03 april 2021

Ik las: Konstantin Paustovski - De muziek van de herfst

Ik las de afgelopen weken De muziek van de herfst, een nieuwe bundel verhalen van Paustovski. Een kloek boek van zo'n 650 pagina's, met 57 verzamelde verhalen. Er viel weer veel te genieten, ook hier is Paustovski toch weer de ongeëvenaarde grootmeester van de natuurbeschrijving. Een verhaal als De Mesjtsjora over de gelijknamige streek in Midden-Rusland: je wil daar morgen naartoe vliegen om het zelf te ondergaan. Maar het zal misschien niet voor iedereen zo zijn, vanwege het in veel gevallen ontbreken van personages, inderdaad, van een echt verhaal. Er zijn ook verhalen 'met personen en handelingen', en gelukkig is ook daar veel te genieten. Etiketten voor koloniale waren bijvoorbeeld, over een oude joodse drukker, is tragisch, hartbrekend, wat mij betreft van grote, grote klasse. 
Jammer genoeg zijn er ook een paar verhalen die mij minder boeiden. Zwarte netten, dat nota bene in ons eigen Vlissingen speelt, vind  ik eigenlijk gewoon niet goed, gezocht, teveel in elkaar gezet. Het Lot van Charles Lonceville is te lang en uiteindelijk niet interessant. Maar die mindere verhalen zijn ver in de minderheid.
Over het geheel genomen: een mooi boek, fijn dat deze verhalen nu beschikbaar zijn.

Een paar opmerkingen. De bundel heeft als nadere omschrijving Verzamelde verhalen, zelf vind ik het dus niet alleen verhalen, maar ook reportages, impressies, schetsen. Niet alle stukken zijn nieuw, 17 verhalen stonden eerder in Afscheid van de zomer, een bundel door dezelfde vertaler uit 1993, bij een andere uitgeverij. Ik heb met een half oog vergeleken, de vertalingen lijken vrijwel identiek, hier en daar is iets gemoderniseerd, of een spellingswijze aangepast. 

Strikt genomen: vijf verhalen verschenen vorig jaar al in Wilde rozen, in de Kleine Russische Bibliotheek.

Interessant is het verhaal Het lot van Charles Lonceville. Hiervan bestaat ook (met een iets andere titel) een eerdere vertaling, die in vanaf 1 oktober 1934 (!) als feuilleton verscheen in De Tribune, het Dagblad de Communistische Partij Holland. In Delpher te lezen, de eerste aflevering staat hier. Het is niet zeker, maar misschien is deze vertaling van de hand van Gerard Vanter en/of Karel van het Reve, die als 14-jarige ook De baai van Kara Bogaz vertaalde. Ik heb dit verhaal in een uitgave van de Vereniging Konstantin Paustovski. Uit nieuwsgierigheid legde ik de twee vertalingen naast elkaar, van het eerste hoofdstuk. De vertaling uit 1934 bevat meer tekst, in het eerste hoofdstuk misschien wel 20%. In de afbeelding zijn deze passages met potlood omlijnd.

Opmerkelijk, in Goudzand en in Verhaal van een leven maar ook in dit verhaal, verderop in hoofdstuk 6, geeft de vertaler Wim Hartog op zekere plaatsen juist extra tekst uit de oorspronkelijke edities, die tijdens het Sovjetregime in de loop der jaren waren gecensureerd. Hier is dit dus, om mij onbekende reden, niet gebeurd. 

Nog een vertaaldingetje: in Sardines uit Audierne uit 1929 is (blz. 263) op een zeker moment sprake van nylonkousen. De eerste nylonkousen werden verkocht in 1939. Toch een smetje.

Persoonlijk hoop ik dat Uitgeverij Van Oorschot en Wim Hartog nog een Paustovski-titel zullen heruitgeven: De gouden roos, het boek met Paustovski's literaire herinneringen. Zeer benieuwd naar.

12 maart 2021

Een jaar geleden

Micha Wertheim zei in zijn geniale lockdown-voorstelling Niemand Anders dat dit hele corona-gebeuren eigenlijk geen verhaal oplevert. Er is elkaar niets interessants over te vertellen, want we zitten er allemaal middenin en maken het allemaal mee.

Maar toch. Het kantoorpersoneel van Tata Steel IJmuiden, een paar duizend man, was opgeroepen om op 12 maart 2020 'één dag zoveel mogelijk thuis te gaan werken', vooral 'om de systemen te testen', want wie weet zou het op korte termijn gewoon verplicht worden.

En dus zat ik op 12 maart om kwart voor acht 's ochtends aan de eettafel, in plaats van in IJmuiden, met het laptopje. Dat viel allemaal niet mee, de verbinding met de staalfabriek was zeer matig. Maar goed, daar was die test voor. 

's avonds was er de persconferentie, waarin onder andere werd opgeroepen voorlopig zoveel mogelijk thuis te werken. Ook Tata Steel volgde die oproep. 

Na 12 maart ben ik nog twee keer naar het staalbedrijf gegaan, een keer om persoonlijke spullen op te halen en mijn bureau uit te ruimen, en een keer om mijn werk-pc in te leveren.

19 mei was mijn laatste werkdag.

18 februari 2021

Een paar van mijn Yoko Ono-boekjes

Vorig jaar, toen het even kon, bezochten we mijn zoon, die in Gotenburg woont. In de winkel van het plaatselijke Konstmuseum zag ik een tweetalige (Engels - Zweeds) editie van Yoko Ono's boek Grapefruit. Hoewel ik al een editie uit 1970 had kocht ik het, met als excuus: goed voor bij mijn Zweedse lessen. *)

Een paar jaar geleden kocht ik ook al Acorn, een vervolg op Grapefruit, uit 2013. Min of meer passend in deze lijn is ook Living In The Light Of Hope, uit 2018, een bundeling van tweets van @yokoono. 


Het zijn geen boekjes om van voren naar achteren te lezen. Ze liggen meer 'ergens in huis', ik sla ze soms open en lees een of meer pagina's. De instructies van Yoko vind ik interessant, grappig, opmerkelijk, origineel. Ik doe er een paar:

CITY PIECE **)
Walk all over the city with an empty baby carriage.

CLOUD PIECE ***)
Imagine the clouds dripping.
Dig a hole in your garden to put them in.

BEAT PIECE
Listen to a heart beat.

MAP PIECE
Draw a map to get lost.

Uit Acorn:

SKY PIECE II
Look at a star in the sky
not as something unreachable
but as a planet you would visit one day.

CLEANING PIECE IV
Write down everything you fear in life.
Burn it.
Pour herbal oil with a sweet scent on the ashes.

Uit Live In The Light Of Hope:

Do something good every day. it could be a small thing like calling a friend you have been ignoring for some time. It could be just smiling and giving a little wink to your sister who is looking depressed.

Je kunt over deze instructies cynisch doen en het afdoen als flauwekul, maar je kunt het ook even op je laten inwerken. Misschien doet het toch iets met je. 

Lachen mag overigens ook.

LAUGH PIECE
Keep laughing for a week.

Meer lezen over Yoko's kunst: ik vind dit en dat mooie boeken.****) 

*) Thuis las ik dat de uitgever meer Yoko Ono-boekjes had, ik kocht ze allemaal. 
**) 1961, wellicht een inspiratie voor de titel Greenfield Morning I Pushed an Empty Baby Carriage All Over the City, van de Yoko Ono/Plastic Ono Band lp uit 1970.
***) 1963, geciteerd op de hoes van Imagine, de John Lennon lp uit 1971.
****) Deze links zijn alleen bedoeld als illustratie. Wees loyaal, koop lokaal.

13 februari 2021

Een nieuwe oude lantaarnpaal

 

 Bij mijn moeder is de straat opnieuw ingericht, er zijn meer parkeerplaatsen gekomen. En dat terwijl ik nog weet dat er ooit maar een auto in de straat was, van meneer Van D. Er zijn ook nieuwe lantaarnpalen geplaatst, en wel de 'Berlage straatlantaarn, type 2'. De naam is misleidend, de lantaarns zijn ontworpen door Piet Zwart (1885 - 1977), die overigens wel in dienst was van Berlage. Naar verluidt wilde Zwart een zo eenvoudig mogelijke grijze lantaarn, maar de gemeente, als opdrachtgever, wenste toch nog wat versieringen. Toen heeft Piet Zwart besloten alle 'overbodige' elementen rood te maken. 

 Het opmerkelijke is dat ze bij mijn ouders in de straat nooit eerder hebben gestaan. (In andere straten in Laakkwartier stonden en staan ze wel.) De huizen bij mijn moeder zijn van 1933, en op oude foto's (bijvoorbeeld deze) en in mijn geheugen (jaren 60) was er een boven de straat aan draad hangende verlichting. Ik denk dat die in de jaren 70 is vervangen door moderne lantaarnpalen. Deze zijn nu weer verdwenen, en vervangen door replica's van de Piet Zwart lantaarn. Er zit wel een moderne lamp in, vanwege energieverbruik en gewenste lichtopbrengst. Aan dit type lantaarnpalen is een website gewijd, met een kaartje. Ik heb contact gezocht met de maker, en hij heeft het kaartje geüpdatet.

11 februari 2021

Een dagje schaatsen in de oorlog

Ik vond onlangs een handgeschreven herinnering van mijn vader, aan een schaatstocht die hij (volgens zijn herinnering) maakte in 1941 of 1942, beide zeer strenge winters. 

Mijn vader was toen 17 of 18. Met een van zijn broers schaatste hij van Den Haag naar Leiden, via de Schenk. In Restaurant-Café Zomerlust aan de Stationsweg bleek de inschrijving te zijn voor de Viermerentocht, een schaatstocht over Kaag, Braassemermeer, Langeraarse Plassen en Noordeinder Plas. Zo'n 90 - 100 km. Meedoen? Meedoen! Onderweg was het een stille, witte wereld, die onherkenbaar verschilde van dezelfde omgeving die ze kenden van roeiboottochten in de zomer. Ze troffen nog een buurman, die ook mee schaatste en een Leidenaar die de dorpen aan de torenspitsen herkende, ene Colijn, neef van de Minister-President. Ze sloten zich bij hem aan. Na terugkeer in Leiden ontvingen ze een medaille, dronken bij neef Colijn nog een kop chocolademelk, aten een oliebol, en schaatsten vervolgens weer naar Den Haag. Jammer genoeg zijn er geen foto's, de medaille is volgens mij ook niet bewaard gebleven.

21 januari 2021

2,5 miljoen tekstbestanden, maar de ware Jacob zit er (weer) niet bij

In mijn internetbubbel werd ik opmerkzaam gemaakt op een internetpagina, met links naar transcripties van (o.a.) de V.O.C.- en W.I.C.-archieven. 

Interessant, want in mijn stamboomonderzoek is Jacob Swaan een hardnekkige 'doodloper'. Jacob Swaan is de oudste mij bekende voorouder van mij 'in de rechte mannelijke lijn', zeven generaties vóór mij. Volgens een aantekening in het lidmatenregister van Maarssen werd hij op 2 juni 1730 in Maarssen (als 'Jacoop Swaan') ingeschreven, 'met attestatie van Surinaame'. Dat is de eerste vermelding in Nederland. Jacob was waarschijnlijk bemiddeld, hij kocht in Maarsen een buitenhuis aan de Vecht. Ik wil natuurlijk graag weten wat hij in Suriname gedaan heeft. Dat zou zomaar iets met plantages en slaven kunnen zijn, realiseer ik me. De naam Swaan wordt meerdere keren in verband gebracht met plantages, bijvoorbeeld Plantage Katwijk. De hier genoemde Johannes Aleydus Swaen heb ik overigens niet kunnen 'linken' met 'mijn Jacob Swaan'. 

Veel Surinaamse archieven heb ik al doorgenomen in het Nationaal Archief in Den Haag. Veelal is er geen index op namen, dus het is een kwestie van stug 'scannend' doornemen. Maar via de links op bovengenoemde pagina's was er ineens de toegang tot heel veel nieuw materiaal. Het zijn transcripties, in txt-format, maar de originelen zijn alle ingescand en online te bekijken. Het gaat om een ongelooflijke hoeveelheid materiaal, die transcripties zijn dan ook niet door iemand gemaakt die alles heeft gelezen, maar met speciale getrainde software, Transkribus. 

Enfin, ik heb alle txt bestanden (behalve de meteen op het eerste oog niet-relevante) gedownload, een flink karwei. Na uitpakken had ik dan 2.508.356 bestanden, (netjes automatisch geordend in 7.601 mappen met logische (archief-)benamingen, zodat alles terug te vinden is). Bijna 3 GB. 

Nu zijn er commando's (in Linux) of programmaatjes, die een reeks bestanden kunnen doornemen op het voorkomen van bepaalde tekst-strings. Ik gebruikte hiervoor FileLocator Lite. Benoem de map waarin gezocht moet worden (gewoon de map waar alles in zit dus) en geef de tekst die gezocht moet worden. Ik kwam er snel achter dat als ik zou zoeken op 'zwaan', dat ik dan veel te veel resultaten zou krijgen, bijvoorbeeld ook verwijzingen naar schepen. Ik zocht daarom op 'jacob zwaan' en op 'zwaan' AND 'maarssen', plus nog wat varianten. Hoe snel het gaat hangt natuurlijk af van de pc, op mijn huis-, tuin- en keuken-pc duurde een zoekopdracht ongeveer een half uur, 40 minuten. 

Het resultaat was mager. In die 2,5 miljoen pagina’s komt 6 keer de combinatie Jacob Swaan voor. Andere schrijfwijzen (Zwaan, Zwaen, Swaen) komen niet voor. De 6 gevonden gevallen boden geen link naar 'mijn Jacob'. 

Ter illustratie een van de bestandjes, met daarin Jacob Swaan, en een link naar het document in het archief.

(Archief 1.05.01.02 Inventaris van het archief van de Tweede West-Indische Compagnie (WIC), (1624) 1674-1791 (1800) D.3.2 INGEKOMEN BRIEVEN MET BIJLAGEN VAN CURAÇAO. Inventarisnr 1150:1712 jan 12 - 1713 juli 11, Blz 269:)

Een nuttige exercitie in deze tijden van lockdown, want nu hoef ik die archieven niet meer met de hand door te nemen. 

2,5 miljoen tekstbestanden, maar de ware Jacob zit er (weer) niet bij.

10 januari 2021

Haagse herinneringen uit de jaren 20 en 30

Mijn moeder haalde wat (losse) herinneringen op aan de Haagse Twentstraat, laten we zeggen: periode 1923 - 1933. Ik noteer dit, nu het nog kan. Maar bedenk ook: het geheugen is een niet altijd betrouwbare leidsman.

Twentstraat, Den Haag. Fotograaf H.A.W. Douwes, collectie Haags Gemeentearchief.

Het huis, Twentstraat 219, had twee kamers beneden, en een klein kamertje achter op de eerste verdieping. De kamer aan de straatkant was niet groot, er was een bedstee, waar de meisjes (drie) uit het gezin sliepen. Mijn moeder, het vierde meisje, sliep in een bedje in dezelfde kamer. Er was een soort doorgang naar de achterkamer. In die doorgang stond een bed, daar sliepen drie broers. De ouders sliepen in de grotere achterkamer, ook in een bedstee. Mijn moeders grootmoeder sliep in het kleine kamertje op de verdieping achter, twee oudere broers waren al uit huis. Er waren een radio en een grammofoon in huis.
De tuin was betrekkelijk groot, aan huis was er een stoepje, in het midden stond een grote rozenstruik, met een schelpenpaadje eromheen. Aan de linkerkant tegen de schutting was een grote kippenren, elke dag weren er dus wat verse eieren. Links achterin stond een seringenboom. 
In het voorjaar kwam een boer door de straat, die mest verkocht. Er werd dan een teil mest gekocht, die door de gang naar achteren, naar de tuin moest, waar het met water werd aangelengd en over de tuin verspreid. 

Buren waren de families Grevenstette (boven, aan de voorzijde) en Mertens. De heer Grevenstette werkte bij Peek & Cloppenburg, hij bracht bestellingen rond met een bakfiets, in uniform. De heer Mertens had fournituren- en stoffenwinkels, De Zon, op het Jonckbloetplein, en even verderop, op het Lorentzplein. Aan de overkant woonde de familie Toorenburg.

De school was in de parallel gelegen Sirtemastraat, vanaf de singel gezien links, voor de brouwerij. Het was een groot gebouw, met een eigen gymzaal. Al spelend liepen de kinderen daar naartoe, door de 'Kleine Sirtemastraat', een verkeersvrije steeg. Namen die nog herinnerd worden: Meester De Bruin, juffrouwen Kelder (lagere klassen) en Akkerman, en het Hoofd der School, meester Butner. Daarnaast nog van een paar klasgenoten, van wie ik de namen nog achterhoud, omdat het niet helemaal ondenkbaar is dat ze er (net als mijn moeder) nog zijn. 
Ook in de Sirtemastraat was de brouwerij van ZHB. Mijn moeder herinnert zich hoe ze als kind vanuit de tuin naar de brand in de brouwerij heeft gekeken. Dit maakte grote indruk. Het zal de brand van 22 november 1929 geweest zijn.

Behalve de eerdergenoemde boer, kwamen meer verkopers, handelaren en ander volk door de straat.

Het huisvuil werd opgehaald uit open houten asbakken (Haags woord) met handvatten aan weerszijden.

Als er nieuwe haring was, kwamen Scheveningse vrouwen, toen nog allemaal in klederdracht, om haring te verkopen. Ze droegen nog het traditionele juk, met emmers haring. Ze kwamen lopen vanuit Scheveningen, vanuit de haven via Statenlaan, Koningin Emmakade en Waldeck Pyrmontkade. 

Er was een joodse handelaar, die kwam met een hondenkar door de straat. Hij verkocht zoute bommen. 'Zoute bommen! Zoute bommen!'

Er was een gehandicapte, invalide bedelaar, Sjimmie. De man had geen benen en zat in een karretje. Hij reed langs de deuren en trok aan de bel met het handvat van een wandelstok.

Dan was er nog de bakfiets met daarop een piano, die werd bespeeld. Er hoorde ook een tweede man bij, die langs de deuren ging om geld op te halen.

In die tijd was de markt nog niet aan de Herman Costerstraat, maar op de Prinsegracht, tussen Boekhorststraat en Lijnbaan. De groentemarkt was in het verlengde daarvan, op de 's-Gravenzandelaan.

In de straat waren ook een paar winkels en bedrijfjes. Tegenover het huis van mijn moeder was een leesbibliotheek, daarnaast een (doods)kistenmakerij, en een hoefsmid. De geur als er hoeven werden gezet. Ook was in de straat een kruidenier, en de stokerij Paalvast, waar heet water gehaald kon worden. Op maandagen bracht Paalvast vijf tonnetjes (aangegeven werd een maat van ongeveer 40 cm hoog) heet water, zodat de was gedaan kon worden. Paalvast leverde ook de antraciet voor de kolenkachels.
De melkboer heette Van Zanten. De garage van de melkboer was naast het huis van mijn moeder. 
Verder was er ook nog een café, en een sigarenwinkel, van Gerrese.

In de jaren 20 reed er een WSM-stoomtram vanaf de Lijnbaan, via de Loosduinseweg naar Loosduinen. Op de Loosduinsebrug werd deze begeleid door een man met een rood spiegelei, om de mensen te waarschuwen voor het naderend gevaar. Deze man werd door de kinderen Jan Toffee genoemd. Waarom weet mijn moeder niet meer.

Aan de andere kant van het water, aan de Noord-West Buitensingel, zat bakkerij De Hoop. Mijn moeder (kind in groot gezin) ging daar brood halen in een schoon kussensloop. Ze haalde 'brood van de dag ervoor', dat was goedkoper.