Imagine is een van de betere Beatles-soloplaten, vind ik. Het titelnummer is meer dan bekend, ook de andere nummers zijn goed, tot zeer goed. Ik denk dat mijn favoriete nummer Gimme Some Truth is. Luister ook naar de perfecte gitaar van George Harrison.
09 september 2021
Mijn eerste lp
04 september 2021
Je kunt weer meepraten op een verjaardag
15 augustus 2021
All Things Must Pass

25 juli 2021
Uit het familiealbum
Een nicht van mij heeft een oud foto-albumpje, waarin zo'n 15 oude foto's. Waarschijnlijk ooit in bezit van een ongetrouwd gebleven oud-tante. Of ik (de stamboomoloog van de familie) wist wie daar allemaal op stonden.
Nou ja, voor een deel wel. Onze opa en oma, en een oom, maar daarna werd het wat moeilijker.
Intrigerend was vooral een oud familieportretje, waarop hoogstwaarschijnlijk een echtpaar en drie dochters. Wie zouden het zijn?

23 juli 2021
Misjo Joezmeski
12 juli 2021
Nescio en Voskuil
In 1996 verscheen dan in 2 dikke delen het Verzameld Werk, met alle publicabel geachte teksten, die in 'Nescio's laatjes' hadden gelegen. Er zit veel, heel veel prachtigs tussen. Het Natuurdagboek, dat Grönloh na de oorlog bijhield over zijn wandelingen en fietstochten, schitterend is het.
En nu: eindelijk is er dan de biografie van Nescio, door Lieneke Frerichs. De erven-Grönloh hebben hun terughoudendheid opgegeven en toestemming gegeven tot nu toe gesloten verzamelingen te gebruiken voor een biografie.
Het is een kloek boek geworden, zo'n 650 pagina's, voor een schrijver van (bij leven) een kleine 200 bladzijden gepubliceerd werk. Ik vind de biografie prachtig, een heerlijk uitgebreide levensbeschrijving, over zijn schrijverschap en hoe hij daarmee omging, wars van publiciteit en bekendheid, over zijn persoonlijk leven en over het kantoorleven, Grönloh had naast de jeugdidealen waarover hij schreef, ook een keurige kantoorbaaan.
Al lezend in de biografie bedacht ik mij (niet als eerste) dat Grönloh op een bepaalde manier een zekere verwantschap heeft met J.J. Voskuil. Ook Voskuil had (in zijn geval in de studietijd) grote idealen, die hij met een vriendenclub wilde nastreven. Beiden schreven over de tijd van idealen en de vrienden, Grönloh als Nescio in Titaantjes, Voskuil in Bij nader inzien. Beiden konden hun idealen niet verwezenlijken en belandden op kantoor. Zowel Grönloh als Voskuil trokken in hun vrije tijd graag de stad uit, en beiden ergerden zich aan veranderingen in 'hun' landschap, de natuur, Amsterdam. Van Nescio is in 1997 zijn Natuurdagboek verschenen, dit jaar kwam van Voskuil Had je nog willen wandelen? uit. Beide schrijvers hebben ook ledigheid, zinloosheid als thema, net als het Bijbelboek Prediker. Sommige teksten van Nescio, vooral in De uitvreter, lijken soms bijna woordelijk ontleend hieraan.
Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
(Prediker 1:5-6)
20 juni 2021
Arbeidsinzet? Spoorbio!
Het is vandaag Vaderdag, daarom nu een verhaal dat mijn vader af en toe vertelde.
In de oorlog werden mannen tussen de 18 en 35 jaar oud opgeroepen voor de Arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) in Duitsland, een tewerkstelling (vanaf mei 1943) om de industrie aan de gang te houden terwijl Duitse jongemannen overal in Europa aan het vechten waren. Mijn vader had daar geen zin in en wist een paar keer de dans te ontspringen doordat hij ergens onvervangbaar was verklaard. Maar op een kwade dag (20-9-1943, een maandag) viel er niet meer aan te ontkomen, hij moest naar Duitsland. Verplicht meenemen: mes, lepel en vork met etensbord, aanbevolen: handslot, kleerhanger, lakens en kussensloop, zo mogelijk een deken. Mijn vader moest zich melden op het toenmalige Haagse station Staatsspoor (ongeveer waar nu station Den Haag Centraal is) en zou dan verder horen hoe of wat. Afgesproken werd dat een oudere broer hem zoveel mogelijk zou vergezellen en bijstaan, om samen te kijken of er nog iets aan te doen was.

Mijn vader meldde zich op het station bij een man, die een lijst met namen bij zich had. Hij moest met een bepaalde trein richting Duitsland. Een gewone trein. Mijn oom kocht ook een kaartje tot Utrecht en ze reisden samen. Tussen Den Haag en Gouda liep nog iemand door de trein, om de mannen voor de Arbeitseinsatz te verzamelen, 'dat was gezelliger, als ze bij elkaar zaten'. Dat leek mijn vader geen goed idee, want dan zou hij bekend zijn bij de anderen en helemaal niet meer weg kunnen. Hij reageerde niet en hield zich stil.
Het bleek dat er in de trein verder geen bewaking of toezicht was. In Utrecht zijn mijn vader en oom pardoes uitgestapt, en hebben zich schuil gehouden door een film te kijken bij de Spoorbio, een bioscoop in een treinstel op perron 1 (https://nl.wikipedia.org/wiki/Spoorbio).
Na een uurtje, toen de trein richting Duitsland allang weer verder was gereisd, zijn ze teruggegaan naar Den Haag. Mijn vader moest daarna onderduiken, eerst bij een andere broer in de Boerenstraat, later een tijd bij het elektriciteitsonderstation in de Jan Wapstraat waar een oom de leiding had, en waar meer mensen ondergedoken zaten. Veel later, toen we er bij een ommetje eens langs liepen, wees mijn vader de ventilatiegaten in de muur van het gebouw aan. “Hierachter zat ik, als er gevaar voor ontdekking dreigde, tussen de hoogspanningsonderdelen. Geen gekke bewegingen maken.”
Het treinkaartje en het bioscoopkaartje heeft mijn vader bewaard, hij liet ze wel eens zien. Ik vond ze een tijdje geleden (met andere oorlogsgerelateerde papieren en zijn persoonsbewijs) terug in een blikken sigarendoosje.



