15 april 2024

Ik las een bijzonder goed boek over Donald Trump


Ik zeg het maar meteen: dit is een bijzonder goed boek over Donald Trump. Ik zeg ook maar meteen: ik ken de auteur, een vriend uit mijn studietijd. Maar toch: dit is een bijzonder goed boek over Donald Trump.

Waarom doet Trump zoals hij doet? Door zijn rolmodellen. Frank Schaper noemt er maar liefst 40. Sommigen zijn voor de hand liggend, zoals de vader, de oudere broer, en een docent van de New York Military Academy (die Trump tussen zijn 13e en 17e bezocht), sommigen zijn bekend van film, tv, of showbizz, bijv Clint Eastwood of Citizen Kane, anderen weer uit de politiek, bijvoorbeeld Richard Nixon of Putin, weer anderen zijn hier niet zo bekend, zoals zijn advocaat Roy Cohn, misschien wel het duidelijkste rolmodel. Frank Schaper laat de overeenkomsten en verschillen tussen Trump en zijn rolmodellen zien, en baseert zijn analyse op eigen onderzoek in honderden bronnen: tv-optredens, boeken, nieuws-sites, enz. 

In ruim 450 bladzijden geeft Frank Schaper een duidelijke verklaring van het karakter van een super-narcist, een sekteleider, een dictator. 

Het is een boek met heldere teksten, aantrekkelijk vormgegeven, met veel illustraties. Ik heb het met aandacht, verbijstering en plezier gelezen. 

U leest het goed op de voorkant. Dit is nog maar deel 1. Later dit jaar verschijnen deel 2 en 3, over zijn fatale karakterontwikkeling en over zijn leiderschap. Die ga ik ook lezen.

02 april 2024

Het mag niet, maar het is toch gebeurd

Jaren geleden, ergens in de jaren 60, 70 van de vorige eeuw, werkte mijn vader pal in het centrum van Den Haag, in de Hoogstraat. Vlakbij werd afgebroken, gegraven en gebouwd. In de pauzes ging mijn vader wel kijken bij de werkzaamheden. Op een dag vond hij het voorwerp dat in de onderstaande foto’s van twee kanten staat afgebeeld, en hij nam het mee naar huis. Dat mag niet, maar het is toch gebeurd.



Bij het leegruimen van het ouderlijk huis onlangs kwam ik het weer tegen. Het is een overblijfsel van een mes, dolk of zoiets. Het is 27 cm lang, en een magneet blijft eraan kleven. Tot zover de proeven en waarnemingen die ik kan doen.
 
De afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag nam het vandaag, ondanks het ontbreken van (in archeologisch jargon) "context", ofwel waar komt de vondst exact uit (kuil, beerput, afvallaag en hoe lag dat spoor ten opzichte van andere sporen?), graag in ontvangst. Het zal natuurlijk nog nader bekeken moeten worden, de eerste inschatting is dat het een slagersmes is uit de late Middeleeuwen. Aan een zijde is het lemmet plat, daar werd dan met een hamer op geslagen, bij het klieven van botten.

De archeologische “context” kan ik helaas niet geven, of nog aan mijn vader vragen. Ik herinnerde mij dat mijn vader ook de Archeologische-geologische kaart van Den Haag uit 2008 had, en dat ik die nu heb.
 
 
Archeologische-geologische kaart van Den Haag, 2008 (detail). De opgraving aan de Dagelijkse Groenmarkt is rood omcirkeld.
 
Even gekeken of mijn vader ergens een kruisje, aantekening o.i.d. had gezet. Helaas, nee. Ik heb de herinnering dat het afkomstig was van de locatie waar begin jaren 70 (?) de toen nieuwe, maar ondertussen alweer gesloopte raadzaal aan het Oude Stadhuis werd gebouwd. Uit de kaart blijkt dat de enig passende opgraving inderdaad die op/bij de Dagelijkse Groenmarkt voor die nieuwe raadszaal lijkt te zijn geweest (nr. 26 op de kaart, opgravingen en waarnemingen 1967 - 1975). Andere opgravingen in de directe omgeving, nrs. 128, 95 (Driehoekjes, Annastraat, Grote Halstraat) passen niet voor wat betreft de (herinnerde) datering. Nr. 52 (Oude Molstraat - Nobelstraat) past weer wel qua globale datering, maar dat was een kleiner project en ik meen mij ook te herinneren dat het een flinke nieuwbouwactiviteit`betrof. Misschien kan de Archeologische Dienst het nu preciezer dateren en plaatsen, en hoor ik het nog eens.


 

28 februari 2024

En ineens... ben je 40 jaar verder

Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat ik afstudeerde. Van de dag zelf weet ik niet zoveel meer.

Ik had een pak gekocht, want ik ging afstuderen, ik was aan het solliciteren en mijn broer ging trouwen, een maand later.

Vanaf mijn studentenflatje in Delft-Zuid fietste ik naar de Aula van de TH. Daar stonden mijn ouders, broer, vriendin (nu: echtgenote), schoonouders, een paar ooms en tantes en wat vrienden.

In de aula werden aan de 19 geslaagden van die dag de diploma's uitgereikt, door Prof. M.J. Smith, M.Sc. C.Eng., om het maar eens precies te zeggen.
Mijn broer en nog iemand (ik weet niet meer wie) maakten een paar foto's. 

Daarna werden alle kandidaten persoonlijk toegesproken door hun afstudeerhoogleraar, bij mij Prof. ir. C.J. Hoogendoorn.


 

Vervolgens werd er nog een groepsfoto gemaakt. Uw blogger staat links vooraan op de de foto. Een aantal namen is inmiddels vergeten, maar ik zie wel: Peert, Kiekertak, Bolmikolke, Klotterbooke, Taas Daamde, Whimpysinger, De Moraatz en Van der Karbargenbok. Waar zijn ze gebleven....

 

Toen was er nog handjes schudden in de Aula, en daarna gingen we weer ieder ons weegs. 's avonds aten we bami bij mijn ouders, daarna fietsten we terug naar Delft. Het einde van een periode, en een mooie dag.

06 februari 2024

Ik las: J.J. Voskuil, Martelaarschap (Dagboeken 1965 - 1974)

Martelaarschap (Dagboeken 1965 - 1974) is het derde deel van een reeks van zeven dikke delen met de dagboeken van J.J. Voskuil. Dit deel beslaat dus de jaren 1965 - 1974, maar verreweg het meeste van de ruim 700 bladzijden zijn aantekeningen uit 1973 en de eerste helft van 1974. In 1967 noteerde Voskuil helemaal niets, andere jaren weinig, maar vanaf 1973 gaat het flink los. 

Voskuil lezen is voor mij ook altijd (genoeglijk) studeren. Naast dit dagboekdeel (en het vorige) las ik om te beginnen ook op de juiste plaatsen de vakantiedagboeken, in dit geval gepubliceerd in Terloops (vakanties 1965 - 1973) en Buiten schot (1974).

 

Vooral de Bureau-lezer zal vele aantekeningen herkennen als scènes uit Het Bureau, in dit geval delen 2 en 3, Vuile handen en Plankton. Het dagboek is rijkelijk geannoteerd met nadere uitleg en verwijzingen o.a. naar corresponderende, vaak letterlijk overgenomen scènes in Het Bureau.

Wat mij bij het dagboek meer of beter opviel dan bij Het Bureau, is dat Voskuil niet zozeer afrekent met zijn collega's, maar vooral zichzelf probeert te begrijpen. Voskuil heeft vaak gezegd dat de enige reden om te schrijven is: over eigen gedrag rekenschap afleggen. Zo bezien zou Het boek IK een betere titel geweest zijn voor Het Bureau. (Maar ja, dat boek bestond al.)

Ook andere boeken van Voskuil: Requiem voor een vriend, Onder andere, De moeder van Nicolien en zijn toneelstuk Mensenkinderen bevatten passages die letterlijk uit het dagboek zijn overgenomen. Naast stukken uit deze boeken las ik ook relevante passages in Frida Vogels' De harde kern 2, en Dagboek 1972 - 1973 en 1974 - 1975. Vogels beschrijft in die passages dezelfde ontmoetingen, maar dan natuurlijk vanuit haar gezichtspunt.

Waar ik benieuwd naar was, was wat er precies gebeurde rond het niet publiceren in 1968 van Binnen de huid door Van Oorschot. Spoiler alert: dat staat er niet in. Na Bij nader inzien werkte Voskuil jarenlang aan zijn tweede roman Binnen de huid. Dit vergde zoveel energie dat hij tot aan het gereedkomen in 1968 nauwelijks of niet in zijn dagboek schreef. Na gereedkomen stuurde hij het manuscript o.a. naar uitgever Geert van Oorschot. Die reageerde niet positief. Dit leidde tot beëindigen van de vriendschap tussen Voskuil en Van Oorschot. Het was interessant geweest hier in het dagboek meer over te lezen. Maar Voskuil wijdt er vrijwel geen woord aan. Binnen de huid bleef ongepubliceerd tot na zijn overlijden, en verscheen pas in 2009. Voskuil heeft hierover op andere plaatsen overigens wel iets geschreven, in zijn bijdrage aan Brieven van een uitgever en in zijn herinneringen aan Van Oorschot: Geert, gepubliceerd in Tirade 389, later gebundeld in Onder andere. 

Wat ik me tijdens het lezen steeds meer ben gaan afvragen is hoe Voskuil het toch heeft uitgehouden, hij lijkt werkelijk aan alles en iedereen een hekel te hebben. Aan zijn vader, zijn broers en schoonzussen, collega's, aan zijn 'vrienden', aan zijn werk, en ook met echtgenote Loesje heeft hij het regelmatig aan de stok. Het is geweldig lezen, dat wel. 

Ik kijk uit naar deel vier van de dagboeken: Uitzicht op geluk (Dagboeken 1974 - 1976), dat nu gepland staat voor mei 2024.

01 februari 2024

Dag lief oud huis

In november vorig jaar kwam door overlijden een eind aan een lange bewoning door ons gezin van mijn 'ouderlijk huis'. De afgelopen weken heb ik administratieve, persoonlijke en dierbare zaken uit het huis meegenomen. Een aantal spullen is verkocht, is weggebracht naar de nabijgelegen weggeefwinkel, of gegeven aan belangstelling hebbende familie of vrienden. De rest is afgelopen week opgeruimd. Eergisteren is de huurgeiser meegenomen door het energiebedrijf. Gisteren is de sleutel overhandigd aan de verhuurder. Een zakelijke opsomming van de gang van zaken. 

Maar een ouderlijk huis is niet zomaar een huis, natuurlijk. Er is door ons, door mij in geleefd (ik woonde er van 1959 tot 1976), er zweven nog verhalen, en ook geheimen, er zijn vrolijke en verdrietige dingen gebeurd. Ook die gaan door mijn hoofd, deze dagen. 

Ik herinner mij, dat ik op 2 april 1959 (of kort daarna, dit is de datum van de huurovereenkomst, die zit nu in mijn administratie, en ik heb hier overigens geen tikfout gemaakt) met mijn vader naar 'het nieuwe huis' liep om het te bekijken.


Het was leeg en kaal, eigenlijk net als nu, bijna 65 jaar verder. Een 4-kamerwoning op de eerste verdieping. Voor ons een flinke vooruitgang, van twee kleine kamers die mijn ouders (met een kleuter en een baby) huurden, een eindje verderop in dezelfde straat. (In feite is mijn ouderlijk huis dus altijd in dezelfde straat geweest, op twee adressen.) Een badkamer of douche was er natuurlijk niet, we gingen in de teil, en later naar het badhuis. 


Mijn broertje en ik sliepen in het zijkamertje aan de voorkant, in opklapbedden. Later in een stapelbed, zodat er een bureautje bij kon. Hoeveel de huur in 1959 bedroeg weet ik niet, maar in 1969 was deze fl. 10,71 per week. Dat werd op vrijdag opgehaald. In juli van dat jaar gingen mijn ouders per maand betalen, met 'de giro'. 


Ik hoop dat het glas-in-lood in de ramen behouden kan blijven. Het is onbeschadigd en geeft een aangenaam licht in de kamers. In de straat is het verder bijna overal verdwenen.


In de gang zijn de originele glazen wandtegels ook nog aanwezig. Als jongetje zat ik daar te spelen, en zag in die tegels van alles. Sterren, landkaarten, uitzicht vanuit een raket naar de aarde, wolken. 

 

Op het balkon is nog een kolenkast, daar heb ik 's winters ook kolen staan scheppen.

 

Een of twee details die ik als kind zag, buiten: het betonijzerplekje, dat op de elfde tree van het portiek aan de oppervlakte kwam. Het zit er natuurlijk nog steeds. 


In een holte in een voeg aan de rechterkant van de portiektrap verstopte ik ooit een knikker, daarna smeerde ik het dicht met wat cement dat ik ergens vandaan had. Die 'schat' zit er nog steeds. Ooit, als het huis wordt afgebroken, wordt deze knikker gevonden en komt het in de krant. Dat was in ieder geval het idee. 

 

Ten slotte: in dit huis woonde van april 1936 tot augustus 1942 ook het gezin Raphalowiz. Ik heb op verschillende plekken hierover geschreven. In de stoep voor het portiek liggen sinds juni vorig jaar drie struikelstenen.

Nou ja. Ik zou nog meer kunnen zeggen, natuurlijk. Veel meer. Maar ik zeg nu: Dag lief oud huis.


24 januari 2024

Nog één keer hierover


 

24 januari 2024. Nog één keer hierover. Precies twee jaar geleden besloot ik dat ik wilde afvallen. Lees hier nog maar eens waarom, en hoe. Het hulpmiddel voor mij was een app van het Voedingscentrum. Twee jaar lang noteerde ik nauwgezet wat en hoeveel ik at. Het was voor mij een hulpmiddel, uiteindelijk gaat het niet om wat je in de app stopt, maar wat je in je mond stopt. Vanaf vandaag ga ik 'fietsen zonder zijwieltjes'. Ik noteer vanaf nu niet meer dagelijks wat ik eet. Ik hoop dat ik genoeg vanzelfsprekendheid in in mijn nieuwe eetgewoonte heb opgebouwd dat het zonder kan. Mijn gewicht blijf ik wel in de gaten houden. Gemiddeld eet ik kennelijk 1900 kcal per dag, zonder hongergevoel. Het is een gemiddelde, zondigen mag, en hoeft niet per se de volgende dag gecompenseerd te worden met vasten. Gewoon zoveel mogelijk regelmaat is mijn idee. Er is 26 kg vanaf, BMI en middelomtrek zijn nu op orde. Meer hoeft niet, maar ik wil dat graag wél zo houden.

20 januari 2024

1962-1966 en 1967-1970 (uit 1973) in 2023/2024

Gelijk met de laatste Beatles-single Now And Then was er ook de release van (50 Years Anniversary) opgepoetste versies van de verzamelaars 1962 - 1966 en 1967 - 1970, oftewel de rode en blauwe dubbel-lp's. Voor deze uitgaven zijn ze flink onder handen genomen. Ik kocht de cd's. Voor de zoveelste keer. :-)


Wat valt er over te zeggen? Deze nieuwe versies zijn flink uitgebreid. Het rode album 1962-1966 bevat 12 extra nummers, waaronder voor het eerst een paar covers, en het blauwe 1967-1970 negen. In totaal staan er nu 75 nummers op deze platen, dus ongeveer een derde deel van de 213 (4 daarvan weer in twee versies, dus 217) die tussen 1962 en 1970 werden uitgebracht. Hoewel ik wel zeg dat ALLE nummers van The Beatles briljant zijn, is een keuze op 4 cd's (overigens niet volledig benut) of (nu) 6 lp's begrijpelijk. In sommige gevallen had ik een andere keuze gemaakt, maar ik ga er niet over. Toch een paar opmerkingen. 

Het rode album. De Andy White versie van Love Me Do is ingeruild voor de Ringo Starr versie. Een terechte wissel, de Ringo Starr versie is de oorspronkelijk uitgebrachte, deze versie stond in 1962 in de Engelse hitparade. De Andy White versie werd vanaf maart 1963 gebruikt voor de lp Please Please Me, en ook voor volgende heruitgaven (ook op single). Overigens is van de RS-versie de oorspronkelijke mastertape verdwenen, en is voor verschillende heruitgaven (ook nu weer) steeds gebruik gemaakt van een zogenaamde needle drop opname. Die verder toegevoegde nummers zijn op zich mooi, maar zou het ook mijn keuze geweest zijn? 

In deze uitgebreidere keuze mis ik If I Fell, een heel fijne John-compositie en in 1964-65 als exportsingle een hit in Nederland, Duitsland en Noorwegen. Verder bijvoorbeeld She's A Woman, een b-kantje (!?), maar wat voor een! Nog een ontbrekende b-kant: Rain, vooral ook omdat dit een van de nummers is waar John in latere interviews (waarin hij vaak zeer kritisch op zijn Beatleswerk terugkeek) trots op bleek te zijn. Drie erbij, dan ook drie eraf (kill your darlings): Roll Over Beethoven, You Really Got A Hold On Me en You Can't Do That. Die zijn er in deze uitgave nou net bijgekomen, jammer. Tja, ik zei toch dat ik misschien een andere keuze had gemaakt. 

Dan het blauwe album. Bijna ironisch: ik mis It's All Too Much, een mooi staaltje acid-rock. Verder The Inner Light, een b-kant van George, een van zijn 'Indiase nummers', ik denk wel het meest Indiase, hoewel de tekst is ontleend aan (zeg maar: gekopieerd uit) een Engelse vertaling door Juan Mascaró van Tao Te Ching van Lao Tse in Lamps of Fire (blz. 66). Julia, misschien het persoonlijkste nummers van John, waarom is dit overgeslagen? Drie nummers erbij, dan ook weer drie eraf: Dear Prudence, Glass Onion en Now And Then. Drie nummers van John, het is niet anders. Now And Then is er volgens mij alleen opgezet als trekker. Ik vind het een mooi, ontroerend nummer, ik ben blij dat het bestaat, maar het past niet op een compilatie die 1967-1970 heet. Het moet op Anthology 3, waar het ook voor bedoeld was. Ik denk zo maar dat dat er ook nog wel eens van gaat komen. 

Vrijwel alle nummers worden gepresenteerd in een re-mix door Giles Martin. Er is weer gebruik gemaakt van de MAL-techniek van Peter Jackson om de bestaande mixen 'uit elkaar te trekken'. Het spectaculairst is dat natuurlijk bij Now And Then. Van de nummers afkomstig van de eerste twee lp's zijn er alleen 2-sporen masters, en van Love Me Do en She Loves You is alleen een mono-mix beschikbaar. Dankzij MAL konden nu nieuwe, moderne stereo-mixen gemaakt worden. Een flink aantal re-mixen was overigens al beschikbaar in de zgn. 50 Years Anniversary edities. 

Als je deze cd's gewoon draait tijdens een kopje thee zullen de verschillen misschien niet opvallen. Als je echt luistert, en dat doe ik al jaren, dan hoor je ze wel. Een gitaar die eerder niet opviel, een hi-hat die duidelijker hoorbaar is, maar ook zijn in een aantal gevallen hoorbare edits (She Loves You, Roll Over Beethoven) heel netjes weggewerkt. Mooi! Minder mooi, of eigenlijk zelfs slecht: de remix van Old Brown Shoe, onbegrijpelijk dat deze in deze vorm erdoor is gekomen. De zang klinkt veel bedompter dan bij eerder releases. Opmerkelijk: de remix van I Am The Walrus. Het outro, onder andere met het geluid van een door John opgevangen AM radio-uitzending van King Lear klinkt radicaal anders. Het lijkt alsof er een ander, compleet 'nieuw' radiofragment doorheen klinkt. Tot nu toe werd dat in de remixen van Giles Martin nooit zo gedaan. Het kan en mag, kennelijk.

De purist zal zeggen dat The Beatles in mono beluisterd moeten worden. Hij of zij zal gruwen van deze mixen. Ik luister ook wel mono, maar ik gruw niet, ik hoor hier weer wat nieuws. Via digitale downloads en streaming zijn zo'n beetje van al deze nummers zelfs ATMOS-mixen te beluisteren. Toch maar eens een bioscoop kopen.