
Vanmiddag deed ik wat boodschappen voor mijn moeder. Bij een bakker in Rijswijk wilde ik wat koekjes kopen. Ik werd geholpen door een jongedame van 16, 17 jaar.
- Goedenmiddag meneer, wat mag het zijn?'
- Dag mevrouw, een half pond amandelkoekjes graag.
De verkoopster kijkt wat onzeker om zich heen.
- Hoeveel wilde U ook weer, zei U?
- Een half pond, een half pond amandelkoekjes.
De verkoopster kijkt een collega vragend aan. Zij wijst de amandelkoekjes aan. Ze liggen op de plek waar ze altijd liggen, zie ik.
- Welke wilt U?
- Doet U maar van alles wat.
De verkoopster kijkt mij weer vragend aan.
- Wat wilde U eigenlijk ook weer?
- Amandelkoekjes. Een half pond amandelkoekjes.
- O ja. Een half...pond???
De verkoopster schud haar hoofd en trekt haar vragendste gezicht.
- Ja, een half pond, 250 gram! Van die daar!
- OK!
Enfin, ik krijg wat ik wil. Daarna naar de kaasboer, voor een plat stukje jong belegen kaas van 4 ons.