24 april 2007

Brieven van Jan Hanlo, deel 2



In dit tweede deel van Jan Hanlo's verzamelde brieven komt een aantal thema's uit het eerste deel weer terug: kansrekening, motorrijden, het al dan niet 'goed' zijn van God, de dichtkunst, en de niet aflatende zorg over het foutloos doen zetten van zijn teksten. Met name deze laatste twee onderwerpen zijn interessant om over te lezen. Hanlo had een geheel eigen kijk op interpunctie, of het gebruik van hoofdletters. Hij was daar zeer, zeer precies in, in de zin dat het precies zo moest worden zoals hij het wilde. Niet per sé zoals 'het hoorde'. Ook liet hij soms bewust grammaticale fouten staan. Hij schrijft (blz. 480): "Dat komt omdat ik de spreektaal autonoom vind, en omdat ik 'taal' eigenlijk alleen maar een middel vind: als de gedachte maar goed tot z'n recht komt, mogen er 'fouten' in de taal staan ...".
Hanlo is terughoudend met het doen van mededelingen over een aspect van zijn persoonlijke leven, namelijk zijn pedofiele geaardheid. Hoewel het ingrijpend moet zijn geweest, vernemen we ook bijna niets over een paar rechtzaken die tegen hem gevoerd worden. Pas aan het eind van dit boek is er meer openhartigheid over Hanlo's pedofilie. Vind ik meteen ook minder prettig om kennis van te nemen, dan gaat het schuren.