
Bij het verschijnen van dit deel destijds begon men een beetje Voskuil-moe te worden. Weer zo'n dik boek. Weer die collega's. Weer die chicanes van Balk. Het gekibbel met Nicolien.
Precies de redenen waarom ik het weer (en met plezier) gelezen heb. Toch is er een verschil. Het viel mij op dat, meer dan in voorgaande delen, Maarten eenzaam wordt. Beerta trekt zich meer en meer terug, Nicolien kan of wil Maarten niet begrijpen, Balk trekt zich niets van hem aan, Maartens medewerkers keren zich van hem af, zijn afwijzend of niet geïnteresseerd, en gaan apart zitten. Op congressen en andere bijeenkomsten is Maarten zelf ook minder betrokken, hij maakt fouten en constateert dat voorheen bevriende vakgenoten door het systeem 'ingekapseld' worden en van hem vervreemd raken. Eigenlijk interesseert het hem allemaal 'geen mieter' meer. Op het eind, bij het afscheid op Zaventem, realiseert Maarten zich dat hij zijn beste vriend in het vak, Jan Nelissen, waarschijnlijk niet meer terug zal zien. Dat vervult hem ondanks alles met weemoedigheid. Gelukkig maar, het boek had anders ook (iets grimmiger) Maar doodslaan deed hij niet hebben kunnen heten.
Geen wonder dat Voskuil het dagboekdeel met aantekeningen over zijn vakantievoettochten over dezelfde periode als dit deel van Het Bureau, Buiten schot heeft genoemd. Ik lees deze vakantie-aantekeningen parallel met Het Bureau, steeds als Maarten daar met vakantie gaat. Het tweede deel van die reeks is dus ook weer uit.
Ik heb dit Bureau-deel (weer) in een ruk uitgelezen. Voor mij geldt: het is niet hetzelfde, maar wél herkenbaar. We werken allemaal op een Bureau.