
In Lam naast leeuw, door J. Heymans (naar mijn smaak een onmisbaar boek voor Voskuil-vorsers), had ik al gelezen dat J.J. Voskuil in de jaren '50 een serie boekrecensies publiceerde in Propria Cures, NRC en Litterair Paspoort. Deze zijn nu verzameld in dit boek, en worden voorafgegaan door een inleiding van 100 blz., 'Het mislukte leven', door Detlev van Heest.
Die inleiding door Detlev van Heest bestaat uit een paar gesprekken die hij voerde met de weduwe Lousje Voskuil. Het gaat over haar leven met Voskuil, en dan vooral over de jaren '50, toen hij teleurgesteld raakte over zijn vrienden, in een existentiële crisis raakte en besloot tot het schrijven van Bij nader inzien. De periode waarin hij ook de boekrecensies schreef. Die inleiding is echt 'the best of both worlds': nieuw werk van Van Heest, een goed gesprek met Lousje Voskuil en interessante weetjes en verhelderende inzichten in leven en wereld van Voskuil. Alleen al vanwege deze inleiding vond ik het boek de moeite van het kopen waard.
De boekrecensies van Voskuil beslaan de volgende 140 bladzijden. Het zijn er een stuk of 30, alle eerder gepubliceerd. Voskuil schrijft over Waugh, Kafka, Brod en Musil, maar ook over nu totaal onbekende en terecht vergeten (veelal Duitse) schrijvers, die hier overigens door Voskuil ook in de meeste gevallen afgeserveerd worden. In eerste instantie maakt die onbekendheid het lezen wat minder gemakkelijk, ik had daar zelf in ieder geval last van. Ik heb het boek twee keer gelezen, bij de tweede keer heb ik meer gelet op de opvattingen van Voskuil, dan op de details van de besproken boeken. Dat werkt beter. Voskuil zelf maakt in dit boek hetzelfde mee, als hij een boek met toneelkritieken van Alfred Polgar leest. Die toneelstukken zeggen hem niets, maar door op de beoordelingen en vooral criteria en overwegingen te letten komt Voskuil veel over Polgar te weten. Een soort literair Droste-effect. Alle bekende Voskuil-opvattingen blijken ook hier weer aanwezig te zijn: verantwoording afleggen, waarachtigheid, het academische bedrijf, de verhouding tussen vader en zoon, en ook in een of twee gevallen: met de grappige Voskuilhumor, met name in een anekdote over Beiers en Brabanders. Zoals de uitgever het zegt: een zelfportret.
Heymans geeft in zijn boek een uitgebreidere lijst met publicaties dan hier verzameld. Omdat het voor Voskuilliefhebbers nooit genoeg is, vroeg ik tijdens een lezing hiernaar aan Detlev van Heest en een medewerker van de uitgeverij. Zij vertelden, dat die weggelaten stukken meest korte boekaankondigingen waren geweest, niet geschikt voor opneming in dit boek.
Nog even over de titel: Ik ben ik niet. Die verbaast mij. Ontleend aan een motto van Evelyn Waugh, een schrijver die Voskuil juist minder waardeerde. Waugh schreef (in Brideshead revisited) over zijn vrienden, Voskuil (in Bij nader inzien) over zijn vriendschappen, en daarmee vooral ook over de positie die hij daarbij innam. 'Essentieel!', zoals het in dat boek genoemd wordt. Beter passend zou mijns inziens zijn geweest: Ik ben ik. Maar misschien begrijp ik het verkeerd en heb ik het weer eens helemaal mis.
Blij dat dit boek er is.









