
Het eerste postuum gepubliceerde werk van Mulisch. Postuum werk, dat is altijd een beetje oneerlijk. Het is niet af, of bij leven niet goed genoeg bevonden en daardoor in veel gevallen minder van kwaliteit dan de door de schrijver wel gepubliceerde, voltooide boeken. Ik zeg er dan ook maar meteen bij dat Mulisch zelf als eerste De tijd zelf als niet-voltooid heeft beschouwd. Het is maar een bladzijde of 20. De aanzetten zijn typisch Mulischiaans: een filosofisch debat over het wel of niet bestaan van het nu, en tegelijkertijd het besef dat we wel degelijk in het nu leven. Dat doet mij een beetje denken aan Mulisch' theorie van de octaviteiten uit De compositie van de wereld. En een vermakelijke episode over kwijtgeraakte tijd en een omgevallen klok. Maar goed, 20 bladzijden, meer is het niet. Interessanter vond ik de essays van Marita Mathijsen en Arnold Heumakers, over de geschiedenis van dit onvoltooide werk, en over de rol van het begrip tijd in het werk van Mulisch. Verder in dit boekje veel reproducties van manu- en typoscripten, schema's, aantekeningen en dagboekfragmenten uit de periode 1998 - 2003 betreffende het werken aan De tijd zelf. Leuk voor de fans, vooral als je geïnteresseerd bent in het schrijfproces zelf. En nu maar wachten op De ontdekking van Moskou.