Vraag 42: Wie van jullie leest er tegenwoordig nog poëzie?
Tja. Ik lees, in vergelijking met wat ik nog meer lees, heel weinig poëzie. Inderdaad het gevoel van: begrijp ik dit wel? Hoe lees je een dichtbundel? Een roman gaat van kaft tot kaft, bij een dichtbundel lijkt dat minder vanzelfsprekend. Meer heen en weer bladeren en sonderen, vind ik. En wanneer heb je een dichtbundel 'uit'? Een roman is uit wanneer je op de laatste bladzijde 'Einde van den roman' leest. En dan kun je hem nog eens lezen, soms. Maar gedichten? Ook dat ligt wat ingewikkelder. Vind ik, weer.
Op de MULO moesten we gedichten uit het hoofd leren en duiden. De Tuinman en de Dood. Ik kan dat nog steeds opdreunen. Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, mijn woning in. "Heer, heer! Een ogenblik! [...]".
Ook moesten we 'zelf gedichten maken'. Wat een rare opdracht. Ik deed dat dus niet en schreef om maar wat te hebben een paar zinnetjes op. Prompt moest ik voor het bord komen. Ik herinner me nog twee regels: Boe, boe, boe, waar gaat de koe naartoe? De leraar zag hierin een verre verwantschap met Jan Hanlo, voor mij (15-jarige puber) een aanwijzing dat poëzie vooral een pose was.
Vanaf midden jaren '80 publiceerde Jan Wolkers regelmatig gedichten in NRC Handelsblad. Die vond ik wel goed. Vooral (want dat deed hij ook) als hij ze op de radio nog eens voordroeg. Maar als je Jan Wolkers de gebruiksaanwijzing van een blikopener zou laten voorlezen had het ook goed geklonken. Pas in 2003 zijn Wolkers' gedichten gebundeld, in Wintervitrines. Een prachtige, krachtige bundel met veel natuur. Na zijn dood is dat aangevuld met (helaas een stuk minder van kwaliteit) nagelaten werk, tot de Verzamelde Gedichten.
Over het lezen van poëzie: Gerrit Komrij had ooit een prachtige rubriek, ook in NRC, waarin hij Nederlandse gedichten besprak. Dat vond ik meesterlijk. Die stukken zijn later gebundeld in 3 boeken: In Liefde Bloeyende, Trou Moet Blycken en Kost en Inwoning. Tipper. En daarnaast natuurlijk de grote bloemleesbundels met Nederlandse, Zuid-Afrikaanse en Kinderpoëzie. Ik blader daar wel in en lees een gedicht of wat, maar niet vaak.
Welke dichters las en lees ik dan zoal: dat is denk ik een vrij traditionele keuze: Vasalis, Michaelis, de gedichten van Frida Vogels (in: De harde kern 3) vind ik ook goed, de natuurgedichten van Hans Warren (niet zijn homo-erotische gedichten, dat is aan mij niet besteed), Hanlo, en de grote Gorter.
Bekentenis: Achterberg, Bloem en Leopold staan grotendeels nog ongelezen in de kast. Ik kom er maar niet aan toe. Ik vergeet vast nog wat. Reve.
Poezië lezen, ik doe dat dus wel, af en toe, maar toch in veel gevallen: hap-snap. Voor mijn gevoel geeft dat aan dat ik nog steeds geen echte smaak heb ontwikkeld, op dat gebied.
#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.