10 oktober 2015

Het oude Bureau

Er is behalve J.J. Voskuil (en Bert Weijde, maar die heeft bij mijn weten niet gepubliceerd over zijn tijd bij Het Bureau) nog een schrijver die (zij het zeer kort, 5 dagen) bij Meertens gewerkt heeft, namelijk Hans Warren. Hij schrijft daar over in zijn natuurdagboek (Hans Warren - Ik ging naar de Noordnol (Natuurdagboek 1936 - 1942), uitg. Bert Bakker).

Warren solliciteert na zijn eindexamen in 1941 bij de Provinciale Zeeuwse Courant. Daar is geen plaats voor hem, maar: misschien is die er wel bij P.J. Meertens, van het Dialectenbureau, wiens adres hij van de hoofdredacteur mee krijgt. Warren solliciteert en wordt aangenomen. Op 19 september zoekt en vindt hij een kosthuis in Amsterdam, aan het Singel. Op 30 september verhuist Warren naar Amsterdam en meldt zich 's middags bij Meertens, toen nog gehuisvest in het Trippenhuis, aan de Kloveniersburgwal. In zekere zin 'het oudste Bureau'. In de boeken van Voskuil is dit het Hoofdbureau.

1 okt. [FZ: 1941]
[...] Wat een stommiteit is het geweest, naar Amsterdam te komen. Meertens kan me het eerste jaar niet veel hoop op een gesalarieerde baan geven, akkoord. Maar wat ik hier doen moet is zelfs voor een eerste dag ietwat tè onnozel. Eerst moest ik een stukje uit de Camera, met een kapotte schrijfmachine, er werkt een heleboel niet aan. Vervolgens dialectwoorden van lijsten overbrengen op fiches. Alles even vervelend. Niet misschien als ik die fiches nu verder zou mogen behandelen, maar morgen, overmorgen krijg ik steeds nieuwe lijsten en nieuwe fiches. Geen enkel eigen initiatief. Ik verknoei mijn tijd en zal hier nooit enige inspiratie opdoen voor wat ik wèl wil: de natuur bestuderen en daarover schrijven, of me in de journalistiek bekwamen.
Hier komt geen zonnestraal binnen. het is er stoffig, vuil, ik kijk uit op een stijf, ouderwets tuintje waar soms een merel in hipt. Mijn oren worden getergd door de snerpende geluiden van de versleten schrijfmachine, er zoemt aldoor een buis, het is nooit echt stil. Je wordt hier een mummie. Hier werken alleen mummies.
[...]

2 okt.
Ik heb eens voorzichtig geïnformeerd: er werken op dit 'Dialectenbureau' behalve dr. P. Meertens [FZ: Meertens promoveerde pas in 1943, was dus niet dr. maar drs.], slechts twee andere, uiterst mager gesalarieerde krachten. [FZ: een van die twee was Jo Daan, in Het Bureau van Voskuil heet zij Dé Haan.] Het heeft geen enkele zin dit geestdodende werk voort te zetten, ik stop er dan ook mee, maar om mijn gezicht te redden moet ik een smoes verzinnen. [...]

4 okt.
[...] Ik heb Meertens laten weten dat ik morgen, zondag, al vertrek, maar ik ga denk ik dinsdag pas. Meertens is me niet sympathiek, hij heeft iets arrogants, zelfs in zijn spreken. Enfin, het is een domme en kostbare vergissing geweest. [...]

Op 7 oktober reist Warren weer terug naar Zeeland.
Op 13 oktober meldt Warren nog dat hij van Meertens een pakket vragenlijsten heeft meegekregen, 'over folklore en dialecten in deze omgeving'. Hij vult deze in samen met Nelly de Vroe, het dienstmeisje.

Tot zo ver Hans Warren over zijn tijd bij Meertens.

In 1949 was grotere huisvesting noodzakelijk. Meertens verhuisde met zijn Centrale Commissie voor onderzoek van het Nederlandse Volkseigen naar een voormalig schoolgebouw (van de Anna Visscherschool) om de hoek, Nieuwe Hoogstraat 17. Voskuil kwam hier in 1957 werken: het 'oude Bureau'.


Bron: Stadsarchief Amsterdam

Hij kende het Bureau van een stage tijdens zijn studie. Het bevond zich in de tuin van het Hoofdbureau, waarvan het een onderdeel was, en bestond uit drie lokalen. Beerta zat in het achterste lokaal. Het was in tweeën gedeeld. Beerta zat in de helft die uitkeek op de tuin. Zijn kamer bevatte een uitzonderlijk groot bureau met een opbouw, dat lang geleden eigendom van een beroemd taalgeleerde was geweest, een zitje met drie stoelen en een lange tafel, die grotendeels belegd was met stapels boeken en papieren. Tegen de drie wanden waren boekenkasten aangebracht. De deur bevond zich in de hoek bij het raam. In de bovenste helft zaten zes ruiten, waarvan de twee onderste aan de buitenkant bedekt waren met een roze gordijntje zodat Beerta niet in het middelste lokaal, waar juffrouw Haan haar bureau had, naar binnen kon kijken. Behalve juffrouw Haan had daar ook de tekenaar zijn plaats. In het eerste lokaal zat de rest van het personeel, behalve de conciërge, die in een hokje aan het begin van de gang, bij de buitendeur, gehuisvest was.
(J.J. Voskuil - Het Bureau 1, Meneer Beerta, p. 9-10. Uitg. G.A. van Oorschot)

In 1969 verhuisde het inmiddels tot Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde omgedoopte Bureau naar de Keizersgracht.

Deze week liep ik door de Nieuwe Hoogstraat. Het viel mij op dat de gevel van nummer 17 schoongemaakt leek, ook was er aan gevelrestauratie gedaan. De naam van de Commissie was weer boven de deuren aangebracht. Binnenkort komt er ook een verklarend bordje, onder aan de gevel.



Zou de school nog achter die gevel staan? Die deur staat helaas nooit open. Van de Anna Visscherschool zijn maar een paar foto's bekend. Dit is er een, gezien vanuit het Trippenhuis (Het Hoofdbureau). De kamer van Meertens en Voskuil was de achterste, hier meest linkse, en gaat (helaas) schuil achter een boom.