
Ik las afgelopen maanden de oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis. Zij is bekend als de echtgenote van Gerard Reve, maar ook als dichteres met een bescheiden oeuvre. ik vind haar gedichten bijzonder mooi.
En nu die dagboeken. In juni las ik het eerste deel en in september-oktober het tweede. Dikke pillen, ruim 900 en ruim 1000 bladzijden. Nop Maas heeft uit Michaelis' dagboeken de periode van de oorlog gelicht. In het dagboek is dat van 19 Mei 1940 tot Februari '45. Maas vult het aan met twee hoofdstukken met biografische schetsen: Wat vooraf ging en Wat volgde, en een aantal Bijlagen met (meest) brieven.
Ik vond de boeken hoogst interessant, omdat ze een zeer gedetailleerd beeld geven van het leven van een Joodse vrouw in de oorlog, in de onderduik. Anders dan Anne Frank verblijft Hanny Michaelis op meerdere adressen, en is ze iets vrijer in haar bewegingen. Af en toe gaat ze naar buiten, om een stuk te wandelen in de polder. Vanuit Leiden gaat ze zelfs een keer naar Den Haag. Ik wist niet dat dat ook een mogelijkheid was. Voor enkelen.
Het eerste deel beslaat voornamelijk de schoolperiode op het Vossius-Gymnasium. Het zijn vooral in het begin aantekeningen van een bakvis, veel over vriendschappen, verliefdheden (op klasgenoot Eldert en de leraar Nederlands Binnendijk), en problemen met de ouders. Eerlijk gezegd zijn de eerste 200 bladzijden daardoor wel wat herhalend. Elke dag school, Eldert, Binnendijk, de ouders. De oorlog lijkt zich voornamelijk op de achtergrond af te spelen. Dat is opmerkelijk, want regelmatig is er luchtalarm, zijn er beschietingen, het nabijgelegen Schiphol wordt gebombardeerd. Dát vind ik juist de interessante passages. De oorlog, hoe ga je daar mee om. Het lijkt in 1940-41 allemaal nog een beetje bijzaak. Het begin van de Jodenvervolging, de dood en begrafenis van WA-man Koot, de daarop volgende razzia's en Februaristaking, voorlopig is dat alles nog ver weg, in de binnenstad. Na een aantal maanden worden vooral de beschrijvingen van de omgeving mooier. Hanny Michaelis ontwikkelt zich als schrijver en tekent met steeds zekerder pen de luchten, het weer, het landschap, het 'Bos' (altijd met aanhalingstekens), de Amstel, vaak zoals gezien vanuit de woning aan de Rivierenlaan (nu: President Kennedylaan) in Amsterdam. Hanny slaagt voor haar examen, maar mag, omdat ze Joods is, niet gaan studeren of werken bij een niet-Jood. Vanaf oktober 1941 wordt de dreiging voelbaarder in het dagboek. Het wordt grimmiger, en het dagboek daardoor ook. Bedrijven worden onteigend, en er zijn geruchten dat alle Joden zullen worden doodgeschoten, of gedeporteerd naar Polen. Hanny Michaelis gelooft het (nog) niet. Het eerste deel eindigt met weemoedige aantekeningen over de laatste dagen bij haar ouders, op 2 januari 1942 zal ze uit huis gaan om (dat mocht nog wel) te gaan werken in een Joods gezin (bij Jeanne van Schaik-Willink), als dienstmeisje.
In het tweede deel is Hanny uit huis, ze werkt als dienstmeisje bij de familie Van Schaik. Goed wordt beschreven de moeite die ze heeft, als gymnasiummeisje, om het huishouden te runnen. Dat zal de verdere oorlog zo blijven, ook in de onderduik. Haar positie als dienstmeisje in een culturele omgeving, waar kunstenaars over de vloer kwamen, maar zij vaak een ondergeschikte positie moest aanhouden. De spanningen die daaruit voortvloeien worden erg goed beschreven. Opmerkelijk vind ik de opmerking op 29 juni 1942, waarin gezegd wordt: "alle Joden worden naar Polen getransporteerd om in fabrieken te werken of te worden vergast". Tamelijk vroeg in de oorlog, deze notitie, nog voordat de Jodentransporten vanuit Nederland op gang kwamen. Op 30 juni: "Ik geloof, dat het feit, dat de mensen ondanks alle ellende (en dit geldt vooral voor de Joden) nog steeds onwillekeurig met opgeruimde gezichten lopen, minder aan veerkracht te wijten is, dan aan een steeds afgestompter berusten in een toestand, die hoe langer hoe beklemmender wordt, een deemoedige dankbaarheid voor de laatste restjes menselijke vrijheid die dit regime ons nog laat." Een veelzeggende observatie.
Op 23 juli 1942 ontvangt Hanny de oproep om zich te melden in de Hollandsche Schouwburg. Volgt een uitvoerige, mij ontroerende beschrijving van de gang van zaken. Het in veiligheid brengen van dierbare spullen, haar dagboeken, vóór de inventarisatie, het afscheid van de ouders en van de familie van Schaik. Ze duikt onder.
Hanny Michaelis verblijft gedurende de rest van de oorlog op een aantal adressen, het langst bij de families Van Melle (familie van de snoepfabrikant, toen uit Breskens) in Hoofddorp en bij de familie Merkelijn in Leiden. Ze doet het huishouden, heeft haar plaats binnen het gezin, maar hoort er toch niet echt bij. Het is een wereld waar zij buiten staat.
De indringendste aantekening in het dagboek maakt Hanny op 16 maart 1943, over haar ouders, die niet zijn ondergedoken en nog in Amsterdam zitten. Ze schrijft: "Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb het gevoel dat er iets mis gaat thuis. Redenen heb ik niet, want vrijdag heb ik nog een brief gehad en verder is er niets verontrustends gebeurd."
Tien dagen later, op 26 maart, ontvangt Hanny een uit Kamp Westerbork gegooid en verder gesmokkeld briefje van haar ouders. Zij zijn op die 16de maart van huis gehaald en richting Westerbork getransporteerd. Hanny zal zich de rest van de oorlog blijven afvragen hoe het haar ouders vergaat, of ze het uithouden, nog leven, of ze hen zal weerzien. Ze vreest het ergste. Jaren later, in 1948, ontvangt ze een bericht van het Nederlandsche Roode Kruis waarin staat dat haar ouders volgens getuigenverklaringen op of omstreeks diezelfde 26e maart 1943 in Sobibor 'aan de gevolgen van vergassing' zijn overleden.
De boeken heb ik gedoseerd gelezen, elke dag een serie dagboekdagen. Dat geeft de goede cadans. Een mooi monument voor Hanny Michaelis. Ik hoop dat iemand haar biografie zal schrijven. Misschien toch weer Nop Maas, die dit dagboek voorbeeldig bezorgde en al eerder Michaelis' jeugdherinneringen noteerde in Verst verleden (momenteel niet leverbaar).





