Hij droomde dat hij werd uitgedragen. Van heel ver kwamen de laatste tonen van Nobody loves you when you are down and out uit de klarinet van Sidney Bechet, zoals hij die bij zijn leven honderden keren gehoord had. Daarna hoorde hij alleen nog het knerpen van de schoenen van de dragers op het grind en voelde hij het lichte deinen van zijn kist op hun schouders. Ze hielden stil. De kist werd neergezet. Er was het geluid van vele schoenen, een stilte en een zacht gemompel, waarna de voetstappen zich weer verwijderden. Hij duwde de deksel van zijn kist omhoog, richtte zich op en keek hen na. Ze liepen van hem weg over het pad naar de uitgang. Hij zocht naar bekenden, maar die achteraan liepen kende hij niet, en die vooraan liepen kon hij niet meer zien. Terwijl hij langzaam de deksel weer liet zakken, werd hij wakker, overspoeld door een gevoel van oeverloze treurigheid. (HB7, 219-220)
Meer Voskuil in Den Haag? Klik hieronder.
Vorige