19 november 2024

Ik las Ewoud Sanders - 'Jood', de vergeten geschiedenis van een beladen woord


Na Van appeljood tot zuurjood is er nu dit boekje. De titel zegt precies waar het over gaat. Gebaseerd op tekstonderzoek (o.a. Delpher) en eigen enquĂȘteresultaten laat Ewoud Sanders zien hoeveel Nederlandse woorden en uitdrukkingen er zijn met daarin het woord jood (of smous). Honderden en honderden. Sommige zijn letterlijk eeuwen oud, dateren uit de Middeleeuwen, andere zijn nieuwer. De meeste zijn ingegeven door opvattingen over 'de Ander'. Sanders groepeert het naar thema: geloof, tradities, uiterlijk, gedrag, enzovoort. Vaak zijn het neerbuigende, beledigende of ronduit antisemitische uitingen. Terug van nooit weggeweest. Woorden doen ertoe. 

Dat van beledigend bedoelde woorden en samenstellingen geldt overigens (mutatis mutandis) ook voor woorden met andere 'anderen', denk aan homo, Turk, Marokkaan, moslim. Enfin, kijk maar in de krant, en vooral op internet, deze week.  

Interessant was het om (weer) te lezen over de geschiedenis van het woord 'jood' in Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, de 'Dikke Van Dale', vanaf de eerste tot de laatste druk, en over de ophef die er van tijd tot tijd over was. Tot rechtszaken aan toe. 

Een nuttig, leerzaam boek.

Twee 'terzijdes':
1. In 1990 begon Edda Rafalowicz een lobby om de omschrijving van het woord 'jood' in de Dikke Van Dale gewijzigd te krijgen. Ewoud Sanders schrijft erover. Haar bemoeienis toen staat mij niet bij, als ik er toen al over gelezen had, nu is het voor mij opmerkelijk, omdat ik betrekkelijk wat onderzoek gedaan heb naar leven en lot van deze familie. Ik 'ken' haar onder haar eigen naam, Esther Parzenczewska.
2. De tweede en derde druk van Van Dale (die die naam toen nog niet had, overigens) werden voor publicatie gereed gemaakt door een helper van Van Dale, Johannes (Jan) Manhave. Dat is verre familie van mij, via mijn moeder, dezelfde familie(naam). Een broer van een betovergrootvader of zoiets.

Het is goed om af en toe in de spiegel te kijken:
- Ik meen dat ik nooit het woord 'jood', of een samenstelling daarvan, in antisemitische zin heb gebruikt. Wel als scheldwoord tegen een brildragend buurtgenootje. Ik zei al eerder en herhaal nu: 'Er was natuurlijk ook de 'brillenjood'. Toen ik jong was, was dat vooral een scheldwoord voor kinderen die een bril droegen. Ewoud Sanders meldt dit ook. Tja, ik riep dat ook wel. Er zat niet iets antisemitisch achter, maar het is niet fraai, en ik ben er niet trots op. Ik zeg dit omdat het zo was.'
- Ik ben verzot op jodenkoeken, en noem ze ook zo. Daar zit (hoop ik) niets beledigends in, integendeel. Ewoud Sanders meldt dat een fabrikant uit het oogpunt van inclusiviteit de naam heeft veranderd in Odekoek. Maar ook dat het Centraal Joods Overleg, de koepel van Joodse organisaties in Nederland, heeft laten weten de naamswijziging te waarderen maar nooit aanstoot te hebben genomen aan de naam jodenkoeken. Daar klamp ik me dan maar aan vast. En anders eet ik odekoeken.
- Sanders heeft nauwelijks 'zei-spreuken' opgenomen, omdat hij geen aanwijzingen had gevonden, dat ze in de praktijk werkelijk zijn gebruikt. In mijn familie heb ik daarentegen (30 jaar geleden of zo, op een verjaardag) wel horen zeggen: 'Alles met mate, zei de jood, en hij sloeg zijn vrouw met de ellestok'. Onthouden omdat het een duidelijke woordspeling bevatte. Ook hier heb ik geen reden om aan te nemen dat het antisemitisch of beledigend was bedoeld, maar meer 'dat met dit nou eenmaal zei', en lollig bedoelde: mate(n) - ellestok, u begrijpt het. Maar ik kan me voorstellen dat je het wel als beledigend ervaart. Niet doen dus, lijkt me.