27 oktober 2012

Dagboek 1970



Toch weer een dagboekdeeltje van Jan Wolkers. Het vorige (Dagboek 1975) verscheen al weer 2 jaar geleden. Ik zie nu dat ik bij dat deeltje ongeveer de zelfde bezwaren aantekende die ik nu ook weer heb: er wordt nauwelijks iets gemeld over het schrijfproces, en over reizen, die in latere boeken verwerkt werden. In 1970 publiceerde Wolkers geen nieuw werk, maar werkte hij aan de samenstelling van Werkkleding, dat ik een aardig boek vind. Graag had ik daar meer over gelezen. Ook reisde hij een paar weken door Indonesië, wat later in De kus beschreven zou worden. Kennelijk hield Wolkers in die periode geen dagboek, of is dit er buiten gehouden. Jammer, toch. Jammer ook is de verklarende namenlijst achterin, die bepaald niet volledig is. En kan iemand mij vertellen waarom die dagboeken in een willekeurige volgorde lijken te verschijnen. 1974, 1969, 1972, 1976, 1967, 1975 en nu dan 1970. Voor de rest is het wel een onderhoudend boek. Wolkers is in 1970 wereldberoemd in Nederland door de bestseller Turks fruit uit 1969, houdt overal lezingen, werkt met Paul Verhoeven aan het filmscenario, bemoeit zich met de Vietnamoorlog en de bezetting van de kweekschool in Beverwijk, wandelt veel in de natuur, bezoekt regelmatig Texel, kijkt naar voetbal, en natuurlijk wordt er veel 'genaaid' en 'geneukt'.
Zeker niet de slechtste in de reeks, maar ook niet de beste. Middenmotertje, dus.

22 oktober 2012

Een man moge veel weten: een vrouw begrijpt alles

(Brieven aan Josine M. 1959-1975)

Naar aanleiding van het gedoe rondom de biografie van Reve

In 1986 overleed mijn broer. Dat was een drama, waar ik maanden van ontregeld ben geweest. Somber stapte ik door het leven.

Toen (her)las ik Brieven aan Josine M. Dat boek, meer dan wat of wie dan ook, trok mij uit dat sombere dal. Stuk voor stuk zijn het schitterend geschreven brieven, met humor, vrolijk, verdrietig, boos, over alledaagse zaken, over het schrijven, over kunst, over de liefde, over de betekenis van religie, over alles. Het is Reve's mooiste, openhartigste en veelzijdigste brievenboek. Helaas is het niet meer leverbaar.

Dit is mijn exemplaar.



In 1994 kwam een 'zeer vermeerderde' uitgave uit, die de briefwisseling completeerde tot het overlijden van Josine Meijer in 1982. Geannoteerd door Nop Maas.



Ik heb alles (op dure, bibliofiele uitgeven na) van Reve in huis en gelezen. Hij is de schrijver die mij heeft laten lachen, genieten, nadenken, tandenknarsen. Hij heeft mij ontroerd en geërgerd. Hij heeft mij, meer dan welke andere schrijver ook: geraakt. En dan behoor ik niet eens tot de groep van zijn beste lezers, de Internationale Huisvrouwen. Ik bedoel maar. Daarover, over waarom Reve een groot schrijver is (of niet), daarover zouden we het maar weer eens moeten hebben. En niet over zijn drankrekeningen.

Het is jammer dat Reve's biografie met zoveel herrie omgeven is.

20 oktober 2012

Symposium: 50 jaar Kort Amerikaans

Aantekeningen van een liefhebber



Het is 50 jaar geleden dat Kort Amerikaans verscheen. Ter gelegenheid daarvan werd gisteren (19 oktober, de vijfde sterfdag van Jan Wolkers) in Leiden een symposium gehouden, waarin door verschillende sprekers op verschillende aspecten van Jan Wolkers' debuutroman werd ingegaan. Ook was er een tentoonstelling van bijpassende tekeningen, schilderijen, brieven, manu- en typoscripten en andere parafernalia.

Ik was er bij, en ik was bepaald niet de enige. De zaal zat vol met liefhebbers.

Het Huygens Instituut heeft een fotopagina on-line, kunt U even kijken. Zoek Uw nederige blogger, dit keer achter een pilaar (maar vlak bij Karina!) :-)

Onno Blom, de biograaf van Wolkers (de Flash Gordon onder de biografen volgens Karina Wolkers) sprak over de biografische achtergronden van de roman en het schrijven van de roman. Met veel leuke toelichtende foto's, tekeningen, schilderijen. Veel roman-elementen blijken ontleend aan gebeurtenissen in het leven van Wolkers. De kunstacademie waar hij studeerde, de personages, de baantjes, en vooral: het overlijden van zijn oudere broer. Lees hoofdstuk 12. Nadat Wolkers zijn broer voor het laatst gezien had, liep hij naar huis en maakte onderweg een tekening, Laatste mogelijkheden, om de zon stil te laten staan en zijn broer daardoor niet te laten sterven.



Als ik op de Rijnsburgerweg rijd, denk ik er wel eens aan.

Peter Kegel (Huygens Instituut) vergeleek de twee versies van KA die bestaan. Twee versies? Ja, in 1979 (toen KA verfilmd werd) herschreef Wolkers het boek. Naar eigen zeggen was hij al langere tijd ontevreden over het boek zoals het bestond, met allerlei 'dramatische onvolkomenheden'. De naam van de hoofdpersoon werd veranderd van Erik in Eric, maar belangrijker is dat dialogen werden aangescherpt, 'literaire rim-ram' verwijderd, aanzienlijke stukken tekst aangepast, moeizame zinsconstructies herschreven, en er zelfs een nieuw hoofdstuk werd ingelast. Dit werd getoond met een tekstvergelijkingsprogramma, dat de verschillen en overeenkomsten tussen de (gedigitaliseerde) versies liet zien. Uiteindelijk telt de nieuwe versie zo'n 50.000 woorden, tegenover 60.000 in de oude.

En wat is er dan in die nieuwe versie gesneuveld aan tekstelementen? Volgens Kegel zijn dit veel verwijzingen naar de oorlog, de Bijbel (bijvoorbeeld Openbaringen 13), en literaire verwijzingen. Eric is minder belezen dan Erik. Hij komt ook minder empathisch over. Volgens Kegel zijn beide versies nodig voor een begrip van Wolkers en zijn schrijverschap.
Ik heb de 32e druk uit 1973 en de 40e, herziene druk uit 1979.

Schrijver Kees 't Hart sneed een paar onderwerpen aan: de 'oudere schrijver paradox', die inhoudt dat hoe ouder en bekender een schrijver wordt, hoe minder er over hem of haar geschreven wordt in termen van literaire kritiek. Ook Wolkers had dat, trad steeds meer op in tv-shows en gaf commentaar op steeds meer zaken. 't Hart pleitte voor hernieuwde literaire aandacht bij oudere schrijvers. (Overigens stond vorige week in de Volkskrant een nieuwe recensie van Kort Amerikaans: 4 van de 5 balletjes.) Het is nuttig om de plaats van Wolkers binnen het literaire modernisme opnieuw te onderzoeken.
Het boek is een typisch product van Wolkers' generatie, voor wie de oorlog als jongeling allesbepalend is geweest. Zingeving en religie is in veel gevallen gedoemd op niets uit te lopen, bij Wolkers werd religie door kunst vervangen als betekenisgevend. 't Hart lichtte de vele (misschien onbewuste) rituelen toe, die in het boek voorkomen en liet zelfs een Freudiaanse analyse op onderwerp en handelingen in het boek los. De rituelen, de strijd met de vader, de neuroses van Eric, die zich overal een buitenstaander voelt. Veel elementen uit 't Harts voordracht zijn ook al geformuleerd in het In memoriam, dat 't Hart in 2007 in De Groene publiceerde.

Ewout Kieft vergeleek KA met een roman van een andere schrijver van dezelfde generatie, De tranen der acacia's van Willem Frederik Hermans. Gemeenschappelijk is dat beide schrijvers de oorlog als buitenstaander hebben doorgemaakt. Dit leidde (vooral bij Hermans) tot een cynische beschrijving van deze oorlog. De personen in de boeken zijn buitenstaanders in hun eigen omgeving, ook na de oorlog. Voor Wolkers/Eric geldt dan in het bijzonder dat hij getekend is, met een litteken op de linkerslaap, het teken van Kaïn, waardoor hij altijd tekort zal schieten, en niet in staat zal zijn zijn broer te vervangen, die in het verzet zat.

Dick Matena hield een verhaal over de verstripping van KA. Waarom dit boek (weemoed, nostalgie), hoe het contact met Jan Wolkers tot stand kwam (min of meer via diens zoon), over de Leidse locaties die hij samen met Jan bezocht, en hoe ze een keer uit een kerk gezet werd wegens blasfemische teksten. Maar ook over zijn onvrede over de afwerking van het vorige deel, en hoe dat leidde tot een uitstel en (bijna) afstel van het derde deel van de strip.

Ook uitgenodigd was Derek de Lint, om te spreken over zijn hoofdrol in de film Kort Amerikaans uit 1979, maar door agendaperikelen kon dat niet doorgaan. In plaats daarvan sprak Karina Wolkers met Onno Blom over de ontmoeting met Wolkers in de zomer van 1962, over de publicatie van KA, de eerste kritieken (o.a. van Kees Fens), over de exploderende populariteit die hierop volgde, over de vriendschap met Gerard (van het) Reve in deze periode.

Toen was er gelegenheid tot vragen stellen: Wanneer komt de biografie? Hoe zit het met aangekondigde maar nooit gepubliceerde titels? Wat vonden Uw ouders er van dat U met zo'n oude man thuis kwam? Is er kans op een verfilming van Gifsla? Lijkt Rutger Hauer in de film Turks Fruit op Jan Wolkers? Enzovoorts en enzoverder.

Aan het eind van de middag waren er drie boekpresentaties. Onno Blom hield een mooie toespraak en presenteerde het eerste exemplaar van de jubileumeditie, de 54e druk van KA, en Henk Pröpper, directeur van De Bezige Bij presenteerde het derde stripdeel van KA en het nieuwe Dagboek 1970. Karina bedankte iedereen.

Toen was er gelegenheid om boeken aan te schaffen en te laten signeren. Ik kocht Dagboek 1970.



Ik vond het een prima, prima dag. Geacht Huygens Instituut, volgend jaar weer, bij gelegenheid van 50 jaar Een roos van vlees?

18 oktober 2012

Bekentenis aan Julien Delande



Even hand opsteken: wie heeft er gehoord van Sonja Witstein? Dit is haar enig-verschenen boek, geschreven in de oorlog, verschenen in 1946 en heruitgegeven in 1986. Daarnaast publiceerde Witstein een aantal verhalen in tijdschriften, vlak na de oorlog.

Op dit moment is geen werk van Sonja Witstein leverbaar. Bij mij staat dit boek al zo'n 25 jaar in de kast. Echtgenote las het 2 keer en bezwoer mij al jaren dat ik het ook moest lezen. Nu dan.

Deze novelle is een beschrijving, verklaring in briefvorm van een sadistisch-masochistische (stief)vader/dochter-relatie. En hoe dat kon en moest uitlopen op een moord. Geen moord uit wraak, maar een moord uit noodzaak. De dochter vermoordde de vader, als noodzakelijk gevolg van zijn strenge opvoeding. Hij hield haar immers voor:

Laat je geest een onherbergzaam oord zijn, waar geen ander zich vermag te vestigen. Vernietig degene, die door zijn voortdurende aanwezigheid een dodende besmetting veroorzaakt. Want iedere tweede wil een nieuwe moraal je geest binnendragen. Hoed je voor elke moraal. Ze legt de geest een willekeurige begrenzing op. Weet dat de schoonste waarden de onuitgesproken zijn. Zelfs hun bewuste opstelling in het brein hunner schepper vormt reeds het begin van hun aantasting. Iedere ordening doodt. Kies je een moraal uit, neem dan ofwel de meest decoratieve, want die werpt de grootste maatschappelijke baten af of, ben je al zover gevorderd dat je de stelsels meent te doorzien, houd je dan deze moraal voor die je het gevaar van nog dwazere doet omzeilen. Iedereen is vrij te onderzoeken, welke abstractie hem het dwaast voorkomten welk tegengif hij zich daartegen dient te doseren. Vergeet dus niet dat de moraal in het beste geval bij elke mens zelf begint en ook in hem weer dient te eindigen.

Deze paar zinnnen laten ook iets van de stijl van het boek zien. Heel precies geformuleerd. Een bijzonder thema, die vader/dochterverhouding, ik denk zeker voor de tijd waarin het verscheen. Na de oorlog voelde Witstein (overlevende uit Auschwitz) zich niet thuis in de nieuwe literatuur. Ze ging weer studeren en werd hoogleraar in Leiden.

King Lear



King Lear, misschien de grootste tragedie van Shakespeare. Verrassend, want gespeeld door Het toneel speelt, een gezelschap dat eigenlijk alleen Nederlandse stukken brengt. Het verhaal is bekend, dus dat ga ik niet herhalen.
De voorsteling is een integrale opvoering, zonder weglatingen, met 12 spelers. Op het toneel: een houten open kamer, als 'kasteel' en later een 'bos' bestaande uit neerhangende stoffen cilinders. Wat mij opviel is dat het stuk bestaat uit een serie echt geweldige speelscènes met veel inhoud, vanaf de opening, waarin Lear zijn dochter Cordelia verstoot, tot en met de slotscène, met de dode Cordelia en het sterven van Lear (zie plaatje). Het is natuurlijk geen vrolijk stuk, over list en bedrog, verraad en liefdeloosheid, uitmondend in zielloosheid en waanzin. En het loopt slecht, heel slecht af.
Ik vond dat er goed gespeeld werd. Daan Schuurmans (Edmond) was naar mijn smaak soms iets te guitig (en veranderde dan bijna automatisch in een soort Prins Bernard), maar vooral Jules Croiset (Gloster) en Mark Rietman (Lear) waren ijzer- en ijzersterk. De laatse scène werd zo indringend gespeeld dat ik (hoewel ik wist hoe het afloopt) echt, echt ontroerd was. Hulde!

PS: Jammer dat als er een TOPstuk van Shakespeare (ja mensen: DE Shakespeare) gespeeld wordt door een TOPgezelschap als Het toneel speelt, dat dan toch de zaal niet helemaal vol is. Het stuk loopt nog een week of 3, ik zeg: zet de tv uit en grijp Uw kans op een onvergetelijke avond toneel.

15 oktober 2012

Ben is overleden



Ik ontving een e-mail met dat zinnetje in de onderwerpregel.

Ben is overleden.

Een jaar of wat geleden kwam ik Ben tegen op internet, waar hij een blog volschreef. Nou ja, een blog, ik tel er een achttal, en misschien mis ik er dan nog een paar. Over van alles: over oude muziek, over boeken, over zijn jeugd in Limmen, over Dirkswoud, het dagelijks wel en wee, over schaken, en met en over zijn vriendin Alice. Vrijwel dagelijks.

Voorzover ik kan nagaan, is zijn laatste blogstuk van vorige week donderdag. Over Samuel Barber.

Ik meen dat Ben dit zijn mooiste stuk vond, in drie delen:







Ik sprak Ben voor het eerst persoonlijk bij de crematie van zijn vriendin Alice. Daarna dronken we nog een of twee keer een kop koffie, in Egmond. Ik vond Ben een aardige, lieve man.

Niet te vaak, maar wel met enige regelmaat hing hij in de mail, vaak net op het moment dat ik de pc wilde afsluiten, ver na twaalven. Met een opmerking over mijn eigen schrijfsels. Of over boeken die ik toch eens moest lezen. Om te beginnen: alles van Karel van het Reve! Ik ben er mee bezig, Ben.

Ben is overleden.

Ben was tamelijk nuchter over zijn eigen situatie. Ik heb niet lang meer. Dat was geen pose, helaas had hij gelijk. In mijn gedachten is hij nu weer bij zijn Alice, dat wel.

Meer weet ik niet te zeggen.

Dag Ben!

Lees wat van Ben:
BBZ
BJB
Ben twijfelt
Alice en Ben
Ben opnieuw
Gekreukt
Dirkswoud
Ben liegt nooit!
Verhalen van Dirkswoud
Uw kapelaan

14 oktober 2012

Restletsels



Wie op deze blogpagina linksboven in het zoekvak de term 'Brouwers' invult, krijgt meerdere pagina's voorgeschoteld waarop ik Jeroen Brouwers uitroep tot Nederlands beste levende schrijver (ook zijn er een of twee pagina's te vinden over Dolf Brouwers, volgens mij geen familie). Ik geloof dat alleen Jeroen Brouwers' laatste roman Bittere bloemen mij minder goed beviel.

Helaas is (wat mij betreft) Restletsels ook weer een minder geslaagd boek van Jeroen Brouwers.
Sinds 1996 verzamelt Brouwers zijn polemieken, persoonlijke aantekeningen, dagboeknotities, brieven en schrijversportretten, die niet in andere werken kunnen worden ingepast, in de serie Feuilletons, een 'periodiek verschijnende uitgave van werk van Jeroen Brouwers', zeg maar een privétijdschrift. Restletsels is in deze serie het negende deel.

Er staat een stuk in over Mandarijnen op zwavelzuur, wat mij betreft oude koek, waarvan de urgentie in 2012 mij dan ook he-le-maal ontgaat, Brouwers gaat weer eens los over de vernedering om genomineerd te worden voor Ako-, Libris- of Gouden Uilprijs, ik meen dat ook al eens eerder en beter gelezen te hebben, en we vernemen over de ziektegeschiedenis van zijn uitgevallen hand (tragisch natuurlijk, maar waarom zo zeurderig opgeschreven?). Het aardigst is (gelukkig) het stuk De wereldreus, een eerbetoon aan Brouwers' grote voorbeeld Harry Mulisch. Over de schrijver en het autobiografische in diens oeuvre. Over Harry en Jeroen. Over de vriendschap met Donner.

Niet lasteren. Niet liegen.
Polemiek moet in die zin betrouwbaar en waar zijn, dat alle schandelijkheden die de polemist zijn tegenstander in diens verwerpelijke tronie wrijft, met bewijzen en argumenten moet worden gestaafd.

(Jeroen Brouwers, in Drab, Drek, Bagger, opgenomen in Restletsels)

In twee stukken, Het Letterkundig Museum I en II (eerder verschenen als Restletsels 4 en 5 in De Brakke Hond, 2011) gaat Brouwers flink tekeer tegen het Letterkundig Museum, zijn collectie, aankoopbeleid, tentoonstellingen, (vrij persoonlijk) directeur Aad Meinderts, zijn media-optreden tijdens een literaire roadtrip waarbij rozen gelegd werden op 100 schrijversgraven, en vermeende wederrechtelijke publicatie van brieffragmenten.

Dit alles wordt met grote gebaren en veel aplomb gebracht, en is daardoor bij eerste lezing best overtuigend (hoewel ik zelf die literaire roadtrip destijds erg leuk vond om te volgen, en de bijbehorende tentoonstelling mooi om te zien). Maar ik las ook Aad Meinderts' verweer, Een scalpel voor Jeroen Brouwers. Eerlijk verdiend, maar wel in eigen nieren (zie noot), ook verschenen in De Brakke Hond, 2011. En hierin somt Meinderts een aantal fouten en onnauwkeurigheden in Brouwers' betoog op, en hij weerlegt hij naar mijn smaak op rustige, overtuigende wijze een aantal van Brouwers' argumenten, of levert een goede rechtvaardiging voor de handelswijze van het museum, bijv. inzake tentoonstellingen of het publiceren van brieffragmenten, waar Brouwers zo tegen gekant is. Ook wordt een door Brouwers onvolledig geciteerde brief nu in zijn geheel gepubliceerd, waardoor er een ander licht op handelswijze en reactie van het museum richting Brouwers komt te vallen.

Dit overtuigde mij dit meer dan het emotionele betoog van Brouwers. En daarmee zakt (ook volgens Brouwers' eigen maatstaven) voor mij dit Feuilletondeel door de hoeven. Jammer.

Ik hoop op een kwalitatieve revanche van Brouwers in een te verschijnen 'Feuilletons 10'. Of een nieuwe schitterende roman.

Noot:
Niet te weerleggen feiten zijn het scalpel van de polemist [...] die niet moet worden kunnen befluimd omdat hij onzorgvuldig met feiten [...] is omgesprongen. [...] één vergissing [...] en de polemist kan het scalpel in eigen nieren stoten.
(Jeroen Brouwers, in Knack, 10 augustus 2011)