klom op een kantinestoeltje en las een half uur lang op de hem kenmerkende manier gedichten voor. Een bijzondere lunch.

De laatste keer dat ik hem zag was 24 november j.l. in De Doelen, toen er een feestje was voor zijn 75e verjaardag. Een (studie)vriend (ja, van dezelfde studie als hierboven) belde en vroeg of ik zin had om te gaan. Het was een prima avond, met film, een DJ vooraf, veel jazz-muziek, met (o.a.) John Engels, Benjamin Herman, Hans en Candy Dulfer, Jules deed wat zang en trommelde op een snaredrum. Hans Dorresteijn deed een verhaaltje, de dag-burgemeester las een Arabisch gedicht voor, Loes Luca zong met Jules 'Diep in mijn hart', enzovoorts. Het geheel aan elkaar gepraat door Wilfried de Jong, die af en toe Jules ook nog wat vragen stelde. Zo'n avond.

Na afloop was er natuurlijk een drankje, en ik kocht de nieuwe bundel Hardgin, die ik liet signeren. Nu toch een beetje spijt dat ik de gelijknamige limited edition (1944 flessen) speciaal voor Jules gemaakte gin niet gekocht heb, maar ik wilde niet zeulen met een fles. Ik feliciteerde Jules met zijn verjaardag en zei dat ik het een leuke avond had gevonden. Oh ja? Mooi! was het antwoord.





13 december 2019

Lazarus



Deze week zag ik Lazarus, het laatste werk van David Bowie. Iets meer dan een maand na de première in New York overleed hij, in 2016. Sinds een paar maanden loopt deze musical (jawel) in DeLaMar. Regisseur Ivo van Hove, die in New York met Bowie samenwerkte, is ook in Amsterdam verantwoordelijk. Een jaar geleden kocht ik de kaarten. Het verhaal is een soort vervolg op The Man Who Fell To Earth, een boek dat ik niet gelezen heb en een film met David Bowie die ik wel gezien heb, maar mij nauwelijks herinner.

Ik zou zeggen: gaat dat zien. Het verhaal is niet gemakkelijk, niet lineair, maar hé, het is David Bowie. Er wordt door de acteurs goed gespeeld en (fijn) goed gezongen, knappe choreografie, geweldige videobeelden, de Bowie-nummers zijn opnieuw gearrangeerd, ik vond het prima versies, een band speelde live (met local hero Marc Schenk). Fijne Bowie-avond.