
Theo Kars. Hoeveel boeken heb ik al van hem gelezen en waarom? Nu is er het eerste deel van zijn memoires. Theo Kars is een nauwkeurig schrijver, zijn zinnen zijn vaak wat ouwerwetserig, maar gedegen. Hij is volkomen overtuigd van zichzelf, zijn eigen gelijk en superioriteit. Van tijd tot tijd té uitleggerig. Een heel goede schrijver is hij naar mijn smaak dus niet. Maar toch lees ik deze memoires weer geïnteresseerd uit. Kars is namelijk een volstrekte non-conformist en heeft een paar bijzondere verhalen. Zo beraamde hij in de jaren 60 een zwendel met postwissels en later nog een met spaarbankboekjes, waarmee hij de PTT en de Rijkspostspaarbank voor zo'n kleine 200.000 gulden oplichtte. Met het geld richtte hij een literair tijdschrift op, Tegenstroom. Kars schreef daarover en over andere avonturen al eerder, in De vervalsers en in De huichelaars, redelijk goede boeken (hoewel ik Onze hoogmoed van mede-oplichter Boudewijn van Houten over hetzelfde onderwerp aanzienlijk beter vind). En zijn rationele beslissing om te kiezen voor een amorele levenswijze is in ieder geval fascinerend. In dit boek worden deze belevenissen vrij anecdotisch beschreven, zoals gezegd gaat het niet om de avonturen, maar om de lessen die Kars daar dan weer uit trekt, om de ontwikkeling van het individu. Ik zal deel 2 denk ik ook gaan lezen, als dat uitkomt. Kars' beste boek blijft echter De koorts van het verstand of Alice uit 1970, over een jeugdliefde (in deze memoires overigens dus ook weer beschreven).