
Ik kocht dit boekje na afloop van Guus Luijters' lezing over In memoriam. Het gedicht is een dialoog tussen de dichter en Sientje Abram, een kind dat in de oorlog vermoord is door de Duitsers, en van wie (behalve wat overheidsadministratie) niets meer overgebleven is. Geen foto, geen spulletjes, geen herinnering, niets. Guus Luijters geeft in dit gedicht Sientje Abram een leven, door haar te laten spreken over wat zij meemaakt als meisje in die 'gruwelijke Rapenburgerstraat' (Jaap Meijer).
Die kinderbelevenissen kwamen als hamerslagen op mij af.
Geen tijd te verliezen
de stad wordt leeggehaald
de mensen gaan op reis en
komen niet meer terug de trein
op het Centraal Station
zit iedere avond vol
en vertrekt precies op tijd
Dat laatste zinnetje, daar zit heel veel in.
Sientje besluit:
Wij zijn vertrokken en komen
niet terug mijn vader en mijn moeder
mijn broers en duizend anderen
in een trein geladen zijn wij
afgevoerd ik heb niet gezwaaid
ik heb niet omgekeken
in ben gegaan en kom niet terug
De dichter besluit het gedicht indrukwekkend met 10 bladzijden namen, van de 331 kinderen uit de Rapenburgerstraat die allemaal vermoord zijn:
Reiziger doet Birkenau
waar hij in de wind die over
de bevroren vlakte jaagt
de namen van de doden hoort
de namen van de kinderen
uit de Rapenburgerstraat die
net als Sientje zijn vermoord
Abraham Ensel Salomon
Ensel Grietje Frank Klara Frank
Keetje Frank Saartje Frank Saartje
Meijer Benjamin Simons
[...]
Louise Redisch Ida Olman
Abraham Roeper Sientje de
Jong Alida Krant Joseph
Appelboom Barend Kroonenberg
Aaltje Moscoviter Elizabeth
Moscoviter Sientje Haringman
allemaal vermoord



