Wat een vraag, weer. Ik neig ertoe Ruud Ketelaar (die geen lijstje kan of wil geven), gelijk te geven. Wie ben ik om te zeggen welke boeken jij, U, laat staan: iedereen, moet lezen.
De mensen vragen mij ook weleens: Foxx, welke Beatle-lp moet ik beslist kopen. Weet ik veel. Luister zelf maar en kies. Of niet. Zo zeg ik hier dan ook: lees zelf maar en kies. Of niet.
Om toch een soort van antwoord te geven interpreteer ik de vraag als:
Welke 10 boeken betekenen voor mij het meest? Wat vond ik goede, waardevolle boeken. Welke heb ik met veel plezier of interesse gelezen, herlees of raadpleeg ik (misschien met regelmaat), of aan welke boeken heb ik misschien 'iets gehad'.
Nog steeds een moeilijke vraag. Welke boeken las ik ooit. Sinds 1 januari 1990 houd ik dat bij in mijn boekenschrift. De teller staat hier momenteel op 1798 (inclusief herlezingen), maar ook vóór 1990 las ik al vele boeken. Welke, welke, welke. Ik ga dat niet allemaal doornemen en nalezen. Recent gelezen boeken waar ik enthousiast over ben (bijv. Mijn strijd van Karl Ove Knausgård) laat ik buiten beschouwing. Eerst maar eens zien of ik over vijf jaar nog steeds enthousiast ben. Aldus wikkend en wegend denk ik vandaag dat het de volgende 10 boeken (alfabetisch op naam auteur) zijn.
J.M.A. Biesheuvel - In de bovenkooi
In 1972 kwam dit boek uit. Onze leraar Nederlands (helaas weet ik zijn naam niet meer) kocht een doos vol en gaf iedereen een exemplaar. Dit móésten we lezen. Man, wat een verhalen. Vrolijke gekte. Ik las het ademloos. De heer Mellenberg, Tanker cleaning, Brommer op zee, Oculare Biesheuvel. Fantastisch. In meerdere betekenissen. Dat boek is zoekgeraakt. Maar ik heb andere bundels van Bies, en zijn Verzameld Werk, in drie banden. Dat moet eigenlijk allemaal in deze lijst. Maar in ieder geval: In de bovenkooi.
Vasili Grossman - Leven en lot
Ik citeer mijzelf: Het boek gaat over het leven en lot van mensen in verschillende omstandigheden. In Stalingrad, in een wetenschapsinstituut onder Stalin na 1937, in het hoofdkwartier van generaal Paulus, op de drempel van de gaskamer. Het gaat over macht, dwang en innerlijke vrijheid. Het is een MAGISTRAAL boek. 900 pagina's, ik las het ademloos uit.
A.F.Th. van der Heijden - Tonio
Misschien wel het indringendste boek dat ik ooit las. Ik kon het niet wegleggen. AFTh is een generatiegenoot die af en toe langs komt om een verhaal te vertellen. Dit is zijn meest persoonlijke verhaal. Het boek over de dood van zijn zoon. Maar ook over het leven, de herinneringen, de verwachtingen, de onbeantwoorde vragen, het zelfverwijt en het peilloze verdriet. Ik heb ook een zoon, even oud. Misschien daarom.
Mark Lewisohn - The COMPLETE Beatles recording sessions (The official story of the Abbey Road years)
Lezers van deze blog weten dat ik graag een beatlesplaatje mag opzetten. Maar de interesse gaat verder, veel verder. Mark Lewisohn is de nummer 1 expert on all things Beatle. Platenmaatschappij EMI nodigde hem uit alle sessietapes te komen beluisteren een daar een boek over te schrijven. Dit is dat boek. Sinds de publicatie in 1988 zijn er nieuwe gegevens boven water gekomen, en heeft Lewisohn meer gepubliceerd, maar dit boek is en blijft voor mij onmisbaar. Alle sessies vanaf de auditie op 6 juni 1962 tot en met de laatste mix door Phil Spector op 2 april 1970. Hoe vaak dit niet uit de kast gehaald wordt.
Multatuli - Max Havelaar, of de koffi-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy
Pleijdooi.
Nescio - De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje
Mooie, licht ironische, romantische, maar sober geschreven verhalen. Over idealen, de grootsheid van de natuur, over weemoed, verlangen en plicht. Jongens waren we, maar aardige jongens. Al zeg ik t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. Ik las ook: Mene tekel, Boven het dal en het Natuurdagboek. Ik las alles van Nescio.
Gerard Reve - Brieven aan Josine M.
Dit is een heel fijn boek. Ik heb twee edities. De eerste bevat brieven van 1959 tot 1975, dit boek is door de auteur voor mij gesigneerd na afloop van zijn vierde Albert Verwey-lezing in de Leidse Pieterskerk, op 22 november 1985. Er is later nog een aangevulde editie met brieven tot 1982 verschenen. Die heb ik dus ook. Bij Reve denkt men vaak aan De Avonden, ook een boek dat ik vaak herlees. Maar het is niet echt zijn beste (vond Reve overigens zelf ook). Het is weliswaar het archetype Reve-boek, maar Op weg naar het einde is superieur. Minder bekend, maar prachtig en tot schande van wie daar over gaat niet meer leverbaar zijn de brievenboeken. Ik vind Brieven aan Josine M. de top. Hier kan en durft Reve zich echt te laten zien. Mooi, vol Reve-humor, ontroerend. Tijdens dagen van groot verdriet gaf dit boek mij troost en liet mij weer lachen. Ik betreur het dit de schrijver nooit te hebben laten weten.
Joseph Roth - Job
Ik ontdekte deze Roth (er is ook nog: Philip, die ken ik al langer) pas in het Roth-jaar 2014, maar werd toen ook zo gegrepen door zijn boeken, dat ik er meteen vijf of zo op rij las. Ik kies Job. Zeg maar: gebaseerd op het Bijbel-boek with the same name. Mendel Singer treft de ene ramp na de andere. Vrouw en kinderen overlijden, er is een geestelijk gehandicapt kind dat hij achter moet laten, een dochter verdwijnt in het gesticht, en nog meer. Singer verliest het vertrouwen in God. Dan, op een dag, staat een verloren zoon voor de deur. Prachtige, beeldende zinnen. Het boek gaat over een overgang in het leven. Inzicht door ervaring. Een mooie beschrijving van het Joodse leven in Oostenrijk-Hongarije. Beide verdwenen.
Max Velthuijs - Kikker in de kou
Een paar kinderboeken zijn mij altijd bijgebleven. Mijn eerste eigen boek was Pietje Bell gaat vliegen. Ik las het misschen wel tientallen keren, maar vooral omdat ik geen andere boeken had. Écht in deze lijst hoort een Kikker-boek. Ze zijn allemaal goed, maar Kikker in de kou is mijn favoriet. Ik heb het mijn kinderen vaak mogen voorlezen. Kikker met zijn vrienden Haas, Eend en Varkentje. Een mooi verhaal over vriendschap en hulpvaardigheid. Prachtige tekeningen. Ontroerend mooi. Mijn kinderen zijn nu te oud om dit boek te lezen, denken ze. Ik niet. Ik kijk het af en toe gewoon weer even in.
J.J. Voskuil - Bij nader inzien
Voskuil is misschien het bekendst vanwege Het Bureau (ook goed, ik herlas alle delen vorig jaar) maar dit vind ik zijn beste. Ik las het minstens vier keer, en zag de film van Frans Weisz (die overigens anders is, maar ook prachtig) ook een keer of vier. Het boek gaat over vriendschap, waarachtigheid, het bepalen van de eigen waarden, rekenschap geven van het eigen handelen. Decor is het studentenleven in Amsterdam ca. 1950. Frida Vogels schreef ergens dat de meest treffende zin uit het boek volgens haar is: 'Als je werkelijk schreef zoals het moet', zei Maarten, (...) 'zou je geen vriend meer overhouden'. Zeker ook in dat opzicht: Voskuil schrijft hier werkelijk zoals het moet.
Dit zijn ze dan, voor vandaag. 10 boeken. Maar waar is Hermans, waar is Wolkers, waar is Updike, waar is Macbeth, waar is Gorter, waar is Couperus, waar is ...? Die staan ook allemaal in deze lijst, maar ik laat ze vandaag niet zien. Allemaal te koop of te leen, in boekhandel (weg met die bolle blauwe man) of bibliotheek.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar dus een overzicht te vinden is van alle reacties op deze vragen.
26 januari 2016
22 januari 2016
50boeken - vraag 3: Spring je ook uit de band bij de boekenopruiming?
Januari. Opruiming. De voorraden moeten geteld, geordend en opgeschoond. Er moet ruimte komen, voor de nieuwe collectie. Jasjes, broeken, overhemden, schoenen en: boeken. Boeken. Een tafel met dozen, en daarin alles waar de boekhandelaar nou-wel-eens-vanaf-wil. Literatuur, thrillers, reisgidsen, mindfulnessboeken, sportboeken, filosofie, fotoboeken, kookboekjes, alles door- en naast elkaar. Er kán wat fijns tussen zitten, dus áltijd even doornemen, die handel. Het is minder geworden, door de jaren. Zowel het aanbod van de boekhandelaar als de vraag van mij. Ooit kocht ik bij boekhandel H. de Vries in Haarlem zoveel, dat het ook weer een doos vol was. en paar deeltjes Reve zaten er bij, een facsimile uitgave van Nineteen Eighty-Four, een handvol Updike-Penguins, en nog meer. Ook kocht ik ooit een complete set Op zoek naar de verloren tijd. Das war einmal. Er is niet zoveel boekenuitverkoop meer, denk ik. Minder voorraad, recht van terugzenden, ik weet het niet. En mijn boekenkast is vol, weet U nog? Dit jaar kocht ik twee (zeer verschillende) boeken in de uitverkoop en ik kreeg er een. Noem dat maar 'uit de band springen'. Ik neem ze even door.

Hoewel ik Kars niet een echt goede schrijver vind, kon ik dit tweede deel van zijn memoires niet laten liggen. Hier leest U een beetje waarom. Vriendenprijsje. Kars overleed in 2015, dus ik hoop dat (het laatste) deel 3 binnenkort zal verschijnen. Naar verluidt met een nog niet eerder opgebiecht misdrijf, en (indien dat mogelijk is gebleken) een beschrijving tot aan zijn (zelfgekozen) overlijden. Dat was in ieder geval het voornemen.

Moby Dick, van Melville. Gebonden editie, nog in het folie verpakt. Vijf euro. Wereldliteratuur. Favoriet boek van J.M.A. Biesheuvel. Daarom.

Astrid Kirchherr en Stuart sutcliffe. En The Beatles. Als lifelong beatlefan ken ik het verhaal, nu als striproman. In de categorie: Nice To Have. In dit geval: Nice To Get.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar dus een overzicht te vinden is van alle reacties op deze vragen.

Hoewel ik Kars niet een echt goede schrijver vind, kon ik dit tweede deel van zijn memoires niet laten liggen. Hier leest U een beetje waarom. Vriendenprijsje. Kars overleed in 2015, dus ik hoop dat (het laatste) deel 3 binnenkort zal verschijnen. Naar verluidt met een nog niet eerder opgebiecht misdrijf, en (indien dat mogelijk is gebleken) een beschrijving tot aan zijn (zelfgekozen) overlijden. Dat was in ieder geval het voornemen.

Moby Dick, van Melville. Gebonden editie, nog in het folie verpakt. Vijf euro. Wereldliteratuur. Favoriet boek van J.M.A. Biesheuvel. Daarom.

Astrid Kirchherr en Stuart sutcliffe. En The Beatles. Als lifelong beatlefan ken ik het verhaal, nu als striproman. In de categorie: Nice To Have. In dit geval: Nice To Get.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar dus een overzicht te vinden is van alle reacties op deze vragen.
19 januari 2016
And Now! Live in The Hague! Karl! Ove! Knausgåååååååååård!
Nou, zo was het niet, maar afgelopen zaterdag was wel Karl Ove Knausgård, de huidige 'rockster van de literatuur' in Den Haag, op het Winternachtenfestival. Het was heel druk. Hij deed een signeersessie, en sprak met Stine Jensen, die Wim Brands (ziek) verving. Wat ik ervan kan reproduceren, wat ik ervan begreep en wat ik er bij dacht:
Het ging om te beginnen over de allerlaatste zin van het laatste deel de reeks: Daarna nemen we de trein naar Malmö, stappen in de auto en rijden naar huis, naar ons huis, en die hele rit zal ik genieten, echt genieten, van het idee dat ik geen schrijver meer ben. Knausgård vertelt dat deze laatste zin al vaststond, lang voor hij werd opgeschreven. Inmiddels blijkt de soep niet zo heet gegeten, want Knausgård schrijft inmiddels verder. Maar anders. De vergelijking wordt gemaakt met David Bowie, die op 3 juli 1973 na afloop van een concert Ziggy Stardust dood verklaarde en zei dat hij nooit meer zou optreden. (Tja, dat is wel een dingetje dezer dagen, dat overal David Bowie bij gesleept wordt. Maar de bedoeling is duidelijk.) Knausgård wil een andere kant op gaan met de schrijverij, minder biografisch, en daardoor minder 'automatisch' schrijven. (Een opmerkelijk besluit, op blz. 281 van Vrouw (zelf ben ik nu op blz. 355) hield hij nog een pleidooi juist vóór dat nauwgezet en daardoor op den duur automatisch weergeven van de werkelijkheid als noodzakelijk, om te leren 'niet na te denken'. Verder denk ik dat juist het wél nadenken (over de kritiek bij een gevolgde cursus creatief schrijven) een van de oorzaken kan zijn geweest van het writer's block, dat hij vóór Mijn strijd had. Benieuwd hoe dat verder gaat.) Na dat writer's block besloot Knausgård: overboord met de fictie, ik schrijf de werkelijkheid. Ook al is deze onplezierig voor sommigen (die in het boek figureren). De boeken gaan over schaamte, het is een zelfonderzoek. Misschien is het luid en duidelijk doorbreken van die Scandinavische schaamte ook weer Scandinavisch. Als voorbeeld werden genoemd de film Festen en De schreeuw van Edvard Munch. In ieder geval gaf de publicatie veel gedoe, in Noorwegen.
Over schaamte: er werd een serie foto's vertoond, uit het privéleven van Knausgård. De school waar hij lesgaf, zijn eerste vrouw, zijn huidige vrouw, het dorp waar hij opgroeide, enzovoorts. Knausgård mompelde er ongemakkelijk wat verlegen commentaar bij.
Het laatste deel van Mijn strijd gaat o.m. over zijn vrouw. Over haar schrijven is een zeer intieme aangelegenheid. Hier moet de schaamte zeker opzij gezet worden. Zij is bi-polair en heeft soms een zware depressie. Dit is het leven, zo moet het beschreven worden. Dit deel moest daardoor wel twee keer over, omdat het eerst teveel uit het hoofd kwam, en niet uit het hart.
Knausgård las twee fragmenten voor, in het Noors.

Mooi om te horen, maar gelukkig werd er gezorgd voor vertalingen in het Nederlands en Engels. Knausgårds echtgenote is ook schrijver, hoe is dat allemaal te combineren met het opvoeden van jonge kinderen? Er wordt geschreven van 5 tot half 8, daarna gezamenlijk ontbeten, en als de kinderen naar school zijn wordt er weer geschreven, van 8 uur 30 tot 3 uur 's middags. Opmerkelijk was dat hij veel kritiek kreeg toen hij schreef over zijn niet altijd positieve gedachten bij het grootbrengen van zijn kinderen. Volgens hem hebben veel mensen zulke gedachten. Knausgård doet veel met de kinderen, en beschouwt zich als een goede vader.
Dit laatste deel (Vrouw) is anders dan de andere, essayistischer. Zo staat er een groot stuk in over Hitler (nog niet gelezen). De fascinatie is de esthetiek van het kwaad, de collapse van beschaving en structuur.
Er waren nog wat vragen uit het publiek, onder andere wat hij vond van zijn eerdere boek Engelen vallen langzaam. Dat is heel anders, fictie, een vreemde plaats en tijd. Misschien zijn dierbaarste boek. (Ik vond het ook heel bijzonder, Bijbelse verhalen, het verdwijnen van de goddelijkheid uit het leven, in een Scandinavië-achtige setting. Maar veel meer dan dat nog en ook: spannend. Tipper.)
En toen was er ook nog eens een 'leesclub', zonder Knausgård, mét Stine Jensen, Maria Vlaar en (op het laatste moment opgeroepen) Marcel Möring. Hier werd ook weer van alles behandeld. Het verschil tussen man en vrouw bij dit soort particulier ontboezemingen, Scandinavische of universele thema's, fictie of 'waargebeurd', het vrijwel ontbreken van seks, de essays in het laatste deel, stilistische verschillen tussen de delen.
Het aardige is dat Möring zelf (kort) voorkomt in Vrouw, als hij samen met (de toen onbekende) Knausgård optrekt tijdens een literair festival. Hij vertelde er wat over. Zoals het beschreven is, is het ook gegaan. Maar eigenlijk is dat niet interessant. Het is een roman. Daarom is het onbegrijpelijk dat mensen bezwaar maken tegen hun portret. Wat kan het je schelen. Möring vindt de stijl ook niet interessant, al die minutieuze beschrijvingen van de dagelijkse werkelijkheid. Hij heeft deel 1 gelezen, en deel 6, maar daar blijft het bij. Meer fictie in de literatuur, en vooral: minder voetbalboeken!
(Möring wordt op zijn wenken bediend, op 19 februari verschijnt het nieuwe boek van Knausgård, Uit & thuis, over voetbal ;-), vriendschap en andere zaken van levensbelang.)
Het ging om te beginnen over de allerlaatste zin van het laatste deel de reeks: Daarna nemen we de trein naar Malmö, stappen in de auto en rijden naar huis, naar ons huis, en die hele rit zal ik genieten, echt genieten, van het idee dat ik geen schrijver meer ben. Knausgård vertelt dat deze laatste zin al vaststond, lang voor hij werd opgeschreven. Inmiddels blijkt de soep niet zo heet gegeten, want Knausgård schrijft inmiddels verder. Maar anders. De vergelijking wordt gemaakt met David Bowie, die op 3 juli 1973 na afloop van een concert Ziggy Stardust dood verklaarde en zei dat hij nooit meer zou optreden. (Tja, dat is wel een dingetje dezer dagen, dat overal David Bowie bij gesleept wordt. Maar de bedoeling is duidelijk.) Knausgård wil een andere kant op gaan met de schrijverij, minder biografisch, en daardoor minder 'automatisch' schrijven. (Een opmerkelijk besluit, op blz. 281 van Vrouw (zelf ben ik nu op blz. 355) hield hij nog een pleidooi juist vóór dat nauwgezet en daardoor op den duur automatisch weergeven van de werkelijkheid als noodzakelijk, om te leren 'niet na te denken'. Verder denk ik dat juist het wél nadenken (over de kritiek bij een gevolgde cursus creatief schrijven) een van de oorzaken kan zijn geweest van het writer's block, dat hij vóór Mijn strijd had. Benieuwd hoe dat verder gaat.) Na dat writer's block besloot Knausgård: overboord met de fictie, ik schrijf de werkelijkheid. Ook al is deze onplezierig voor sommigen (die in het boek figureren). De boeken gaan over schaamte, het is een zelfonderzoek. Misschien is het luid en duidelijk doorbreken van die Scandinavische schaamte ook weer Scandinavisch. Als voorbeeld werden genoemd de film Festen en De schreeuw van Edvard Munch. In ieder geval gaf de publicatie veel gedoe, in Noorwegen.
Over schaamte: er werd een serie foto's vertoond, uit het privéleven van Knausgård. De school waar hij lesgaf, zijn eerste vrouw, zijn huidige vrouw, het dorp waar hij opgroeide, enzovoorts. Knausgård mompelde er ongemakkelijk wat verlegen commentaar bij.
Het laatste deel van Mijn strijd gaat o.m. over zijn vrouw. Over haar schrijven is een zeer intieme aangelegenheid. Hier moet de schaamte zeker opzij gezet worden. Zij is bi-polair en heeft soms een zware depressie. Dit is het leven, zo moet het beschreven worden. Dit deel moest daardoor wel twee keer over, omdat het eerst teveel uit het hoofd kwam, en niet uit het hart.
Knausgård las twee fragmenten voor, in het Noors.

Mooi om te horen, maar gelukkig werd er gezorgd voor vertalingen in het Nederlands en Engels. Knausgårds echtgenote is ook schrijver, hoe is dat allemaal te combineren met het opvoeden van jonge kinderen? Er wordt geschreven van 5 tot half 8, daarna gezamenlijk ontbeten, en als de kinderen naar school zijn wordt er weer geschreven, van 8 uur 30 tot 3 uur 's middags. Opmerkelijk was dat hij veel kritiek kreeg toen hij schreef over zijn niet altijd positieve gedachten bij het grootbrengen van zijn kinderen. Volgens hem hebben veel mensen zulke gedachten. Knausgård doet veel met de kinderen, en beschouwt zich als een goede vader.
Dit laatste deel (Vrouw) is anders dan de andere, essayistischer. Zo staat er een groot stuk in over Hitler (nog niet gelezen). De fascinatie is de esthetiek van het kwaad, de collapse van beschaving en structuur.
Er waren nog wat vragen uit het publiek, onder andere wat hij vond van zijn eerdere boek Engelen vallen langzaam. Dat is heel anders, fictie, een vreemde plaats en tijd. Misschien zijn dierbaarste boek. (Ik vond het ook heel bijzonder, Bijbelse verhalen, het verdwijnen van de goddelijkheid uit het leven, in een Scandinavië-achtige setting. Maar veel meer dan dat nog en ook: spannend. Tipper.)
En toen was er ook nog eens een 'leesclub', zonder Knausgård, mét Stine Jensen, Maria Vlaar en (op het laatste moment opgeroepen) Marcel Möring. Hier werd ook weer van alles behandeld. Het verschil tussen man en vrouw bij dit soort particulier ontboezemingen, Scandinavische of universele thema's, fictie of 'waargebeurd', het vrijwel ontbreken van seks, de essays in het laatste deel, stilistische verschillen tussen de delen.
Het aardige is dat Möring zelf (kort) voorkomt in Vrouw, als hij samen met (de toen onbekende) Knausgård optrekt tijdens een literair festival. Hij vertelde er wat over. Zoals het beschreven is, is het ook gegaan. Maar eigenlijk is dat niet interessant. Het is een roman. Daarom is het onbegrijpelijk dat mensen bezwaar maken tegen hun portret. Wat kan het je schelen. Möring vindt de stijl ook niet interessant, al die minutieuze beschrijvingen van de dagelijkse werkelijkheid. Hij heeft deel 1 gelezen, en deel 6, maar daar blijft het bij. Meer fictie in de literatuur, en vooral: minder voetbalboeken!
(Möring wordt op zijn wenken bediend, op 19 februari verschijnt het nieuwe boek van Knausgård, Uit & thuis, over voetbal ;-), vriendschap en andere zaken van levensbelang.)
18 januari 2016
Mijn gesprek met Karl Ove Knausgård
Karl Ove Knausgård was op tournee door Nederland. Praten over muziek met Eric Corton, praten over voetbal met de jongens en meisjes van Hard Gras, praten met Marcel Möring in Donner, Rotterdam, Writers Unlimited/Winternachten met Wim Brands (die was ziek, het werd Stine Jensen) in Den Haag, over Van Gogh en Munch in het Van Gogh Museum, een avond in de Der Aa-kerk in Groningen, een telefonisch interview met De Boekenkrant, en wat al niet.
Ik ging naar het optreden bij Winternachten, in Den Haag. Vooraf was er een signeermogelijkheid. Wat een mensen. Om het in een redelijke tijd weg te werken werd gevraagd het boek gereed te houden, en er zou alleen een handtekening gezet, en niet een persoonlijke boodschap (dat is natuurlijk eigenlijk ook flauwekul: Hoe heet U?), of datering. Ik kwam natuurlijk weer met twee boeken aanzetten: Engelen vallen langzaam, een prachtig boek, minder bekend dan het 6-delige Mijn strijd, en het laatste deel van die reeks: Vrouw, waarin ik nu ruim 300 pagina's onderweg ben, en waar ik tot nu toe zeer van onder de indruk ben. Ik kom daar nog wel een keer op terug.
Een lange rij, maar ik stond betrekkelijk vooraan, op positie 20 of zo, en was redelijk snel aan de beurt. Tijdens het signeren voerden Karl Ove en ik het volgende gesprek:
Ik: Good afternoon. I brought two books. Can you sign them, please?
(Ik leg de van tevoren opengeslagen boeken op tafel. Karl Ove knikt, pakt het bovenste af en signeert. Ik maak twee foto's.
Karl Ove signeert ook het tweede boek, schuift ze in mijn richting en kijkt mij aan.)
Karl Ove: Thank you.
Ik: Thank you.
(Ik pak de twee boeken, en ga op zoek naar de bar, om een koffie te bestellen.)

Tijdens ons gesprek signeert Karl Ove mijn exemplaar van Engelen vallen langzaam. Deel 6 van Mijn strijd, Vrouw ligt ook al klaar.
(Later volgde ik nog het gesprek tussen Knausgård en Stine Jensen, en daarna nog een 'leesclub', met Stine Jensen, Marcel Möring en Maria Vlaar. Ook interessant.)
Ik ging naar het optreden bij Winternachten, in Den Haag. Vooraf was er een signeermogelijkheid. Wat een mensen. Om het in een redelijke tijd weg te werken werd gevraagd het boek gereed te houden, en er zou alleen een handtekening gezet, en niet een persoonlijke boodschap (dat is natuurlijk eigenlijk ook flauwekul: Hoe heet U?), of datering. Ik kwam natuurlijk weer met twee boeken aanzetten: Engelen vallen langzaam, een prachtig boek, minder bekend dan het 6-delige Mijn strijd, en het laatste deel van die reeks: Vrouw, waarin ik nu ruim 300 pagina's onderweg ben, en waar ik tot nu toe zeer van onder de indruk ben. Ik kom daar nog wel een keer op terug.
Een lange rij, maar ik stond betrekkelijk vooraan, op positie 20 of zo, en was redelijk snel aan de beurt. Tijdens het signeren voerden Karl Ove en ik het volgende gesprek:
Ik: Good afternoon. I brought two books. Can you sign them, please?
(Ik leg de van tevoren opengeslagen boeken op tafel. Karl Ove knikt, pakt het bovenste af en signeert. Ik maak twee foto's.
Karl Ove signeert ook het tweede boek, schuift ze in mijn richting en kijkt mij aan.)
Karl Ove: Thank you.
Ik: Thank you.
(Ik pak de twee boeken, en ga op zoek naar de bar, om een koffie te bestellen.)

Tijdens ons gesprek signeert Karl Ove mijn exemplaar van Engelen vallen langzaam. Deel 6 van Mijn strijd, Vrouw ligt ook al klaar.
(Later volgde ik nog het gesprek tussen Knausgård en Stine Jensen, en daarna nog een 'leesclub', met Stine Jensen, Marcel Möring en Maria Vlaar. Ook interessant.)
15 januari 2016
50boeken - vraag 2: Wat vertelt jouw boekenkast over jou?
Ach, ik had eens een heel aardig stukje (vond ik dan hè) geschreven over mijn boekenkasten. Dat stond hier. Die pagina bestaat dus niet meer, opgelost in de digitale ruimte. Jammer. (UPDATE 23-1-2016: De betreffende pagina is geachiveerd op de site van Internet Archive Wayback Machine, hier, en heb ik het naar dit blog overgeheveld, met als datum 26 oktober 2008, hier.) Nou ja, inmiddels zijn we een paar jaar, flink wat boeken en wéér een volle boekenkast verder. Eerst maar een schaamtevol plaatje.

De opzet van deze kast(en) is nog wel in orde. In deze kast Nederlandse bellettrie, alle schrijvers op alfabet, en dan per schrijver op datum van publicatie. Hier loopt het van Arthur van Schendel tot en met Annejet van der Zijl. (De rest A - S in de kasten daarachter, natuurlijk). Maar: de kast is vol. Overvol. Er wordt gestapeld. In de kasten daarachter is het niet veel beter, verklap ik. Ik zie een stapel Knausgård, die hoort in een heel andere kast, met vertaalde literatuur. Ik zie Tune In, die hoort in de kast met o.a. beatleboeken. Maar die kasten zijn ook vol. In de woonkamer staan 6 kasten, boven 4. Op zolder staan dozen. Een 7e kast komt de woonkamer niet meer in, vind ik.
Wat laten de kasten zien?
Ik koop en lees boeken. Ja dat klopt. Betrekkelijk veel, denk ik.
Ik wil ze graag bij mij houden. Soms wil je een passage nog eens naslaan. Wat schreef (ik noem maar wat) Karel van het Reve ook weer over dit of dat. Ik kan het zo opzoeken. Fijn.
Maar ook: Ik kan geen afscheid nemen. Ik heb, denk ik, ooit één boek weggegooid. Dat was De opwindvogelkronieken, van Murakami. Ik vond het na zo'n 30 bladzijden al zó slecht dat ik naar de papierbak bij het winkelcentrum aan het eind van de straat ben gelopen en het daarin heb gegooid. Ik zal het wel niet begrepen hebben. Voor de rest heb ik alles nog. Ik herlees redelijk veel, maar toch: de meeste boeken in mijn kast zal ik niet herlezen, en ook nooit meer inzien. Bijvoorbeeld Messerschmitt, door Henk van Setten.

Ik zie dat ik het heb gekocht op 12 maart 1992, en dat ik het twee dagen later uit had. Geen idee meer waar het over ging. Nooit meer ingezien en ik voorzie dat ik dat ook nooit meer ga doen. Toch zet ik het ook nu weer terug in de kast. Raar eigenlijk.
Nou ja, natuurlijk zie je aan mijn kasten ook mijn voorkeuren. Sommige schrijvers hebben meer dan een plank. Ik heb het even nagemeten met de duimstok: Gerard Reve neemt de meeste plaats in, 107 centimeter. En die herlees ik met regelmaat.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar een overzicht te vinden is van de reacties op deze vragen.

De opzet van deze kast(en) is nog wel in orde. In deze kast Nederlandse bellettrie, alle schrijvers op alfabet, en dan per schrijver op datum van publicatie. Hier loopt het van Arthur van Schendel tot en met Annejet van der Zijl. (De rest A - S in de kasten daarachter, natuurlijk). Maar: de kast is vol. Overvol. Er wordt gestapeld. In de kasten daarachter is het niet veel beter, verklap ik. Ik zie een stapel Knausgård, die hoort in een heel andere kast, met vertaalde literatuur. Ik zie Tune In, die hoort in de kast met o.a. beatleboeken. Maar die kasten zijn ook vol. In de woonkamer staan 6 kasten, boven 4. Op zolder staan dozen. Een 7e kast komt de woonkamer niet meer in, vind ik.
Wat laten de kasten zien?
Ik koop en lees boeken. Ja dat klopt. Betrekkelijk veel, denk ik.
Ik wil ze graag bij mij houden. Soms wil je een passage nog eens naslaan. Wat schreef (ik noem maar wat) Karel van het Reve ook weer over dit of dat. Ik kan het zo opzoeken. Fijn.
Maar ook: Ik kan geen afscheid nemen. Ik heb, denk ik, ooit één boek weggegooid. Dat was De opwindvogelkronieken, van Murakami. Ik vond het na zo'n 30 bladzijden al zó slecht dat ik naar de papierbak bij het winkelcentrum aan het eind van de straat ben gelopen en het daarin heb gegooid. Ik zal het wel niet begrepen hebben. Voor de rest heb ik alles nog. Ik herlees redelijk veel, maar toch: de meeste boeken in mijn kast zal ik niet herlezen, en ook nooit meer inzien. Bijvoorbeeld Messerschmitt, door Henk van Setten.

Ik zie dat ik het heb gekocht op 12 maart 1992, en dat ik het twee dagen later uit had. Geen idee meer waar het over ging. Nooit meer ingezien en ik voorzie dat ik dat ook nooit meer ga doen. Toch zet ik het ook nu weer terug in de kast. Raar eigenlijk.
Nou ja, natuurlijk zie je aan mijn kasten ook mijn voorkeuren. Sommige schrijvers hebben meer dan een plank. Ik heb het even nagemeten met de duimstok: Gerard Reve neemt de meeste plaats in, 107 centimeter. En die herlees ik met regelmaat.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar een overzicht te vinden is van de reacties op deze vragen.
10 januari 2016
Ik kom terug - Ik kan niet meer terug
Het was strak uitverkocht, twee avonden hier ter stede. Ik kom terug, met Adriaan van Dis en Olga Zuiderhoek. Ik was te laat voor een kaartje en liet mij op de wachtlijst zetten voor een eventueel teruggebracht exemplaar. Ik kreeg bericht; er was een kaartje teruggebracht, en ik kon het ophalen.
Eerst las ik nog even snel het boek.

Een goed boek. Een portret, niet alleen van de moeder, met haar verleden en haar eigenaardigheden, maar ook van de zoon met zijn beperkingen. Ik las het in drie avonden uit.

Voorafgaand aan de eigenlijke voorstelling vertelde Van Dis de zaal nog iets over zijn persoonlijke band met Alkmaar en Bergen. In zijn jeugd woonde hij in Bergen aan Zee ('mijn Under Milkwood') en hij komt er nog vaak. Overal liggen de verhalen. Je hoeft maar een steentje op te rapen (vaak zijn dat sinteltjes van de vroegere tramlijn 'Bello' tussen Alkmaar en Bergen) en tegen je oor te houden, en je hoort er een.
Het toneelstuk is bepaald anders dan het boek. Het is meer een voorstelling over Adriaan van Dis en Olga Zuiderhoek, die onderzoeken hoe ze het stuk moeten spelen. Ze spelen stukken tekst, scènes, praten met elkaar, over elkaar en over de moeder. Van Dis is geen acteur, en probeert dat gelukkig ook niet. Hij leest zijn tekst gewoon voor van papier, meest vanachter een tafeltje. De slotscène maakte (zo bleek ook uit reacties na afloop) het meeste indruk: het gevecht tussen moeder een zoon. Moeder en zoon zitten tegen elkaar, raken elkaar dus ook aan. Van Dis leest deze scène in een voice-over. Heel mooi.
Na afloop was er voor een klein aantal mensen nog gelegenheid tot het stellen van een paar vragen. Uw blogger was er bij. Het idee voor een toneelvoorstelling ontstond al vrij snel, tijdens het schrijven van het boek. Toen daartoe besloten was, ging het snel, omdat de theaterprogramma's lang van te voeren bekend moeten zijn. Van Dis ervoer het stuk toen meer als "ik kan niet meer terug." De andere vorm van het stuk (70 % van de toneeltekst staat niet in het boek) is een suggestie geweest van Olga Zuiderhoek, die wel wilde spelen, maar niet echt geïnteresseerd was in na-spelen van het boek, omdat een toneelstuk, net als een film, eigenlijk altijd minder is dan het boek. (Never judge a book by its movie, zei J.W. Eagan). De Indische kist, waar het boek om draait, is in het toneelstuk niet nodig, als metafoor voor het geheime. "Bovendien had Diederik van Vleuten in zijn Indië-voorstelling ook al een kist". Ook kwam men er achter dat het (ik denk door de sterke suggestie die van de tekst uitgaat) helemaal niet nodig is om realistische attributen te gebruiken. En inderdaad, dat was helemaal geen telefoon waarmee van dis telefoneerde vanuit Parijs. En de halfedelsteen van zijn moeder was een lipstick. Enzovoorts. Ik had drie vragen voor van Di. De eerste was al door een ander gesteld. Ik vroeg nog of er ooit een boek over de vader zal komen. Dat zou kunnen, je weet maar nooit. Het zou heel goed kunnen dat op een dag de vader zich weer meldt: (zet Indisch accent op:) Zeg jongen, ik heb nu al veel te lang geen verhaal meer over mij gelezen, hoe zit dat. Zal ik jou eens vertellen, ik heb ik de oorlog helemaal niet in een kamp gezeten, maar ben ontsnapt, naar Australië. Enzovoorts. We wachten maar af. De derde vraag stelde ik niet, de tijd was om.
Bij een literair vragenvuurtje horen ook fris, wijn en een bitterbal. Ik nam er een, Adriaan nam er geen.
Eerst las ik nog even snel het boek.

Een goed boek. Een portret, niet alleen van de moeder, met haar verleden en haar eigenaardigheden, maar ook van de zoon met zijn beperkingen. Ik las het in drie avonden uit.

Voorafgaand aan de eigenlijke voorstelling vertelde Van Dis de zaal nog iets over zijn persoonlijke band met Alkmaar en Bergen. In zijn jeugd woonde hij in Bergen aan Zee ('mijn Under Milkwood') en hij komt er nog vaak. Overal liggen de verhalen. Je hoeft maar een steentje op te rapen (vaak zijn dat sinteltjes van de vroegere tramlijn 'Bello' tussen Alkmaar en Bergen) en tegen je oor te houden, en je hoort er een.
Het toneelstuk is bepaald anders dan het boek. Het is meer een voorstelling over Adriaan van Dis en Olga Zuiderhoek, die onderzoeken hoe ze het stuk moeten spelen. Ze spelen stukken tekst, scènes, praten met elkaar, over elkaar en over de moeder. Van Dis is geen acteur, en probeert dat gelukkig ook niet. Hij leest zijn tekst gewoon voor van papier, meest vanachter een tafeltje. De slotscène maakte (zo bleek ook uit reacties na afloop) het meeste indruk: het gevecht tussen moeder een zoon. Moeder en zoon zitten tegen elkaar, raken elkaar dus ook aan. Van Dis leest deze scène in een voice-over. Heel mooi.
Na afloop was er voor een klein aantal mensen nog gelegenheid tot het stellen van een paar vragen. Uw blogger was er bij. Het idee voor een toneelvoorstelling ontstond al vrij snel, tijdens het schrijven van het boek. Toen daartoe besloten was, ging het snel, omdat de theaterprogramma's lang van te voeren bekend moeten zijn. Van Dis ervoer het stuk toen meer als "ik kan niet meer terug." De andere vorm van het stuk (70 % van de toneeltekst staat niet in het boek) is een suggestie geweest van Olga Zuiderhoek, die wel wilde spelen, maar niet echt geïnteresseerd was in na-spelen van het boek, omdat een toneelstuk, net als een film, eigenlijk altijd minder is dan het boek. (Never judge a book by its movie, zei J.W. Eagan). De Indische kist, waar het boek om draait, is in het toneelstuk niet nodig, als metafoor voor het geheime. "Bovendien had Diederik van Vleuten in zijn Indië-voorstelling ook al een kist". Ook kwam men er achter dat het (ik denk door de sterke suggestie die van de tekst uitgaat) helemaal niet nodig is om realistische attributen te gebruiken. En inderdaad, dat was helemaal geen telefoon waarmee van dis telefoneerde vanuit Parijs. En de halfedelsteen van zijn moeder was een lipstick. Enzovoorts. Ik had drie vragen voor van Di. De eerste was al door een ander gesteld. Ik vroeg nog of er ooit een boek over de vader zal komen. Dat zou kunnen, je weet maar nooit. Het zou heel goed kunnen dat op een dag de vader zich weer meldt: (zet Indisch accent op:) Zeg jongen, ik heb nu al veel te lang geen verhaal meer over mij gelezen, hoe zit dat. Zal ik jou eens vertellen, ik heb ik de oorlog helemaal niet in een kamp gezeten, maar ben ontsnapt, naar Australië. Enzovoorts. We wachten maar af. De derde vraag stelde ik niet, de tijd was om.
Bij een literair vragenvuurtje horen ook fris, wijn en een bitterbal. Ik nam er een, Adriaan nam er geen.
03 januari 2016
50boeken - vraag 1: Wat is je leesvoornemen voor 2016?
Ja, dat is een voor de hand liggende vraag, zo vlak na Nieuwjaar. Oppassen bij de beantwoording, want vraag 52 ligt misschien ook al klaar: Wat is er van terechtgekomen?
Ook dit jaar is er niet veel op tv, dus ik ga gewoon door met lezen. De laatste jaren gaat dat in een tempo van gemiddeld iets meer dan een boek per week. Wellicht zal dat ook in 2016 weer het geval zijn, maar als het er minder zijn, is het ook goed, want...
Mijn voornemen is om dit jaar, naast de 'gewone stapel te lezen boeken die er altijd ligt', en waarvan ik pak en waarop ik nieuw gekochte boeken leg, een paar specifieke boeken die wat meer leesaandacht vragen, te gaan lezen.
Om te beginnen het jaarlijks door mij te lezen deel van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. Inmiddels ben ik bij deel 6 aangeland. Ergens dit voorjaar.
Dan wil ik ook een nieuwe poging ondernemen om Oorlog en vrede van Tolstoj te lezen en dit keer ook uit te lezen. OK, ik heb het al twee keer geprobeerd (1, 2), maar drie keer is scheepsrecht.
In Berlijn kocht ik Berlin Alexanderplatz, van Alfred Döblin. Auf Deutsch. Ga ik lezen. (De tv-serie heb ik drie keer gezien, prachtig.)
Verder wil ik, naar aanleiding van de zeer lovende besprekingen, en van het interview met Imme Dros bij VPROBoeken, de door haar vertaalde Ilias, en als het bevalt ook de Odysseia (nog niet verschenen) van Homeros lezen. Welja.
Pats. Daar staat het, mijn leesvoornemen. Geen idee of het allemaal lukt, zoals wel vaker bij voornemens. U merkt het wel, in de loop van het jaar, of in week 52.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar een overzicht te vinden is van de reacties op deze vragen.
Ook dit jaar is er niet veel op tv, dus ik ga gewoon door met lezen. De laatste jaren gaat dat in een tempo van gemiddeld iets meer dan een boek per week. Wellicht zal dat ook in 2016 weer het geval zijn, maar als het er minder zijn, is het ook goed, want...
Mijn voornemen is om dit jaar, naast de 'gewone stapel te lezen boeken die er altijd ligt', en waarvan ik pak en waarop ik nieuw gekochte boeken leg, een paar specifieke boeken die wat meer leesaandacht vragen, te gaan lezen.
Om te beginnen het jaarlijks door mij te lezen deel van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. Inmiddels ben ik bij deel 6 aangeland. Ergens dit voorjaar.
Dan wil ik ook een nieuwe poging ondernemen om Oorlog en vrede van Tolstoj te lezen en dit keer ook uit te lezen. OK, ik heb het al twee keer geprobeerd (1, 2), maar drie keer is scheepsrecht.
In Berlijn kocht ik Berlin Alexanderplatz, van Alfred Döblin. Auf Deutsch. Ga ik lezen. (De tv-serie heb ik drie keer gezien, prachtig.)
Verder wil ik, naar aanleiding van de zeer lovende besprekingen, en van het interview met Imme Dros bij VPROBoeken, de door haar vertaalde Ilias, en als het bevalt ook de Odysseia (nog niet verschenen) van Homeros lezen. Welja.
Pats. Daar staat het, mijn leesvoornemen. Geen idee of het allemaal lukt, zoals wel vaker bij voornemens. U merkt het wel, in de loop van het jaar, of in week 52.
#50boeken (eigenlijk: #50books) wordt dit jaar gedaan door Hendrik-Jan de Wit. Iedere zondag stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, waar een overzicht te vinden is van de reacties op deze vragen.
Abonneren op:
Posts (Atom)