24 oktober 2017

Terug naar Oegstgeest 3

Na de lezing bezocht ik de tentoonstelling in het kasteel. Omdat ik de afgelopen 30 jaar alle Wolkers-tentoonstellingen bezocht waar ik lucht van kreeg, had ik veel al gezien. Maar toch niet alles, leuk. Werk vanaf het eerste begin tot en met het Grote gele doek, zijn laatst voltooide schilderij.

Ik wandelde wat door het park, over de paden die Wolkers vele keren moet hebben gelopen.





Ik zag de tulpenboom, die daar door Boerhaave is geplant. Helaas is deze nu in veel mindere conditie dan toen Wolkers hem tekende, ongeveer 70, 75 jaar geleden. Een stek van een andere tulpenboom, ook door Boerhaave geplant, door hortulanus Bavo Bruinsma van de Leidse Hortus Botanicus aan Jan en Karina gegeven, is door Wolkers op zijn volkstuin in Amsterdam opgekweekt en meeverhuisd naar Texel, waar hij nu nog staat, pal naast het atelier. De herfstkleur van de bladeren van die boom is inspiratie geweest voor zijn laatste schilderij. De as van Wolkers is bij deze boom begraven.



Tot slot maakte ik nog een aardige Wolkerswandeling door Oegstgeest, uitgezet door de Wandelclub Oegstgeest. Door parken en weilanden, langs scholen en natuurlijk het geboortehuis in de Deutzstraat.



Een leuke wandeling van bijna 2 uur. Maar de fanatiekere liefhebber raad ik aan het boekje van Peter van Zonneveld, Terug naar Leiden en Oegstgeest, met een wandeling door het Leiden van Wolkers en een uitgebreide fietstocht door Oegstgeest.

23 oktober 2017

Terug naar Oegstgeest 2

Dat was een leuke lezing, Onno Blom vertelde in Kasteel Oud-Poelgeest allerlei over Jan Wolkers, het ontwaken van zijn kunstenaarschap en de rol hierbij van juist dit Oud-Poelgeest. Wolkers kwam uit een streng-gereformeerd gezin maar ontvluchtte dit door omzwervingen in de natuur, onder andere rond Oud-Poelgeest. Daar maakt hij zijn eerste tekeningen, in de oorlog. Een andere manier om het gezin te ontvluchten diende zich aan toen hij in de oorlog werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, in Duitsland. Jan dook onder, op een zolderkamer in Leiden. Veel van deze gegevens zijn door Wolkers gebruikt, in Kort Amerikaans, Terug naar Oegstgeest en De walgvogel. Een aardige anecdote was dat Blom, toen hij aan zijn biografie werkte, met allerlei mensen wilde spreken die Wolkers gekend hadden, en dus ook met zijn eerste vriendinnetjes, die in die boeken (al dan niet onder hun eigen naam, soms vermengd met andere personen) figureerden. Het eerste vriendinnetje van Wolkers heette Lientje (althans dat was haar naam in De walgvogel). Na lang zoeken kwam Blom er achter dat deze Lientje niemand anders was dan een vroegere overbuurvrouw in Leiden, van hemzelf, die inderdaad Lientje heette, en die Blom al jaren kende. Haar verhaal staat in de biografie, bij de lezing zat ze in de zaal.
Blom vertelde nog eens dat een van de belangrijkste keerpunten in Wolkers' leven het overlijden van zijn oudste broer Gerrit, in 1944, is geweest. Op meerdere plaatsen in zijn werk komt de broer voor. Onno las de aangrijpende passage uit hoofdstuk 12 van Kort Amerikaans voor. Nadat Erik/Eric/Jan zijn broer voor het laatst gezien had, liep hij naar huis en maakte onderweg, langs de Rijnsburgerweg tussen Leiden en Oegstgeest, een tekening, Laatste mogelijkheden, om de zon stil te laten staan en zijn broer daardoor niet te laten sterven. Lees dat hoofdstuk.



Het allereerste verhaal dat Wolkers publiceerde, Het tillenbeest, speelt in en rond Oud-Poelgeest. Het is later opgenomen in Wolkers' eerste bundel Serpentina's petticoat. De jonge Wolkers wist in dat kasteel de weg, omdat zijn vader daar voor de oorlog een kantine voor gelegerde soldaten bemande. In het verhaal steelt de hoofdfiguur samen met een vriend twee bij elkaar horende beeldjes en een spiegel uit het aan het eind van de oorlog door Duitse soldaten verlaten kasteel. Omdat het te veel en te zwaar is, besluiten ze een van de beelden achter te laten, in een gegraven latrine op het terrein. Het wél meegenomen beeld heeft jaren op de schoorsteen van de familie Wolkers gestaan, en werd door hen, vanwege de weelderige voorgevel, het tillenbeest genoemd. De beheerder van het kasteel wilde de ontvreemde beelden graag terug. Het tillenbeest is in 2013 door de jongste zus van Jan aan het kasteel teruggegeven. De vriend met wie Wolkers deze tocht ondernam bleek nog in leven, op zijn aanwijzingen is (met hulp van oude militaire kaarten waarop de plaatsen van latrines was aangegeven) uitgebreid op het landgoed gezocht naar het destijds achtergelaten beeld. Het is nooit gevonden. In de Drakenkamer van het kasteel staat nu weer de marmeren klok met aan een kant het originele, door de familie Wolkers teruggegeven tillenbeest, en aan de andere kant een bijgemaakte replica van het verloren beeld.



De linker is de replica.

Na afloop was er gelegenheid het boek aan te schaffen en te laten signeren. Ik had al een exemplaar. Maar nog geen handtekening.



Leuk, met het originele Wolkers-stempel, maar nooit meer in rood, de kleur waarmee Wolkers stempelde. Onno Blom vertelde mij nog dat de uitgever wel degelijk weer door wil gaan met de dagboeken van Jan, dus wellicht volgend jaar 1968 of 1973. Hoera!

22 oktober 2017

Terug naar Oegstgeest 1

Het zal U niet ontgaan zijn: Onno Blom heeft zijn langverwachte Wolkers-biografie af en is gepromoveerd. Er is veel media-aandacht voor, in de krant, op radio en tv. De boeken vliegen als warme broodjes over de toonbank, ik deed mezelf met hulp van een stapel boekenbonnen de luxe-editie cadeau. Ook in Wolkers' geboorteplaats Oegstgeest is er veel aandacht, met allerlei evenementen gedurende de 'Wolkersweken'. Toevallig zag ik dit foldertje afgelopen woensdag bij mijn schoonouders.



Vandaag was er een lezing van Onno Blom in kasteel Oud-Poelgeest, in Oegstgeest. Een belangrijke plek voor Wolkers, waar zijn kunstenaarschap begon, zo ongeveer in de oorlog. In combinatie met een tentoonstelling van een aantal schilderijen en tekeningen, verband houdend met Oegstgeest, leek me dat een leuke middagbesteding. Ook was er nog een Wolkers-wandeling door Oegstgeest uitgezet. Ik reed er vandaag op de bonnefooi naartoe.

Een man bij de ingang gaf bestelde kaartjes uit en controleerde lijsten met namen. Hij schudde zijn hoofd.
- Het is uitverkocht, sinds dinsdag al.
Omdat ik overwoog dat ik altijd nog kon terugrijden, besloot ik maar te wachten tot het begon, misschien zouden er mensen niet komen opdagen. Er waren nog drie andere wachtenden. Na mij kwamen er nog een paar liefhebbers zonder kaartje. Uitverkocht. Ze gingen weer naar buiten. Onno Blom arriveerde, en grapte dat hij ook geen kaartje had. Een medewerker van Oud-Poelgeest schoof nog een stoel bij, voor de zojuist gearriveerde fotograaf. Er bleken twee stoelen vrij, 'twee wachtenden voor mij' betaalden en gingen naar binnen.
De man bij de ingang keek ons eens aan, toen naar binnen en gebaarde dat we achterin wel konden staan, als we wilden. Yes! Een andere medewerker van de boekhandel in het zaaltje wees ons tot onze verbazing toch twee niet-bezette stoelen aan, op de eerste rij. Daar ging ik met die andere, laatste man zonder kaartje dan maar zitten.

Het kon beginnen.

P.S.: Ik heb na afloop gewoon betaald.

13 oktober 2017

Ik lijk op mijn vader, qua a-tonaal fluiten

Vandaag moest een aantal kleine klusjes in huis toch echt gedaan worden. Een paar sloten vervangen, keukendeurtjes weer rechtzetten, laatje dressoir repareren, dat soort werk. Het is niet moeilijk, maar ik houd er niet van en stel het weken uit. Maar nu moest het dan toch echt.
Mijn vader heeft zijn hele leven met zijn handen gewerkt. Hij was een vakman op zijn gebied, maar kluste daarbuiten ook van alles. En veel ingewikkelder dan wat ik vandaag te doen had. Toen ik op school zat, ging ik in de vakanties wel met hem mee. Ik mocht dan een hamer aangeven of zo. Helaas heb ik toen niet goed opgelet, zodat ik nu niet echt handig ben.
Mijn vader had een maniertje, tijdens het werken of klussen. Als hij bezig was, iets in elkaar zetten of bevestigen, dan floot hij. Maar niet een liedje of melodie, of een bepaalde maat. Gewoon allerlei piepjes na elkaar, met veel valse lucht, in- en uitademend. Zeg maar: a-tonaal fluiten.
Ik had het al eerder gemerkt, en vandaag weer. Ik doe dat ook. E. viel het ook op. Je lijkt op je vader, zei ze, qua a-tonaal fluiten.
Ik beschouw het als een compliment.

11 oktober 2017

De oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis



Ik las afgelopen maanden de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis. Zij is bekend als de echtgenote van Gerard Reve, maar ook als dichteres met een bescheiden oeuvre. ik vind haar gedichten bijzonder mooi.

En nu die dagboeken. In juni las ik het eerste deel en in september-oktober het tweede. Dikke pillen, ruim 900 en ruim 1000 bladzijden. Nop Maas heeft uit Michaelis' dagboeken de periode van de oorlog gelicht. In het dagboek is dat van 19 Mei 1940 tot Februari '45. Maas vult het aan met twee hoofdstukken met biografische schetsen: Wat vooraf ging en Wat volgde, en een aantal Bijlagen met (meest) brieven.

Ik vond de boeken hoogst interessant, omdat ze een zeer gedetailleerd beeld geven van het leven van een Joodse vrouw in de oorlog, in de onderduik. Anders dan Anne Frank verblijft Hanny Michaelis op meerdere adressen, en is ze iets vrijer in haar bewegingen. Af en toe gaat ze naar buiten, om een stuk te wandelen in de polder. Vanuit Leiden gaat ze zelfs een keer naar Den Haag. Ik wist niet dat dat ook een mogelijkheid was. Voor enkelen.

Het eerste deel beslaat voornamelijk de schoolperiode op het Vossius-Gymnasium. Het zijn vooral in het begin aantekeningen van een bakvis, veel over vriendschappen, verliefdheden (op klasgenoot Eldert en de leraar Nederlands Binnendijk), en problemen met de ouders. Eerlijk gezegd zijn de eerste 200 bladzijden daardoor wel wat herhalend. Elke dag school, Eldert, Binnendijk, de ouders. De oorlog lijkt zich voornamelijk op de achtergrond af te spelen. Dat is opmerkelijk, want regelmatig is er luchtalarm, zijn er beschietingen, het nabijgelegen Schiphol wordt gebombardeerd. Dát vind ik juist de interessante passages. De oorlog, hoe ga je daar mee om. Het lijkt in 1940-41 allemaal nog een beetje bijzaak. Het begin van de Jodenvervolging, de dood en begrafenis van WA-man Koot, de daarop volgende razzia's en Februaristaking, voorlopig is dat alles nog ver weg, in de binnenstad. Na een aantal maanden worden vooral de beschrijvingen van de omgeving mooier. Hanny Michaelis ontwikkelt zich als schrijver en tekent met steeds zekerder pen de luchten, het weer, het landschap, het 'Bos' (altijd met aanhalingstekens), de Amstel, vaak zoals gezien vanuit de woning aan de Rivierenlaan (nu: President Kennedylaan) in Amsterdam. Hanny slaagt voor haar examen, maar mag, omdat ze Joods is, niet gaan studeren of werken bij een niet-Jood. Vanaf oktober 1941 wordt de dreiging voelbaarder in het dagboek. Het wordt grimmiger, en het dagboek daardoor ook. Bedrijven worden onteigend, en er zijn geruchten dat alle Joden zullen worden doodgeschoten, of gedeporteerd naar Polen. Hanny Michaelis gelooft het (nog) niet. Het eerste deel eindigt met weemoedige aantekeningen over de laatste dagen bij haar ouders, op 2 januari 1942 zal ze uit huis gaan om (dat mocht nog wel) te gaan werken in een Joods gezin (bij Jeanne van Schaik-Willink), als dienstmeisje.

In het tweede deel is Hanny uit huis, ze werkt als dienstmeisje bij de familie Van Schaik. Goed wordt beschreven de moeite die ze heeft, als gymnasiummeisje, om het huishouden te runnen. Dat zal de verdere oorlog zo blijven, ook in de onderduik. Haar positie als dienstmeisje in een culturele omgeving, waar kunstenaars over de vloer kwamen, maar zij vaak een ondergeschikte positie moest aanhouden. De spanningen die daaruit voortvloeien worden erg goed beschreven. Opmerkelijk vind ik de opmerking op 29 juni 1942, waarin gezegd wordt: "alle Joden worden naar Polen getransporteerd om in fabrieken te werken of te worden vergast". Tamelijk vroeg in de oorlog, deze notitie, nog voordat de Jodentransporten vanuit Nederland op gang kwamen. Op 30 juni: "Ik geloof, dat het feit, dat de mensen ondanks alle ellende (en dit geldt vooral voor de Joden) nog steeds onwillekeurig met opgeruimde gezichten lopen, minder aan veerkracht te wijten is, dan aan een steeds afgestompter berusten in een toestand, die hoe langer hoe beklemmender wordt, een deemoedige dankbaarheid voor de laatste restjes menselijke vrijheid die dit regime ons nog laat." Een veelzeggende observatie.

Op 23 juli 1942 ontvangt Hanny de oproep om zich te melden in de Hollandsche Schouwburg. Volgt een uitvoerige, mij ontroerende beschrijving van de gang van zaken. Het in veiligheid brengen van dierbare spullen, haar dagboeken, vóór de inventarisatie, het afscheid van de ouders en van de familie van Schaik. Ze duikt onder.

Hanny Michaelis verblijft gedurende de rest van de oorlog op een aantal adressen, het langst bij de families Van Melle (familie van de snoepfabrikant, toen uit Breskens) in Hoofddorp en bij de familie Merkelijn in Leiden. Ze doet het huishouden, heeft haar plaats binnen het gezin, maar hoort er toch niet echt bij. Het is een wereld waar zij buiten staat.

De indringendste aantekening in het dagboek maakt Hanny op 16 maart 1943, over haar ouders, die niet zijn ondergedoken en nog in Amsterdam zitten. Ze schrijft: "Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb het gevoel dat er iets mis gaat thuis. Redenen heb ik niet, want vrijdag heb ik nog een brief gehad en verder is er niets verontrustends gebeurd."
Tien dagen later, op 26 maart, ontvangt Hanny een uit Kamp Westerbork gegooid en verder gesmokkeld briefje van haar ouders. Zij zijn op die 16de maart van huis gehaald en richting Westerbork getransporteerd. Hanny zal zich de rest van de oorlog blijven afvragen hoe het haar ouders vergaat, of ze het uithouden, nog leven, of ze hen zal weerzien. Ze vreest het ergste. Jaren later, in 1948, ontvangt ze een bericht van het Nederlandsche Roode Kruis waarin staat dat haar ouders volgens getuigenverklaringen op of omstreeks diezelfde 26e maart 1943 in Sobibor 'aan de gevolgen van vergassing' zijn overleden.

De boeken heb ik gedoseerd gelezen, elke dag een serie dagboekdagen. Dat geeft de goede cadans. Een mooi monument voor Hanny Michaelis. Ik hoop dat iemand haar biografie zal schrijven. Misschien toch weer Nop Maas, die dit dagboek voorbeeldig bezorgde en al eerder Michaelis' jeugdherinneringen noteerde in Verst verleden (momenteel niet leverbaar).

03 oktober 2017

Ingenieurs van de ziel



Dit voorjaar bezochten we Moskou, en gingen onder andere langs bij het Paustovski-museum. Ik heb Paustovski vorig jaar ontdekt en vind hem een geweldige schrijver. Het museumpje is klein, Paustovski-vertaler Wim Hartog vertelde mij: 'je bent er niet veel tijd aan kwijt, als je toch in de buurt bent'. Ik schreef er een stukje over in De Leunstoel. Ik kreeg daar wat aardige reacties op, o.a. van iemand, die mij aanried Ingenieurs van de ziel van Frank Westerman te lezen. Ik kocht het en las het een maand of wat geleden, toevallig (?) parallel met Verhaal van een leven 1. De beste boekentip in tijden!

Frank Westerman vertelt in Ingenieurs van de ziel het verhaal over schrijven en schrijvers in de Sovjet-Unie, in dienst van de socialistische heilstaat.

Ingenieurs van de ziel, zo noemde Stalin schrijvers, die de taak hadden de successen van de Sovjet-Unie te bezingen. Het socialistisch realisme, dat leverde romans op over de staalfabriek, de graanoogsten in Oekraïne, grote waterbouwwerken, zoals de verbinding tussen de Oostzee en de Witte Zee enzovoorts. Het bekendst hier is Maxim Gorki (die in Moskou in een prachtig Jugendstil-huis mocht wonen, ook daar gingen we tijdens ons bezoek aan Moskou een middagje kijken). Westermans verhaal gaat over die schrijvers, en over die projecten, in het bijzonder over Konstantin Paustovski en Kara Bogaz.

Kijk eens op de kaart of op een satellietfoto van de Kaspische Zee. Aan de oostzijde is een uitstulping zichtbaar, de Baai van Kara Bogaz. Tegenwoordig ligt het in Turkmenistan. Aan het einde van de vorige eeuw was op Russische kaarten de baai niet meer weergegeven. Westerman vertelt waarom, en wat Paustovski er mee te maken had.



Die baai is een soort overloop waarin het water vanuit de Kaspische Zee een paar meter naar beneden wegstort. Vanwege de hitte verdampt het water snel, zodat het niveau ongeveer gelijk blijft. Het water is zout, maar niet alleen door (zoals bij ons) NaCl (zeezout, keukenzout) maar ook door Na2SO4.10H2O, beter bekend als glauberzout. Dat slaat ook neer, en is een gewilde delfstof. De sovjets planden ter plekke een compleet industriecomplex voor de winning en verwerking. Maar er was daar niks, vooral geen drinkwater. Geen nood, sovjet-ingenieurs ontwierpen een plan waarbij een aantal rivieren van stroomrichting werd veranderd, richting het Zuiden. Tientallen jaren is men er mee bezig geweest. Ook werd de complete baai in 1980 afgedamd, waardoor hij verdampte. Gedurende een aantal jaren kwam de baai daardoor niet meer op de kaart voor. Helaas had men niet alles voorzien. Het drooggevallen zout werd door stormen verspreid over de nabijgelegen landbouwgronden die daardoor onbruikbaar werden. De zoutindustrie is nooit echt van de grond gekomen. En de Sovjet-Unie stortte ook nog eens in.

Paustovski schreef over die plannen al in 1932 een boek, De baai van Kara-Bogaz (in 1935 vertaald door Karel van het Reve en zijn vader Gerard Vanter, later opnieuw vertaald door Wim Hartog). Frank Westerman vertelt boeiend over de spagaat waarin de sovjet-schrijvers zich bevonden. De werkelijkheid of de werkelijkheid van de socialistische heilstaat? Paustovski, die nooit in Kara Bogaz was, maar een voorschot op het resultaat nam en de onderneming zoals van hem werd verwacht als een (in werkelijkheid nooit gerealiseerd) heroïsch huzarenstuk omschreef, lardeerde het gewenste juichverhaal met weemoedige stukken over de verdwijnende woestijnnatuur. En hij schreef een filmscenario: Kara Bogaz, voor een film die nooit in de bioscopen zou komen.

Over die film vertelt Westerman een verrassende anekdote, over misleiding van Stalin, en waarom die film moest verdwijnen. Frank Westerman vindt de film terug in een Russisch archief, en mag hem na een moeizaam verkregen toestemming bekijken.
Paustovski wist na de oorlog langzamerhand de status van gevierd en daardoor redelijk onaantastbaar schrijver te bereiken. Hij werd (niet onbelangrijk) medeondertekenaar van een aantal protestpetities tegen de behandeling van een aantal dissidente schrijvers, en om meer vrijheid, aan Leonid Brezjnev.

De film Kara Bogaz komt niet voor in de zes gepubliceerde delen van Verhaal van een leven. In Goudzand komt de totstandkoming van het filmscript voor, Paustovski wil er op een gegeven moment eigenlijk niets meer mee te maken hebben. Kara Bogaz behoort waarschijnlijk tot de episodes uit zijn leven waarvan hij hoopte dat als er maar niet over gesproken werd, het misschien vanzelf zou verdwijnen.

Frank Westerman vertelt ook over zijn reizen naar het Noorden, waar ooit het Belomor-kanaal, die verbinding tussen de Oostzee en de Witte Zee tot stand gebracht werd, en naar Turkmenistan, zijn tocht naar Kara Bogaz, en beschrijft wat er van die projecten terechtgekomen of overgebleven is.

Samengevat: 300 uiterst boeiende bladzijden, door mij met veel plezier gelezen.

P.S.: Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie liet de Turkmeense regering in 1992 de afsluiting van de baai weer doorsteken. De Baai van Kara Bogaz staat weer op de kaart.

28 september 2017

Hemels

Op weg naar werk en weer naar huis staat Radio 4 aan. Ik ben helemaal niet een klassiekemuziekman, ik heb er geen verstand van, maar het is fijn om naar te luisteren. 's middags is daar dan Hans Haffmans, en die weet er ook nog eens (vind ik) boeiend over te vertellen. Hij kondigt ook concerten aan, deze week hoorde ik dat het Nederlands Kamerkoor in Alkmaar in de Grote Sint Laurenskerk Vespers van Rachmaninov zou komen zingen. Ik hoorde een stukje en dacht: daar wil ik naartoe. Er waren nog kaartjes. Sterker nog, ik zat pontificaal vooraan, kennelijk had iemand een kaartje geretourneerd. Nu zou ik het een en ander over Vespers van Rachmaninov kunnen opschrijven, maar ik weet er niets vanaf. Desgewenst kijkt U zelf even op Wikipedia. We kregen een tekst om mee te lezen, maar ik had de leesbril niet bij me. Ik hoefde dus alleen maar te luisteren. Wat was dat mooi. 30, 35 man sterk, een uur lang a capella koormuziek. De stemmen, de melodieën. Links de sopranen en bassen, rechts de alten en tenoren. Wat klonk dat mooi. Meer weet ik er niet over te zeggen. Hemels. De komende dagen nog in Den Haag, Heerenveen, Utrecht, Amsterdam, Leeuwarden, Zwolle, Vlissingen. Doe uzelf een plezier en ga luisteren.