Ik was eergisteren bij de Voskuilavond, die in
De Rode Hoed in Amsterdam werd gehouden ter gelegenheid van de presentatie van het laatste boek van J.J. Voskuil,
De buurman. Voor de liefhebbers die er niet bij konden zijn geef ik uitgebreid weer wat er 'behandeld is', en illustreer dat met een paar niet-geweldige foto's en wat eigen aanvullingen, zodat je je toch een beeld kunt vormen.
Het was een gevarieerde avond, gepresenteerd door
Hanneke Groenteman, die zo'n tien, vijftien jaar geleden ook een paar uitzendingen van
De Plantage aan Voskuil wijdde. Er was een grote belangstelling, de Rode Hoed was gewoon vol en uitverkocht. Hanneke Groenteman herinnerde aan die eerdere Voskuilbijeenkomsten, vond het weer 'net zo bijzonder', maar gaf aan dat deze avond ook wat weemoedig zou kunnen worden vanwege het niet aanwezig meer zijn van Voskuil.
Het programma bestond uit verschillende bijdragen, de eerste was van Volkskrant-criticus
Arjan Peters. Peters las een een lang fragment voor uit
De buurman, pp. 81 - 83, een werkelijk hilarische ruzie tussen Maarten en Nicolien over wel of niet bij de buren langsgaan. Daarna haalde Peters herinneringen op aan zijn correspondentie (over recensies en afspraken voor vraaggesprekken) en ontmoetingen met Voskuil door de jaren heen. Deze herinneringen van Peters staan in de
Voskuil-Tirade onder de titel
'Dagelijks terugkerende zaken werken troostend, omdat ze namelijk terugkeren' - Enkele herinneringen aan J.J. Voskuil.
Vervolgens werd een scène vertoond uit de eerste uitzending van Voskuil in De Plantage, het interview bij de schrijver thuis. Dit was toch weer interessant om te zien, omdat Voskuil juist in dit stuk precies probeert uit te leggen waarom hij schrijft. Voor
Bij nader inzien (1963) was dat omdat hij zijn vrienden wilde laten zien, wat die vriendschap voor hem betekend heeft.
Het Bureau (1996 - 2000) schreef hij vooral om zichzelf te begrijpen en te leren kennen, om te ontdekken waarom hij handelde op zijn werk, bij Het Bureau, zoals hij handelde. Niet alle collega's vonden de publicatie van
Het Bureau even fijn, volgens Voskuil omdat mensen graag anoniem willen blijven. Het boek is volgens Voskuil zeker niet vanuit een soort rancuneuze grimmigheid geschreven.
Mevrouw (Lousje) Voskuil werd geïnterviewd, over haar leven nu, zonder Han Voskuil. Uitgebreid werd ingegaan op het portret van haar zoals dat in de boeken naar voren komt, een vaak ruziënde, kibbelende echtgenote. Benadrukt werd dat dit een vertekening is, literair noodzakelijk omdat het Voskuil nu juist gaat om de onderlinge verhoudingen en verschillen. Voor het overgrote deel was hun huwelijk harmonieus, betoogde Lousje Voskuil, maar dat is niet zo interessant in een boek. Er werd nog wat gesproken over haar overwegingen en eerdere bezwaren ten aanzien van publicatie van de postume boeken. Verder zijn er nu geen onuitgegeven manuscripten meer in portefeuille. Alleen de dagboeken zijn er nog, daarover heeft Voskuil besloten dat die pas mogen worden uitgegeven 10 jaar na het overlijden van Lousje. Duurt nog even, dus.

Van
Bij nader inzien is door
Frans Weisz in 1990 een mooie televisiefilm in 6 afleveringen gemaakt.
Theo Nijland (die ik de beste (relatief) onbekende Nederlandse componist vind) lichtte toe hoe hij de muziek voor de film gecomponeerd heeft, en speelde op de piano een aantal nummers: filmvignettes, en een paar liedjes uit de film zoals Oudeschans/De ware blondine, Ervaring; liedjes door Voskuil herinnerd uit de tijd waarin het boek speelt, liedjes in het boek en in de film gezongen door David Grobben. Dus (David Grobben =
Enno Endt) soms met een stukje
Gorter er in:
De zon. De wereld is goud en geel
en alle zonnestralen komen heel
de stille lucht door als engelen.
Haar voetjes hangen te bengelen,
meisjesmondjes blazen gouden fluitjes,
gelipte mondjes lachen goudgeluidjes,
lachmuntjes kletterend op dit marmer,
ik zit en warm m'er.
(...)
(uit:
Gorter - Verzen, in het boek
Bij nader inzien gezongen door David en Flap, in de film door David en Hans)
Gerd Busse is de Duitse vertaler van
Het Bureau. In juli 2012 komt deel 1 van
Das Büro uit. Busse vertelde over zijn tocht langs de uitgevershuizen en hoe hij er uiteindelijk toch nog in slaagde het boek geaccepteerd te krijgen voor publicatie. Vertalen was niet bijzonder moeilijk, Voskuil schrijft een vrij direct soort Nederlands, dat zich makkelijk laat omzetten. Ook de Duitsers kennen een bureaucultuur met hebbelijke en onhebbelijke collega's, koffie, vaste gewoonten. Ik ben benieuwd hoe het boek daar gaat lopen. In
Het Bureau komt dialect voor, in sommige gevallen zelfverzonnen. Busse heeft dat in voorkomende gevallen omgezet naar een zelfverzonnen Duits dialect, gebaseerd op het dialect van de omgeving van Cloppenburg. Een fragment van dit Duitse dialect werd door Busse voorgedragen. Het betrof hier de vertaling van het fragment uit deel 1,
Meneer Beerta, p. 588, het bezoek samen met
Hendrik Ansing aan een boer,
Bokkers genaamd, met wie ze over uilen te spreken komen. Een klein stukje stukje van
Das Büro is al voorgepubliceerd in
Tirade 428
Frits Abrahams roemde de onovertroffen dialogen van Voskuil, en betreurde het dat Voskuil voor zijn werk weinig prijzen of waardering van collega's heeft ontvangen, ten onrechte. De erkenning kwam van de lezers en van de critici. De dialogen van Voskuil zijn volgens Abrahams onovertroffen, onder meer omdat het vaak humoristische pareltjes zijn, die in een paar regels bovendien iets laten zien van onderlinge verhoudingen. Als voorbeeld gaf Abrahams een gesprek bij een typische Bureau-bezigheid, het vangen van een hommel, uit deel 3,
Plankton, pp. 184 - 185, en een gesprek van 'ik' met
Jan Breugelman, in
Requiem voor een vriend (2002), pp. 165 - 166, over het sympathieke van saaiheid en over geluk.
Krijn ter Braak (de stem van Maarten Koning in
het hoorspel Het Bureau) las een prachtige monoloog voor, een soort minihoorspel, waarin Maarten een schrijfpoging onderneemt waarbij hij alles wat hij waarneemt probeert vast te leggen. Het is het dagboekfragment van Maarten, uit deel 1,
Meneer Beerta, pp. 501 - 504, gebaseerd op een door Voskuil ooit werkelijk zelf ondernomen soortgelijke schrijfpoging.
Theo Nijland speelde vervolgens het hoofdthema van de film Bij nader inzien, bij een fragment uit de film, dat vertoond werd, waarbij de camera langzaam over de in de schemering zittende vrienden zitten op de kamer van David, genietend van het moment en verzonken in eigen gedachten:
Paul, Rosalie, David, Hans, Henriette en
Maarten. Mooi. De muziek zit in
dit YouTube filmpje en is ook uitgebracht op cd.
Uitgeverij Van Oorschot was aanwezig met een flinke Voskuil-stand, en na afloop heb ik natuurlijk het nieuwe boek van Voskuil (
De buurman) gekocht, en gezellig nagesproken met
@natasjakel, ook bekend van
@HetBureau. Helaas trof ik andere twittervrienden die wellicht zouden komen niet in de drukte. Ook hebben we nog een kort gesprekje gevoerd met mevrouw Voskuil, onder andere over haar gevoelens bij het publiceren van dit boek en vooral
Binnen de huid. Zij werd vergezeld door
Detlev van Heest, die we ook complimenteerden, vooral met
Pleun. Ik toverde nog een
De verzopen katten en de Hollander uit de tas, dat hij vervolgens met plezier signeerde.
Voor mij was het hoogtepunt van de avond: het mini-hoorspel met Krijn ter Braak.
Een 'verdomd mieterse avond'.