
Mijn schoonvader had dit boek dubbel (ook hij dus) en gaf het aan mij. De schrijver wil met dit boek het verhaal behouden van de onafhankelijkheidsstrijd van Nederland, en van de Gouden Eeuw. Niet iedereen kent dit verhaal nog, Vaderlandse Geschiedenis is een stiefkindje geworden in het onderwijs. De beschreven periode loopt van 1555 (overlijden Karel V) tot 1702 (overlijden Willem III). Nu heb ik ook wel over deze periode op school geleerd, en weet van het Plakkaat van Verlatinghe, de VOC, het Rampjaar en de Negenjarige Oorlog, maar hier wordt het weer uitgebreid uit de doeken gedaan. Van Deursen schrijft goed, een vereiste voor een geschiedenisleraar. Ik heb weer veel geleerd (hoop ik), met name over de staatkundige verhoudingen binnen de Republiek, bijvoorbeeld tussen Holland en de overige gewesten, of tussen Prins Maurits en Van Oldenbarneveldt. Ook veel aandacht voor de (protestantse) kerkgeschiedenis, de Remonstrantse twisten, heel belangrijk in die tijd. Een goed, kloek boek over de vaderlandse geschiedenis, met als enige kanttekening dat het toch weer vooral een staatkundig-economisch verhaal is geworden, en dat er niet of nauwelijks aandacht is voor de schilderkunst, de wetenschap, het leven van de gewone mensen, en ook niet voor de toen opkomende en bloeiende Verlichting (Spinoza, Descartes). Dat vind ik dan toch wel weer jammer.