
Wiel Kusters schreef een heel interessant boekje over de taal van Jan Hanlo.
Het is alleen te bestellen via de uitgever.
Aan de hand van een aantal gedichten (o.a. Ontboezeming in het Antwerps, Hoor de merel, De Mus, Jossie, Oote) en proza- en brieffragmenten betoogt Kusters dat Hanlo niet-standaardtaal, grammaticale onregelmatigheden, dialect en onomatopeeën gebruikt omdat hiermee een niet-formele, veilige omgeving gecreëerd wordt waarin de anders-heid en natuurlijke verbondenheid veilig verwoord kan worden. Een gedicht als De Mus bijvoorbeeld kan daarna niet meer als alleen grappig worden afgedaan, er is meer aan de hand.
Dit alles aan de hand van veel citaten en geïllustreerd met biografische gegevens. Met verwijzende noten, interessant, en een goede aanleiding om wat ik al eerder las (1), (2), (3) van Hanlo er weer bij te pakken, om het nog eens na te lezen.
De Mus
Oote