‘Het donkere Voorhout, met tussen de bomen oranje lampen, aan het eind uitwaaierend tot een brede, donkere ruimte.
In de Posthoorn speelde een pianist ouderwetse melodieën. We zitten tegen de zijmuur, aan een tafel dicht bij het raam, waar we meestal zitten. Alle tafels zijn bezet. Er hangt een tevreden, roezige stemming, niet-aardige, maar onverdacht Haagse mensen.’ (J.J. Voskuil - Onder Andere, p. 429)