24 december 2007

Er was eens een oude man

Er was eens een oude man van 84 jaar. Hoewel op leeftijd was hij nog redelijk vief. Op een koude, kwade zaterdag viel hij en schaafde handen en gezicht. Ook had hij erge pijn aan de knie. Hij hield een taxi aan, maar deze wilde hem niet meenemen en reed weer weg. De oude man strompelde 500 meter naar het plaatselijke station en klampte een voorbijganger aan. De man ontving echter een belangrijk telefoongesprek en wendde zich af. De oude man klampte een volgende voorbijganger aan. Deze belde gelukkig wel een ambulance. Na ongeveer 25 minuten arriveerde de ambulance. In het ziekenhuis aangekomen werd de oude man in een stoel gezet. Na vier uur werd er naar hem gekeken, hij bleek een gebroken knie te hebben. De man werd in een ziekenhuisbed gelegd. Ondertussen was ook de zoon van de oude man gekomen. Weer drie uur later werd het been gespalkt, in afwachting van een gipsbeen, dat later die dag zou worden aangebracht. Inmiddels was het jammer helaas weekend geworden, en kon het gips niet meer aangebracht worden. Maandag zou men verder gaan. De hele maandag lag de oude man alleen in zijn kamer te wachten op transport naar de gipskamer. On half vijf kwam de zoon, deze informeerde meteen hoe het nu zat. Druk getelefoneer heen en weer. Jammer helaas, het was Kerstmis geworden en het gips kon niet meer aangebracht worden. Over twee dagen zou men het weer proberen, maar het kan ook vrijdag worden. De oude man ligt weer alleen in zijn bed op een kamer in het op een na grootste ziekenhuis van.... Lagos? Nee, van Den Haag. De oude man is mijn vader, en die zoon, dat ben ik.