15 oktober 2015

A Splendid Time Is Guaranteed For All!

Gisteravond speelden The Analogues in Theater De Vest in Alkmaar de complete Magical Mystery Tour lp van The Beatles. Ik was wat voorzichtig vooraf, want er zijn talloze bandjes die met wat akkoorden een setje Beatles naspelen.

Maar dit is anders. Geen Pierre Cardin- of Sgt. Pepperpakken, geen beatlepruiken. Maar wel: zoveel mogelijk op identieke instrumenten als destijds gebruikt, noot voor noot die nummers spelen. Het doel is in de komende jaren de laatste 6 beatle-lp's integraal te spelen. Dit keer was het Magical Mystery Tour, en na de pauze een serie andere nummers, van Revolver, White Album, Abbey Road en Let It Be, plus enige 'vroege nummers'.



De band bestaat uit 5 man, en wordt waar nodig ondersteund door 4 strijkers en 4 blazers. Het geluid is daardoor geweldig, vrijwel gelijk aan de lp, maar live gespeeld.
Superlatieven schieten hier echt te kort, zo goed als het was. Er werd veel gewisseld van instrument, steeds de juiste gitaar, piano, orgel, of (inderdaad afkomstig uit Liverpool) brandweerbel (Penny Lane). Zang is natuurlijk wat ingewikkelder na te doen, maar ik vond het prima klinken. De Lennon-stem kwam er dicht bij, af en toe.

Zoals gezegd, geen beatlekostuums, maar bijvoorbeeld de blazers hadden bij Magical Mystery Tour wél witte smokings aan, met 3 rode en 1 zwarte anjer. Leuk detail. Check de film.
Het enige wat ik miste (tja, ik ken die nummers redelijk goed) was bij Good Day Sunshine het onduidelijk gemompeld she feels good op 1:26 (check de lp), door 'John Lennon'.

Komende jaren hopelijk dus nog meer lp's. Ik ga er dan weer naartoe. Ik verheug me op What's the New Mary Jane, You Know My Name (Look Up the Number) en Revolution 9. ;-) Tot half januari door het hele land, gaat dat zien!

A Splendid Time Is Guaranteed For All!

12 oktober 2015

50books - vraag 38

Vraag 38: Lees jij wel eens boek opnieuw, en zo ja, waarom doe je dat? En zo nee, waarom niet?



Mijn eerste eigen boek kreeg ik (van mijn ouders) voor mijn tiende verjaardag. Pietje Bell gaat vliegen. Van mijn grootouders kreeg ik meteen een tweede boekje, De vlegeljaren van Pietje Bell. Beide nog steeds in mijn bezit, bij elkaar gehouden met veel plakband.
Ik heb deze twee boekjes elk vele keren herlezen. Ik vond ze leuk en een tijd lang had ik gewoon niks anders. Nou ja, de schoolbieb, en later de Openbare Bibliotheek, die ook.
Nog steeds herlees ik boeken. Niet allemaal, en niet meteen. Soms herlees ik bepaalde stukken die mij bij zijn gebleven en die ik nog eens wil zien, andere keren het hele boek. Ik herken mij wel een beetje in wat Karel van het Reve ergens schreef, namelijk dat de zogenaamd 'spannende boeken' helemaal niet spannend zijn. Als je de clou weet is er niets meer aan en is er geen behoefte meer om het nog eens te lezen. Ik lees dus geen spannende boeken, maar niet-spannende boeken herlees ik in veel gevallen graag, ik denk om het nog eens te beleven. Zo denk ik dat ik Jan Wolkers' boeken allemaal meerdere keren gelezen heb, evenals alle boeken van Gerard Reve. Elk jaar in december herlees ik De Avonden, en dat is nog niet eens het beste van Gerard Reve. De laatste jaren heb ik ook een aantal romans van Couperus herlezen. Toen de Geheime Dagboeken van Hans Warren verschenen tussen 1981 en 2009, ongeveer een deeltje per jaar, herlas ik vaak voor het verschijnen van een nieuw deeltje een of twee voorafgaande, 'om er weer in te komen'. Ik denk dat ik de hele serie drie keer gelezen heb. Hermans. Wat ik koop van de Verzamelde Werken lees ik, vaak voor de tweede keer.
Dit jaar herlees ik de zeven delen Het Bureau van Voskuil, met daartussendoor, als Maarten op vakantie gaat, Voskuils drie delen vakantiedagboeken. Ik ken die boeken redelijk goed, toch is het nu anders dan 15, 20 jaar geleden. Omdat ik weet hoe het loopt vallen bepaalde zaken mij nu meer op dan bij de eerste lezing. Het is dus weer genieten.
Bij andere schrijvers is het wat incidenteler, en Engelse boeken herlees ik niet, realiseer ik mij nu. Why not you ask? Beats me.

Ik geloof dat het Kees Fens was die ergens schreef dat je vanaf een bepaalde leeftijd geen nieuwe boeken moet lezen, alleen nog maar de goede boeken herlezen. Maarten Biesheuvel doet dat ook.
Zo ver is het met mij nog niet (ik koop nog steeds nieuwe boeken). Maar wel al een beetje dus. Ik beken: ik ben een herlezer.

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.

10 oktober 2015

Het nieuwe Bureau

In het kader van het Weekend van de Wetenschap hield het Meertens Instituut Open Dag (pdf). Zoals uit het programma valt af te lezen lag de nadruk op 'Muziek bij het Meertens'.

In Het Bureau worden ook Open Dagen beschreven, deze werden toen gehouden voor de correspondenten, die vragenlijsten invulden, die met regelmaat werden rondgestuurd.
'Dan stel ik voor dat we om half twee beginnen, dan hoeven we geen broodjes te smeren. De mensen krijgen thee, een versnapering en eventueel een borrel. Sluiting om half zes. We zouden de nieuwe vragenlijsten kunnen toelichten, hier in de collegezaal, en op iedere afdeling een kleine tentoonstelling inrichten zodat ze wat te bekijken hebben en wij de gelegenheid hebben daarover met ze te praten. Is dat wat?'
'Hoeveel mensen denk je dat er komen?' vroeg Sien. 'Honderd?'
'Die kunnen nooit in de collegezaal!' riep Rentjes.
'We kunnen ze in twee groepen ontvangen.'
'En wat doe je dan met introducés?' vroeg Elleke.
'Die mogen ze meenemen, maar die krijgen geen reisgeld vergoed.'
'Dus als ze hun vrouw meenemen, dan moeten ze daarvoor betalen!' riep Rentjes.
'Of hun vriendin,' zei Mark gnuivend.
'Ja,' zei Maarten.
'Dan komen ze niet!'
'Daar is niks aan te doen.'

(J.J. Voskuil - Het Bureau 6, Afgang. Uitg. G.A. van Oorschot)

Ik ging er naartoe. Sinds 1998 is het Meertens Instituut gehuisvest in de voormalige Coca-Colafabriek in het Amstel Businesspark, aan de rand van Amsterdam. Een ritje met de metro, want dat is bepaald niet op wandelafstand van het Centraal Station.



Ik volgde vier leuke presentaties, over smartlappen (geschiedenis, kenmerken en functie van Le Chat Noir naar De Zangeres Zonder Naam, rapmuziek (rap = taalkritiek), Rowwen Hèze (bereik 'de gewone man', taal en identiteit, in (eigen) dialect) en vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw.

Er was nog meer te doen, maar de tijd knelde een beetje. Er was een aardige rondleiding, langs een serie tentoongestelde stukken betreffende het muziekonderzoek bij Meertens. Mooi was de geluidsstudio, waar allerhande apparatuur aanwezig is om historische opnamen (bandrecorder, draadrecorder, wasrol, lp) te digitaliseren. Daar is men al een tijd full-time mee bezig.

Ook nog een blik geworpen in de archieven, waar onder andere het kaartsysteem van Voskuil staat. Dat is een flink kaartsysteem, waar momenteel niets meer mee gebeurt. Op de foto ter linkerzijde.



Achter de receptie staat 'het bureau van Meertens', ook wel: 'het pijploos orgel'. Een gigantisch bureau met opbouw, zoals meerdere keren beschreven door Voskuil, met aan de zijkant de uitschuifbare plank, waar 'Beerta' zijn tas op plaatste.



Ook nog meegekregen voor thuis: drie bundels Onder de groene linde, met verhalende liederen uit de mondelinge overlevering, gebaseerd op het werk van Ate Doornbosch.

Het oude Bureau

Er is behalve J.J. Voskuil (en Bert Weijde, maar die heeft bij mijn weten niet gepubliceerd over zijn tijd bij Het Bureau) nog een schrijver die (zij het zeer kort, 5 dagen) bij Meertens gewerkt heeft, namelijk Hans Warren. Hij schrijft daar over in zijn natuurdagboek (Hans Warren - Ik ging naar de Noordnol (Natuurdagboek 1936 - 1942), uitg. Bert Bakker).

Warren solliciteert na zijn eindexamen in 1941 bij de Provinciale Zeeuwse Courant. Daar is geen plaats voor hem, maar: misschien is die er wel bij P.J. Meertens, van het Dialectenbureau, wiens adres hij van de hoofdredacteur mee krijgt. Warren solliciteert en wordt aangenomen. Op 19 september zoekt en vindt hij een kosthuis in Amsterdam, aan het Singel. Op 30 september verhuist Warren naar Amsterdam en meldt zich 's middags bij Meertens, toen nog gehuisvest in het Trippenhuis, aan de Kloveniersburgwal. In zekere zin 'het oudste Bureau'. In de boeken van Voskuil is dit het Hoofdbureau.

1 okt. [FZ: 1941]
[...] Wat een stommiteit is het geweest, naar Amsterdam te komen. Meertens kan me het eerste jaar niet veel hoop op een gesalarieerde baan geven, akkoord. Maar wat ik hier doen moet is zelfs voor een eerste dag ietwat tè onnozel. Eerst moest ik een stukje uit de Camera, met een kapotte schrijfmachine, er werkt een heleboel niet aan. Vervolgens dialectwoorden van lijsten overbrengen op fiches. Alles even vervelend. Niet misschien als ik die fiches nu verder zou mogen behandelen, maar morgen, overmorgen krijg ik steeds nieuwe lijsten en nieuwe fiches. Geen enkel eigen initiatief. Ik verknoei mijn tijd en zal hier nooit enige inspiratie opdoen voor wat ik wèl wil: de natuur bestuderen en daarover schrijven, of me in de journalistiek bekwamen.
Hier komt geen zonnestraal binnen. het is er stoffig, vuil, ik kijk uit op een stijf, ouderwets tuintje waar soms een merel in hipt. Mijn oren worden getergd door de snerpende geluiden van de versleten schrijfmachine, er zoemt aldoor een buis, het is nooit echt stil. Je wordt hier een mummie. Hier werken alleen mummies.
[...]

2 okt.
Ik heb eens voorzichtig geïnformeerd: er werken op dit 'Dialectenbureau' behalve dr. P. Meertens [FZ: Meertens promoveerde pas in 1943, was dus niet dr. maar drs.], slechts twee andere, uiterst mager gesalarieerde krachten. [FZ: een van die twee was Jo Daan, in Het Bureau van Voskuil heet zij Dé Haan.] Het heeft geen enkele zin dit geestdodende werk voort te zetten, ik stop er dan ook mee, maar om mijn gezicht te redden moet ik een smoes verzinnen. [...]

4 okt.
[...] Ik heb Meertens laten weten dat ik morgen, zondag, al vertrek, maar ik ga denk ik dinsdag pas. Meertens is me niet sympathiek, hij heeft iets arrogants, zelfs in zijn spreken. Enfin, het is een domme en kostbare vergissing geweest. [...]

Op 7 oktober reist Warren weer terug naar Zeeland.
Op 13 oktober meldt Warren nog dat hij van Meertens een pakket vragenlijsten heeft meegekregen, 'over folklore en dialecten in deze omgeving'. Hij vult deze in samen met Nelly de Vroe, het dienstmeisje.

Tot zo ver Hans Warren over zijn tijd bij Meertens.

In 1949 was grotere huisvesting noodzakelijk. Meertens verhuisde met zijn Centrale Commissie voor onderzoek van het Nederlandse Volkseigen naar een voormalig schoolgebouw (van de Anna Visscherschool) om de hoek, Nieuwe Hoogstraat 17. Voskuil kwam hier in 1957 werken: het 'oude Bureau'.


Bron: Stadsarchief Amsterdam

Hij kende het Bureau van een stage tijdens zijn studie. Het bevond zich in de tuin van het Hoofdbureau, waarvan het een onderdeel was, en bestond uit drie lokalen. Beerta zat in het achterste lokaal. Het was in tweeën gedeeld. Beerta zat in de helft die uitkeek op de tuin. Zijn kamer bevatte een uitzonderlijk groot bureau met een opbouw, dat lang geleden eigendom van een beroemd taalgeleerde was geweest, een zitje met drie stoelen en een lange tafel, die grotendeels belegd was met stapels boeken en papieren. Tegen de drie wanden waren boekenkasten aangebracht. De deur bevond zich in de hoek bij het raam. In de bovenste helft zaten zes ruiten, waarvan de twee onderste aan de buitenkant bedekt waren met een roze gordijntje zodat Beerta niet in het middelste lokaal, waar juffrouw Haan haar bureau had, naar binnen kon kijken. Behalve juffrouw Haan had daar ook de tekenaar zijn plaats. In het eerste lokaal zat de rest van het personeel, behalve de conciërge, die in een hokje aan het begin van de gang, bij de buitendeur, gehuisvest was.
(J.J. Voskuil - Het Bureau 1, Meneer Beerta, p. 9-10. Uitg. G.A. van Oorschot)

In 1969 verhuisde het inmiddels tot Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde omgedoopte Bureau naar de Keizersgracht.

Deze week liep ik door de Nieuwe Hoogstraat. Het viel mij op dat de gevel van nummer 17 schoongemaakt leek, ook was er aan gevelrestauratie gedaan. De naam van de Commissie was weer boven de deuren aangebracht. Binnenkort komt er ook een verklarend bordje, onder aan de gevel.



Zou de school nog achter die gevel staan? Die deur staat helaas nooit open. Van de Anna Visscherschool zijn maar een paar foto's bekend. Dit is er een, gezien vanuit het Trippenhuis (Het Hoofdbureau). De kamer van Meertens en Voskuil was de achterste, hier meest linkse, en gaat (helaas) schuil achter een boom.

23 september 2015

Maurice

Ik ken Maurice zo'n 43 jaar, nog van de bovenbouw middelbare school dus. Toen kwamen we bijna dagelijks bij elkaar over de vloer, kind aan huis, om te kletsen, platen te draaien, piano-gepingel en middelbareschoolongein op de bandrecorder op te nemen, huiswerk te maken (O ja! Bijna vergeten!), stiekem van de cognac van zijn vader te snoepen en weet ik wat. We waren eigenlijk heel verschillend, maar dat was geen enkel probleem. We woonden om te beginnen in heel verschillende Haagse buurten. Hij was 'van het zand', ik 'van het veen'. Waalsdorp en Laakkwartier. Hij was VVD, ik PvdA. Hij was katholiek, ik atheïst. Hij meer alfa, ik meer bèta. Beiden waren we Beatle-fans, hij meer 'Paul' en ik meer 'John'. Na de middelbare school ging ik in dienst, daarna naar Delft, en hij naar Leiden. Langzamerhand verloren we elkaar uit het oog. Zo gaat dat, soms.

20 jaar geleden was er ineens internet, en we vonden elkaar daarmee weer terug. We spraken af in Brinkmann, Haarlem, voor bijpraten met bier en saté. 'Waar hádden we het ook weer over?', was letterlijk de eerste zin. Sindsdien spraken we elkaar (los van e-mail en twitter) weer regelmatig, een of twee keer per jaar. Ergens begin dit jaar zagen we elkaar voor het laatst, in Wassenaar. Het ging niet goed met Maurice. Door tegenslagen óp. Vandaag is hij begraven.

In 1975 had hij als eerste van ons twee Wish You Were Here, van Pink Floyd, toen net twee weken uit. Gekregen voor zijn verjaardag. Wat een plaat. Grijsgedraaid.

En nu? Nu zijn we zoveel ouder en hij, hij is er niet meer.

... How I wish, how I wish you were here
We're just two lost souls swimming in a fish bowl
Year after year ...


18 september 2015

Op bezoek bij Mulisch, Wolkers en Multatuli

Op de Open Monumenten Dagen heb ik met een vriend, naast nog andere bezichtigingen, de (voormalige) huizen van Harry Mulisch, Jan Wolkers en Multatuli bezocht. Dat was leuk, en gelukkig was het er niet (te) druk.
Vooraf wilden we in stijl (pijp mee) koffie drinken aan de leestafel van Americain ("Telefoon voor de heer Mulisch!"), maar helaas was dat gesloten. Stadsschouwburg dan maar.

Op de Leidschekade stonden een paar mensen te wachten. Met 10 personen tegelijk naar binnen. In de loop der jaren heeft Mulisch, die op 1 kamer begon, vrijwel het hele huis weten te huren. Op de tweede verdieping zijn de kamers samengetrokken tot de werkruimte van Harry. Mooi, ruim, en geordend. In dezelfde staat als waarin het verkeerde bij het overlijden van Mulisch in 2010. Op de hogere verdiepingen woont nog steeds de familie. Het is de bedoeling het huis een museale bestemming te geven. Ik vond het mooi daar eens rond te kunnen kijken. Er waren 3 schrijfplekken, voor fictie, non-fictie en een lessenaar voor staand aantekenen.





Kasten met de boeken van Harry in allerlei uitgaven, mappen met typoscripten, voorwerpen verband houdende met Het Werk. In de vroegere voorkamer was een ruime zitgelegenheid, waar kennelijk de Herenclub wel neerstreek, om te praten 'over alles, behalve over auto's, voetbal en vrouwen'.



Tenslotte was er nog een aparte hoek met boeken en naslagwerken, geen lichte kost maar titels als Heidegger und der Nationalsozialismus, Lenin im Jahre 1917, enzoverder. Een kleine televisie die altijd aanstond op Teletekst en de 'Denkstoel' (een Eames Lounge Chair). Mooie ruimte.



Via een paar tussenstops togen we naar de Zomerdijkstraat, waar de atelierwoningen staan, waar o.a. Jan Wolkers jaren gewoond heeft. We bekeken er een paar, o.a die van Jan Grotenbreg op de bovenste verdieping (mooi uitzicht) en ten slotte ook het vroegere atelier van Jan Wolkers, op nummer 22hs. Ik zeg nadrukkelijk: vroegere atelier, Wolkers woonde hier van 1950 tot 1980. Nu werkt hier Jet Schepp. Het is een mooie ruimte, met een grote raampartij op het noorden. Schitterend licht.





De begane-grond-ateliers zijn door een uitbouw wat groter dan die op de verdiepingen en hebben een deur aan de achterkant. Deze waren bedoeld voor beeldhouwers, op de verdiepingen zitten/zaten de schilders. De ruimte is (vooral in de tijd dat Wolkers er woonde) vaak afgebeeld, bijvoorbeeld in de boeken Werkkleding, Tijd bestaat niet. Toch oogde de ruimte kleiner dan ik mij had voorgesteld. Jan woonde hier met Karina, maar daarvoor ook met zijn tweede en eerste vrouw, met twee kinderen. Niet ruim. Ten slotte: de achterdeur is te zien op de achterflap van De doodshoofdvlinder.





Als laatste nog een bezoek aan het Multatuli Huis in de Korsjespoortsteeg. Dat is ook op andere dagen in het jaar gewoon te bezoeken, overigens.



Zoals het een huis in een steeg betaamt is het: klein. En ik dacht dat de kelder, die ook bekeken kon worden en waar de bibliotheek en het archief zijn, destijds niet door de familie Douwes Dekker maar door anderen bewoond werd. Een krappe huisvesting, in de Jordaan. Eduard Douwes Dekker is hier geboren, maar wist geloof ik niet dat hij hier heeft gewoond. Hij bracht zijn jeugd door op de Haarlemmerdijk. In het museum zijn allerlei zaken betreffende Multatuli te zien; een overzicht van zijn leven, in tekst en afbeelding, handschriften, edities van de Havelaar, persoonlijke eigendommen, een bureau dat hij van bewonderaars cadeau kreeg en de chaise longue waarop hij stierf.





Op de Torensluis nog even langs het borstbeeld gelopen. Raar eigenlijk dat het Verzameld Werk niet meer leverbaar is.

14 september 2015

Ik herlas Het Bureau 5 - En ook weemoedigheid



Bij het verschijnen van dit deel destijds begon men een beetje Voskuil-moe te worden. Weer zo'n dik boek. Weer die collega's. Weer die chicanes van Balk. Het gekibbel met Nicolien.
Precies de redenen waarom ik het weer (en met plezier) gelezen heb. Toch is er een verschil. Het viel mij op dat, meer dan in voorgaande delen, Maarten eenzaam wordt. Beerta trekt zich meer en meer terug, Nicolien kan of wil Maarten niet begrijpen, Balk trekt zich niets van hem aan, Maartens medewerkers keren zich van hem af, zijn afwijzend of niet geïnteresseerd, en gaan apart zitten. Op congressen en andere bijeenkomsten is Maarten zelf ook minder betrokken, hij maakt fouten en constateert dat voorheen bevriende vakgenoten door het systeem 'ingekapseld' worden en van hem vervreemd raken. Eigenlijk interesseert het hem allemaal 'geen mieter' meer. Op het eind, bij het afscheid op Zaventem, realiseert Maarten zich dat hij zijn beste vriend in het vak, Jan Nelissen, waarschijnlijk niet meer terug zal zien. Dat vervult hem ondanks alles met weemoedigheid. Gelukkig maar, het boek had anders ook (iets grimmiger) Maar doodslaan deed hij niet hebben kunnen heten.
Geen wonder dat Voskuil het dagboekdeel met aantekeningen over zijn vakantievoettochten over dezelfde periode als dit deel van Het Bureau, Buiten schot heeft genoemd. Ik lees deze vakantie-aantekeningen parallel met Het Bureau, steeds als Maarten daar met vakantie gaat. Het tweede deel van die reeks is dus ook weer uit.
Ik heb dit Bureau-deel (weer) in een ruk uitgelezen. Voor mij geldt: het is niet hetzelfde, maar wél herkenbaar. We werken allemaal op een Bureau.