Het ging om te beginnen over de allerlaatste zin van het laatste deel de reeks: Daarna nemen we de trein naar Malmö, stappen in de auto en rijden naar huis, naar ons huis, en die hele rit zal ik genieten, echt genieten, van het idee dat ik geen schrijver meer ben. Knausgård vertelt dat deze laatste zin al vaststond, lang voor hij werd opgeschreven. Inmiddels blijkt de soep niet zo heet gegeten, want Knausgård schrijft inmiddels verder. Maar anders. De vergelijking wordt gemaakt met David Bowie, die op 3 juli 1973 na afloop van een concert Ziggy Stardust dood verklaarde en zei dat hij nooit meer zou optreden. (Tja, dat is wel een dingetje dezer dagen, dat overal David Bowie bij gesleept wordt. Maar de bedoeling is duidelijk.) Knausgård wil een andere kant op gaan met de schrijverij, minder biografisch, en daardoor minder 'automatisch' schrijven. (Een opmerkelijk besluit, op blz. 281 van Vrouw (zelf ben ik nu op blz. 355) hield hij nog een pleidooi juist vóór dat nauwgezet en daardoor op den duur automatisch weergeven van de werkelijkheid als noodzakelijk, om te leren 'niet na te denken'. Verder denk ik dat juist het wél nadenken (over de kritiek bij een gevolgde cursus creatief schrijven) een van de oorzaken kan zijn geweest van het writer's block, dat hij vóór Mijn strijd had. Benieuwd hoe dat verder gaat.) Na dat writer's block besloot Knausgård: overboord met de fictie, ik schrijf de werkelijkheid. Ook al is deze onplezierig voor sommigen (die in het boek figureren). De boeken gaan over schaamte, het is een zelfonderzoek. Misschien is het luid en duidelijk doorbreken van die Scandinavische schaamte ook weer Scandinavisch. Als voorbeeld werden genoemd de film Festen en De schreeuw van Edvard Munch. In ieder geval gaf de publicatie veel gedoe, in Noorwegen.
Over schaamte: er werd een serie foto's vertoond, uit het privéleven van Knausgård. De school waar hij lesgaf, zijn eerste vrouw, zijn huidige vrouw, het dorp waar hij opgroeide, enzovoorts. Knausgård mompelde er ongemakkelijk wat verlegen commentaar bij.
Het laatste deel van Mijn strijd gaat o.m. over zijn vrouw. Over haar schrijven is een zeer intieme aangelegenheid. Hier moet de schaamte zeker opzij gezet worden. Zij is bi-polair en heeft soms een zware depressie. Dit is het leven, zo moet het beschreven worden. Dit deel moest daardoor wel twee keer over, omdat het eerst teveel uit het hoofd kwam, en niet uit het hart.
Knausgård las twee fragmenten voor, in het Noors.

Mooi om te horen, maar gelukkig werd er gezorgd voor vertalingen in het Nederlands en Engels. Knausgårds echtgenote is ook schrijver, hoe is dat allemaal te combineren met het opvoeden van jonge kinderen? Er wordt geschreven van 5 tot half 8, daarna gezamenlijk ontbeten, en als de kinderen naar school zijn wordt er weer geschreven, van 8 uur 30 tot 3 uur 's middags. Opmerkelijk was dat hij veel kritiek kreeg toen hij schreef over zijn niet altijd positieve gedachten bij het grootbrengen van zijn kinderen. Volgens hem hebben veel mensen zulke gedachten. Knausgård doet veel met de kinderen, en beschouwt zich als een goede vader.
Dit laatste deel (Vrouw) is anders dan de andere, essayistischer. Zo staat er een groot stuk in over Hitler (nog niet gelezen). De fascinatie is de esthetiek van het kwaad, de collapse van beschaving en structuur.
Er waren nog wat vragen uit het publiek, onder andere wat hij vond van zijn eerdere boek Engelen vallen langzaam. Dat is heel anders, fictie, een vreemde plaats en tijd. Misschien zijn dierbaarste boek. (Ik vond het ook heel bijzonder, Bijbelse verhalen, het verdwijnen van de goddelijkheid uit het leven, in een Scandinavië-achtige setting. Maar veel meer dan dat nog en ook: spannend. Tipper.)
En toen was er ook nog eens een 'leesclub', zonder Knausgård, mét Stine Jensen, Maria Vlaar en (op het laatste moment opgeroepen) Marcel Möring. Hier werd ook weer van alles behandeld. Het verschil tussen man en vrouw bij dit soort particulier ontboezemingen, Scandinavische of universele thema's, fictie of 'waargebeurd', het vrijwel ontbreken van seks, de essays in het laatste deel, stilistische verschillen tussen de delen.
Het aardige is dat Möring zelf (kort) voorkomt in Vrouw, als hij samen met (de toen onbekende) Knausgård optrekt tijdens een literair festival. Hij vertelde er wat over. Zoals het beschreven is, is het ook gegaan. Maar eigenlijk is dat niet interessant. Het is een roman. Daarom is het onbegrijpelijk dat mensen bezwaar maken tegen hun portret. Wat kan het je schelen. Möring vindt de stijl ook niet interessant, al die minutieuze beschrijvingen van de dagelijkse werkelijkheid. Hij heeft deel 1 gelezen, en deel 6, maar daar blijft het bij. Meer fictie in de literatuur, en vooral: minder voetbalboeken!
(Möring wordt op zijn wenken bediend, op 19 februari verschijnt het nieuwe boek van Knausgård, Uit & thuis, over voetbal ;-), vriendschap en andere zaken van levensbelang.)








