Vandaag moest een aantal kleine klusjes in huis toch echt gedaan worden. Een paar sloten vervangen, keukendeurtjes weer rechtzetten, laatje dressoir repareren, dat soort werk. Het is niet moeilijk, maar ik houd er niet van en stel het weken uit. Maar nu moest het dan toch echt.
Mijn vader heeft zijn hele leven met zijn handen gewerkt. Hij was een vakman op zijn gebied, maar kluste daarbuiten ook van alles. En veel ingewikkelder dan wat ik vandaag te doen had. Toen ik op school zat, ging ik in de vakanties wel met hem mee. Ik mocht dan een hamer aangeven of zo. Helaas heb ik toen niet goed opgelet, zodat ik nu niet echt handig ben.
Mijn vader had een maniertje, tijdens het werken of klussen. Als hij bezig was, iets in elkaar zetten of bevestigen, dan floot hij. Maar niet een liedje of melodie, of een bepaalde maat. Gewoon allerlei piepjes na elkaar, met veel valse lucht, in- en uitademend. Zeg maar: a-tonaal fluiten.
Ik had het al eerder gemerkt, en vandaag weer. Ik doe dat ook. E. viel het ook op. Je lijkt op je vader, zei ze, qua a-tonaal fluiten.
Ik beschouw het als een compliment.
13 oktober 2017
11 oktober 2017
De oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis

Ik las afgelopen maanden de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis. Zij is bekend als de echtgenote van Gerard Reve, maar ook als dichteres met een bescheiden oeuvre. ik vind haar gedichten bijzonder mooi.
En nu die dagboeken. In juni las ik het eerste deel en in september-oktober het tweede. Dikke pillen, ruim 900 en ruim 1000 bladzijden. Nop Maas heeft uit Michaelis' dagboeken de periode van de oorlog gelicht. In het dagboek is dat van 19 Mei 1940 tot Februari '45. Maas vult het aan met twee hoofdstukken met biografische schetsen: Wat vooraf ging en Wat volgde, en een aantal Bijlagen met (meest) brieven.
Ik vond de boeken hoogst interessant, omdat ze een zeer gedetailleerd beeld geven van het leven van een Joodse vrouw in de oorlog, in de onderduik. Anders dan Anne Frank verblijft Hanny Michaelis op meerdere adressen, en is ze iets vrijer in haar bewegingen. Af en toe gaat ze naar buiten, om een stuk te wandelen in de polder. Vanuit Leiden gaat ze zelfs een keer naar Den Haag. Ik wist niet dat dat ook een mogelijkheid was. Voor enkelen.
Het eerste deel beslaat voornamelijk de schoolperiode op het Vossius-Gymnasium. Het zijn vooral in het begin aantekeningen van een bakvis, veel over vriendschappen, verliefdheden (op klasgenoot Eldert en de leraar Nederlands Binnendijk), en problemen met de ouders. Eerlijk gezegd zijn de eerste 200 bladzijden daardoor wel wat herhalend. Elke dag school, Eldert, Binnendijk, de ouders. De oorlog lijkt zich voornamelijk op de achtergrond af te spelen. Dat is opmerkelijk, want regelmatig is er luchtalarm, zijn er beschietingen, het nabijgelegen Schiphol wordt gebombardeerd. Dát vind ik juist de interessante passages. De oorlog, hoe ga je daar mee om. Het lijkt in 1940-41 allemaal nog een beetje bijzaak. Het begin van de Jodenvervolging, de dood en begrafenis van WA-man Koot, de daarop volgende razzia's en Februaristaking, voorlopig is dat alles nog ver weg, in de binnenstad. Na een aantal maanden worden vooral de beschrijvingen van de omgeving mooier. Hanny Michaelis ontwikkelt zich als schrijver en tekent met steeds zekerder pen de luchten, het weer, het landschap, het 'Bos' (altijd met aanhalingstekens), de Amstel, vaak zoals gezien vanuit de woning aan de Rivierenlaan (nu: President Kennedylaan) in Amsterdam. Hanny slaagt voor haar examen, maar mag, omdat ze Joods is, niet gaan studeren of werken bij een niet-Jood. Vanaf oktober 1941 wordt de dreiging voelbaarder in het dagboek. Het wordt grimmiger, en het dagboek daardoor ook. Bedrijven worden onteigend, en er zijn geruchten dat alle Joden zullen worden doodgeschoten, of gedeporteerd naar Polen. Hanny Michaelis gelooft het (nog) niet. Het eerste deel eindigt met weemoedige aantekeningen over de laatste dagen bij haar ouders, op 2 januari 1942 zal ze uit huis gaan om (dat mocht nog wel) te gaan werken in een Joods gezin (bij Jeanne van Schaik-Willink), als dienstmeisje.
In het tweede deel is Hanny uit huis, ze werkt als dienstmeisje bij de familie Van Schaik. Goed wordt beschreven de moeite die ze heeft, als gymnasiummeisje, om het huishouden te runnen. Dat zal de verdere oorlog zo blijven, ook in de onderduik. Haar positie als dienstmeisje in een culturele omgeving, waar kunstenaars over de vloer kwamen, maar zij vaak een ondergeschikte positie moest aanhouden. De spanningen die daaruit voortvloeien worden erg goed beschreven. Opmerkelijk vind ik de opmerking op 29 juni 1942, waarin gezegd wordt: "alle Joden worden naar Polen getransporteerd om in fabrieken te werken of te worden vergast". Tamelijk vroeg in de oorlog, deze notitie, nog voordat de Jodentransporten vanuit Nederland op gang kwamen. Op 30 juni: "Ik geloof, dat het feit, dat de mensen ondanks alle ellende (en dit geldt vooral voor de Joden) nog steeds onwillekeurig met opgeruimde gezichten lopen, minder aan veerkracht te wijten is, dan aan een steeds afgestompter berusten in een toestand, die hoe langer hoe beklemmender wordt, een deemoedige dankbaarheid voor de laatste restjes menselijke vrijheid die dit regime ons nog laat." Een veelzeggende observatie.
Op 23 juli 1942 ontvangt Hanny de oproep om zich te melden in de Hollandsche Schouwburg. Volgt een uitvoerige, mij ontroerende beschrijving van de gang van zaken. Het in veiligheid brengen van dierbare spullen, haar dagboeken, vóór de inventarisatie, het afscheid van de ouders en van de familie van Schaik. Ze duikt onder.
Hanny Michaelis verblijft gedurende de rest van de oorlog op een aantal adressen, het langst bij de families Van Melle (familie van de snoepfabrikant, toen uit Breskens) in Hoofddorp en bij de familie Merkelijn in Leiden. Ze doet het huishouden, heeft haar plaats binnen het gezin, maar hoort er toch niet echt bij. Het is een wereld waar zij buiten staat.
De indringendste aantekening in het dagboek maakt Hanny op 16 maart 1943, over haar ouders, die niet zijn ondergedoken en nog in Amsterdam zitten. Ze schrijft: "Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb het gevoel dat er iets mis gaat thuis. Redenen heb ik niet, want vrijdag heb ik nog een brief gehad en verder is er niets verontrustends gebeurd."
Tien dagen later, op 26 maart, ontvangt Hanny een uit Kamp Westerbork gegooid en verder gesmokkeld briefje van haar ouders. Zij zijn op die 16de maart van huis gehaald en richting Westerbork getransporteerd. Hanny zal zich de rest van de oorlog blijven afvragen hoe het haar ouders vergaat, of ze het uithouden, nog leven, of ze hen zal weerzien. Ze vreest het ergste. Jaren later, in 1948, ontvangt ze een bericht van het Nederlandsche Roode Kruis waarin staat dat haar ouders volgens getuigenverklaringen op of omstreeks diezelfde 26e maart 1943 in Sobibor 'aan de gevolgen van vergassing' zijn overleden.
De boeken heb ik gedoseerd gelezen, elke dag een serie dagboekdagen. Dat geeft de goede cadans. Een mooi monument voor Hanny Michaelis. Ik hoop dat iemand haar biografie zal schrijven. Misschien toch weer Nop Maas, die dit dagboek voorbeeldig bezorgde en al eerder Michaelis' jeugdherinneringen noteerde in Verst verleden (momenteel niet leverbaar).
03 oktober 2017
Ingenieurs van de ziel

Dit voorjaar bezochten we Moskou, en gingen onder andere langs bij het Paustovski-museum. Ik heb Paustovski vorig jaar ontdekt en vind hem een geweldige schrijver. Het museumpje is klein, Paustovski-vertaler Wim Hartog vertelde mij: 'je bent er niet veel tijd aan kwijt, als je toch in de buurt bent'. Ik schreef er een stukje over in De Leunstoel. Ik kreeg daar wat aardige reacties op, o.a. van iemand, die mij aanried Ingenieurs van de ziel van Frank Westerman te lezen. Ik kocht het en las het een maand of wat geleden, toevallig (?) parallel met Verhaal van een leven 1. De beste boekentip in tijden!
Frank Westerman vertelt in Ingenieurs van de ziel het verhaal over schrijven en schrijvers in de Sovjet-Unie, in dienst van de socialistische heilstaat.
Ingenieurs van de ziel, zo noemde Stalin schrijvers, die de taak hadden de successen van de Sovjet-Unie te bezingen. Het socialistisch realisme, dat leverde romans op over de staalfabriek, de graanoogsten in Oekraïne, grote waterbouwwerken, zoals de verbinding tussen de Oostzee en de Witte Zee enzovoorts. Het bekendst hier is Maxim Gorki (die in Moskou in een prachtig Jugendstil-huis mocht wonen, ook daar gingen we tijdens ons bezoek aan Moskou een middagje kijken). Westermans verhaal gaat over die schrijvers, en over die projecten, in het bijzonder over Konstantin Paustovski en Kara Bogaz.
Kijk eens op de kaart of op een satellietfoto van de Kaspische Zee. Aan de oostzijde is een uitstulping zichtbaar, de Baai van Kara Bogaz. Tegenwoordig ligt het in Turkmenistan. Aan het einde van de vorige eeuw was op Russische kaarten de baai niet meer weergegeven. Westerman vertelt waarom, en wat Paustovski er mee te maken had.

Die baai is een soort overloop waarin het water vanuit de Kaspische Zee een paar meter naar beneden wegstort. Vanwege de hitte verdampt het water snel, zodat het niveau ongeveer gelijk blijft. Het water is zout, maar niet alleen door (zoals bij ons) NaCl (zeezout, keukenzout) maar ook door Na2SO4.10H2O, beter bekend als glauberzout. Dat slaat ook neer, en is een gewilde delfstof. De sovjets planden ter plekke een compleet industriecomplex voor de winning en verwerking. Maar er was daar niks, vooral geen drinkwater. Geen nood, sovjet-ingenieurs ontwierpen een plan waarbij een aantal rivieren van stroomrichting werd veranderd, richting het Zuiden. Tientallen jaren is men er mee bezig geweest. Ook werd de complete baai in 1980 afgedamd, waardoor hij verdampte. Gedurende een aantal jaren kwam de baai daardoor niet meer op de kaart voor. Helaas had men niet alles voorzien. Het drooggevallen zout werd door stormen verspreid over de nabijgelegen landbouwgronden die daardoor onbruikbaar werden. De zoutindustrie is nooit echt van de grond gekomen. En de Sovjet-Unie stortte ook nog eens in.
Paustovski schreef over die plannen al in 1932 een boek, De baai van Kara-Bogaz (in 1935 vertaald door Karel van het Reve en zijn vader Gerard Vanter, later opnieuw vertaald door Wim Hartog). Frank Westerman vertelt boeiend over de spagaat waarin de sovjet-schrijvers zich bevonden. De werkelijkheid of de werkelijkheid van de socialistische heilstaat? Paustovski, die nooit in Kara Bogaz was, maar een voorschot op het resultaat nam en de onderneming zoals van hem werd verwacht als een (in werkelijkheid nooit gerealiseerd) heroïsch huzarenstuk omschreef, lardeerde het gewenste juichverhaal met weemoedige stukken over de verdwijnende woestijnnatuur. En hij schreef een filmscenario: Kara Bogaz, voor een film die nooit in de bioscopen zou komen.
Over die film vertelt Westerman een verrassende anekdote, over misleiding van Stalin, en waarom die film moest verdwijnen. Frank Westerman vindt de film terug in een Russisch archief, en mag hem na een moeizaam verkregen toestemming bekijken.
Paustovski wist na de oorlog langzamerhand de status van gevierd en daardoor redelijk onaantastbaar schrijver te bereiken. Hij werd (niet onbelangrijk) medeondertekenaar van een aantal protestpetities tegen de behandeling van een aantal dissidente schrijvers, en om meer vrijheid, aan Leonid Brezjnev.
De film Kara Bogaz komt niet voor in de zes gepubliceerde delen van Verhaal van een leven. In Goudzand komt de totstandkoming van het filmscript voor, Paustovski wil er op een gegeven moment eigenlijk niets meer mee te maken hebben. Kara Bogaz behoort waarschijnlijk tot de episodes uit zijn leven waarvan hij hoopte dat als er maar niet over gesproken werd, het misschien vanzelf zou verdwijnen.
Frank Westerman vertelt ook over zijn reizen naar het Noorden, waar ooit het Belomor-kanaal, die verbinding tussen de Oostzee en de Witte Zee tot stand gebracht werd, en naar Turkmenistan, zijn tocht naar Kara Bogaz, en beschrijft wat er van die projecten terechtgekomen of overgebleven is.
Samengevat: 300 uiterst boeiende bladzijden, door mij met veel plezier gelezen.
P.S.: Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie liet de Turkmeense regering in 1992 de afsluiting van de baai weer doorsteken. De Baai van Kara Bogaz staat weer op de kaart.
28 september 2017
Hemels
Op weg naar werk en weer naar huis staat Radio 4 aan. Ik ben helemaal niet een klassiekemuziekman, ik heb er geen verstand van, maar het is fijn om naar te luisteren. 's middags is daar dan Hans Haffmans, en die weet er ook nog eens (vind ik) boeiend over te vertellen. Hij kondigt ook concerten aan, deze week hoorde ik dat het Nederlands Kamerkoor in Alkmaar in de Grote Sint Laurenskerk Vespers van Rachmaninov zou komen zingen. Ik hoorde een stukje en dacht: daar wil ik naartoe. Er waren nog kaartjes. Sterker nog, ik zat pontificaal vooraan, kennelijk had iemand een kaartje geretourneerd. Nu zou ik het een en ander over Vespers van Rachmaninov kunnen opschrijven, maar ik weet er niets vanaf. Desgewenst kijkt U zelf even op Wikipedia. We kregen een tekst om mee te lezen, maar ik had de leesbril niet bij me. Ik hoefde dus alleen maar te luisteren. Wat was dat mooi. 30, 35 man sterk, een uur lang a capella koormuziek. De stemmen, de melodieën. Links de sopranen en bassen, rechts de alten en tenoren. Wat klonk dat mooi. Meer weet ik er niet over te zeggen. Hemels. De komende dagen nog in Den Haag, Heerenveen, Utrecht, Amsterdam, Leeuwarden, Zwolle, Vlissingen. Doe uzelf een plezier en ga luisteren.
23 september 2017
Bedankt voor de schryfmachine
Gisteren was ik weer eens in het Nationaal Archief in Den Haag. Ik ben momenteel met name geïnteresseerd in naturalisatiedossiers van de familie Raphalowiz. Ik ga dat hier niet uit de doeken doen, maar het is een tamelijk ingewikkelde zoekprocedure, vooral als de naturalisatie uiteindelijk niet is doorgegaan.
Die dossiers zitten verborgen in het archief met Verbalen van het Ministerie van Justitie. Dat zijn flinke pakken papier, ordegrootte: 10 cm papier per dag. Daarin zit van alles: gratieverzoeken van gedetineerden, de benoeming van een onbezoldigd veldwachter, een eervol ontslag van deze of gene, de aanstelling van een districtshoofd van het Roode Kruis, naturalisatieverzoeken en -dossiers, enzovoorts. Alles wat de aandacht, paraaf of handtekening van de minister behoefde. Als je niet oppast blijf je lezen. Ik geef één voorbeeldje dat ik wel aardig vond. In 1935 was de toekenning van kantoormaterialen kennelijk nog zodanig dat de levering van een schrijfmachine (waarover kennelijk ook al eerder gecorrespondeerd werd) al aanleiding was voor een Officier van Justitie om Zyne Excellentie den Minister van Justitie daarvoor persoonlijk, schriftelijk te bedanken.
Die dossiers zitten verborgen in het archief met Verbalen van het Ministerie van Justitie. Dat zijn flinke pakken papier, ordegrootte: 10 cm papier per dag. Daarin zit van alles: gratieverzoeken van gedetineerden, de benoeming van een onbezoldigd veldwachter, een eervol ontslag van deze of gene, de aanstelling van een districtshoofd van het Roode Kruis, naturalisatieverzoeken en -dossiers, enzovoorts. Alles wat de aandacht, paraaf of handtekening van de minister behoefde. Als je niet oppast blijf je lezen. Ik geef één voorbeeldje dat ik wel aardig vond. In 1935 was de toekenning van kantoormaterialen kennelijk nog zodanig dat de levering van een schrijfmachine (waarover kennelijk ook al eerder gecorrespondeerd werd) al aanleiding was voor een Officier van Justitie om Zyne Excellentie den Minister van Justitie daarvoor persoonlijk, schriftelijk te bedanken.
20 september 2017
Voor Sjaak

Een collega van mij heeft een fijn beatleboekje. Beatles Compleet, met 'Teksten en muziek van alle 184 Beatles-songs'. U ziet dat het goed gebruikt wordt. Je kunt er, zo begrijp ik, fijn de liedjes op gitaar uit leren spelen.
Toen ik het zag, knaagde er iets. 184? Iedereen weet toch dat The Beatles tussen 1962 en 1970 wel 217 nummers uitbrachten? Af en toe hebben we het er over, 184, hoe kan dat?
In deze doos zitten ze allemaal:

Zeg maar: de canon.
Na 1970 is er nog meer uitgebracht: live-opnamen, onuitgebrachte takes en nummers, remixen, radio-optredens, mashup versies en zelfs 2 'nieuwe' nummers. En dan de oude Hamburg-nummers op Polydor en een paar nummers van de Decca-auditie. Maar die tellen natuurlijk allemaal niet mee. We hebben het over EMI-Parlophone, 1962 tot 1970.
Op de cd's in die doos (voor de hipsters is er ook zo'n doos met lp's) staan in totaal 219 Beatlenummers. Daar begint het al mee. 219? Maar op Yellow Submarine met muziek uit de gelijknamige film staan All You Need Is Love en Yellow Submarine, die ook al op eerdere lp's waren uitgebracht. Die zijn dus dubbel, waarmee we weer op 217 verschillende nummers staan, zoals we geleerd hebben.
Op de eerste platen, tot en met Help! staan ook nummers die niet door The Beatles zijn geschreven. Koffers. Ik tel er 24. Dat zal het zijn dacht ik eerst. Blijven over: 193. Twee nummers werden ook in een Duitse versie uitgebracht: Sie liebt dich en Komm' gib mir deine Hand. Zelfde muziek, andere tekst. Die staan niet in dat boekje, denk ik zo maar. 191. Verder: Love Me Do, Get Back en Let It Be zijn in verschillende versies op single en op lp uitgebracht. En Across The Universe is er ook in twee versies, ooit op een liefdadigheids-lp en op Let It Be. Revolution (single) en Revolution 1 (White Album) zijn ook twee verschillende versies van hetzelfde nummer. Dat maakt 186. Revolution 9 is geen echte song, maar meer een collage van geluidsfragmenten, een sound collage. Geen melodie of zang. 185.
Ik mis er dan nog eentje, en dat is Flying, van de lp Magical Mystery Tour. Een instrumentaal nummer, en dus geen Beatles song, maar een Beatles tune. Maakt 184. Leuk boekje Sjaak, met inderdaad 'teksten en muziek van alle 184 Beatles-songs'.
18 september 2017
De nieuwe Ringo

Wat verwacht ik als toegewijd Beatlesfan in 2017 van de negentiende Ringo Starr-'solo-lp'? (Grappig dat we het, bijna vijftig jaar na het uiteenvallen van The Beatles, nog steeds hebben over een Lennon-, McCartney-, Harrison- of Starr-SOLO-lp, alsof het een tijdelijk uitje betreft.)
Ik verwacht: geen verrassingen, geen spectaculaire muzikale ontwikkelingen (hoeft niet meer, dat deed Starr met zijn vroegere bandje vijftig jaar geleden al). Maar wel: een lekker Ringo-plaatje met popnummers, goed gespeeld (wat wil je: Paul McCartney, Joe Walsh, Jeff Lynne, Peter Frampton, Van Dyke Parks, Steve Lukather, ze doen allemaal weer mee op een of meer nummers) met Ringo's vertrouwde zang. Geen nachtegaaltje, een vertrouwde, huiselijke kwaliteit zal ik maar zeggen. Ringo. Ik vind hem, met zijn 77 jaar, prima klinken. Verder: de man kan natuurlijk veel beter drummen dan men je soms wil doen geloven: zet Ringo achter een drumstel en je weet: Ringo is cool, the super dude of backbeat. Op deze plaat staan een paar country-achtige nummers, vooral die vind ik leuk. Een countryplaat zou hem prima afgaan (hij maakte er ooit al een: Beaucoups of Blues, beter dan we toen dachten). Ringo gaat zijn autobiografie niet schrijven, maar maakt er de laatste jaren een gewoonte van, een autobiografisch nummer op de plaat te zetten. Rory and The Hurricanes, Ringo's band vóór The Beatles, komen dit keer voorbij in Electricity. De plaat bevalt me tot nu toe prima, ook de 4 'remakes' van Back Off Boogaloo, Don't Pass Me By, You Can't Fight Lightning en Photograph. Leuk hoor. Ik zet hem nog eens op.
Abonneren op:
Posts (Atom)