Vrijheid is niet alleen een zegen.
Vrijheid is moeilijk en soms ook pijnlijk; ze is het leven zelf.
(Vasili Grossman)
Vandaag, 4 mei, is de Nationale Herdenking. Officieel herdenken we in Nederland tegenwoordig de Nederlandse slachtoffers die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn omgekomen. Voor mij is het nog steeds en vooral de Dodenherdenking, waarbij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht worden.
Persoonlijk heb ik de oorlog niet meegemaakt, van mijn familie is voor zover ik weet alleen een oom door de oorlogshandelingen omgekomen, in een konvooi op de Atlantische Oceaan, door de Duitsers getorpedeerd, en is een oud-tante omgekomen bij het bombardement op Breskens.
Ik denk vandaag weer aan de familie Raphalowiz.
En ik denk ook weer aan mijn vader. In de oorlog wist hij zich te onttrekken aan de Arbeitseinsatz (een verhaal, hij stapte in Utrecht gewoon uit de trein en nam de trein terug naar Den Haag) en dook onder (dwz: hij ging op een ander adres wonen, bij zijn broer in de Haagse Boerenstraat). Op een dag fietste hij in Den Haag op de Brouwersgracht, en Duitse soldaten wilden hem aanhouden voor controle. Mijn vader spurtte er vandoor, over het Om en Bij. Rechtsaf de Hobbemastraat in, en daar kon hij een huis binnenvluchten bij iemand die hem binnenliet, een andere jas aantrekken en via achtertuinen wegkomen.
Dat klinkt als een jongensboek (en mijn vader was toen jonger dan mijn zoon nu is), maar er werd wél met scherp op hem geschoten. Gelukkig liep het goed af. De rest van de oorlog zat mijn vader elders ondergedoken, bij een oom.
Op 4 mei moest mijn vader altijd huilen.