Vooraf wilden we in stijl (pijp mee) koffie drinken aan de leestafel van Americain ("Telefoon voor de heer Mulisch!"), maar helaas was dat gesloten. Stadsschouwburg dan maar.
Op de Leidschekade stonden een paar mensen te wachten. Met 10 personen tegelijk naar binnen. In de loop der jaren heeft Mulisch, die op 1 kamer begon, vrijwel het hele huis weten te huren. Op de tweede verdieping zijn de kamers samengetrokken tot de werkruimte van Harry. Mooi, ruim, en geordend. In dezelfde staat als waarin het verkeerde bij het overlijden van Mulisch in 2010. Op de hogere verdiepingen woont nog steeds de familie. Het is de bedoeling het huis een museale bestemming te geven. Ik vond het mooi daar eens rond te kunnen kijken. Er waren 3 schrijfplekken, voor fictie, non-fictie en een lessenaar voor staand aantekenen.
Kasten met de boeken van Harry in allerlei uitgaven, mappen met typoscripten, voorwerpen verband houdende met Het Werk. In de vroegere voorkamer was een ruime zitgelegenheid, waar kennelijk de Herenclub wel neerstreek, om te praten 'over alles, behalve over auto's, voetbal en vrouwen'.
Tenslotte was er nog een aparte hoek met boeken en naslagwerken, geen lichte kost maar titels als Heidegger und der Nationalsozialismus, Lenin im Jahre 1917, enzoverder. Een kleine televisie die altijd aanstond op Teletekst en de 'Denkstoel' (een Eames Lounge Chair). Mooie ruimte.
Via een paar tussenstops togen we naar de Zomerdijkstraat, waar de atelierwoningen staan, waar o.a. Jan Wolkers jaren gewoond heeft. We bekeken er een paar, o.a die van Jan Grotenbreg op de bovenste verdieping (mooi uitzicht) en ten slotte ook het vroegere atelier van Jan Wolkers, op nummer 22hs. Ik zeg nadrukkelijk: vroegere atelier, Wolkers woonde hier van 1950 tot 1980. Nu werkt hier Jet Schepp. Het is een mooie ruimte, met een grote raampartij op het noorden. Schitterend licht.
De begane-grond-ateliers zijn door een uitbouw wat groter dan die op de verdiepingen en hebben een deur aan de achterkant. Deze waren bedoeld voor beeldhouwers, op de verdiepingen zitten/zaten de schilders. De ruimte is (vooral in de tijd dat Wolkers er woonde) vaak afgebeeld, bijvoorbeeld in de boeken Werkkleding, Tijd bestaat niet. Toch oogde de ruimte kleiner dan ik mij had voorgesteld. Jan woonde hier met Karina, maar daarvoor ook met zijn tweede en eerste vrouw, met twee kinderen. Niet ruim. Ten slotte: de achterdeur is te zien op de achterflap van De doodshoofdvlinder.

Als laatste nog een bezoek aan het Multatuli Huis in de Korsjespoortsteeg. Dat is ook op andere dagen in het jaar gewoon te bezoeken, overigens.

Zoals het een huis in een steeg betaamt is het: klein. En ik dacht dat de kelder, die ook bekeken kon worden en waar de bibliotheek en het archief zijn, destijds niet door de familie Douwes Dekker maar door anderen bewoond werd. Een krappe huisvesting, in de Jordaan. Eduard Douwes Dekker is hier geboren, maar wist geloof ik niet dat hij hier heeft gewoond. Hij bracht zijn jeugd door op de Haarlemmerdijk. In het museum zijn allerlei zaken betreffende Multatuli te zien; een overzicht van zijn leven, in tekst en afbeelding, handschriften, edities van de Havelaar, persoonlijke eigendommen, een bureau dat hij van bewonderaars cadeau kreeg en de chaise longue waarop hij stierf.


Op de Torensluis nog even langs het borstbeeld gelopen. Raar eigenlijk dat het Verzameld Werk niet meer leverbaar is.