11 juni 2011

Ik begrijp heel goed waarom er flink op cultuur bezuinigd wordt

Kijk, als je een opleiding Marketing gedaan hebt, vervolgens een snelle baan hebt gehad bij een projectmanagementbureau, als je raakvlak met cultuur bestaat uit het luisteren naar Metallica cd's (goeie band, overigens), en het lezen van Dan Brown boeken (ok, lekker op vakantie) en that's it, als er in je huidige werkkamer een schilderij hangt waarvan je de maker niet kent, als je niet naar het theater gaat, of naar klassieke concerten, als je geen poëzie leest of belangstelling hebt voor, of kennis hebt van het belang van, muziek-, dans- of schilderopleidingen, niet alleen voor professionals maar ook voor amateurs, als je nooit eens een museum, festival of schouwburg bezoekt uit persoonlijke liefhebberij of interesse (maar alleen omdat je een jou onbekende onderscheiding moet uitreiken aan iemand van wie je nog nooit gehoord hebt), als je kortom eigenlijk geen idee hebt wat cultuur inhoudt of kan betekenen voor een individu, voor een samenleving, op nationaal en op lokaal niveau, maar als je wél een rekenapparaatje kunt bedienen en sommen kunt maken die uitkomen op 200 miljoen, dan ben je geknipt voor de functie van Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In Nederland dan, hè.

09 juni 2011

3 jaar

Als ik dit schrijf is het 9 juni, kwart over twaalf 's nachts. Ik zit nog even alleen in de woonkamer. Vandaag 3 jaar geleden, op ongeveer dit tijdstip, overleed mijn vader. Ik was er niet bij, want ik was net een klein uur eerder naar huis gegaan, na drie dagen geen slaap te hebben gehad. Geen idee dat het stond te gebeuren, die nacht al. Net toen ik thuis was, ging de telefoon. Enfin. Ik heb het al eerder gezegd, en vandaag zeg ik het weer:

Ik mis mijn vader. Ik mis zijn verhalen, zijn hand en arm, zijn raad en daad. Ik mis zijn vragen en antwoorden. Ik mis zijn liefde, aandacht en betrokkenheid. Ik mis zijn stem, zijn lach, de twinkel in zijn ogen.

En toch is hij er, op een of andere manier.

Niets gaat verloren. Wat er niet meer is,
wat men niet in zijn hand kan sluiten en meedragen,
komt terug als het zelf wil, neemt wat men nu bezit.

(Frida Vogels)


En nu, nu neem ik nog een glas, op het leven van mijn vader.

05 juni 2011

Moeten wij van elkaar houden?



Een van de dingen die ik zal missen, als mijn abonnement op NRC Handelsblad eind deze maand afloopt, is de column van Bas Heijne. Goed geschreven stukken, vaak overtuigend, over de stand van zaken in Nederland en in de wereld. Onlangs verscheen dit essay, over het populisme, i.c. de moeizame verhouding tussen individu en samenleving. Naar mijn smaak is het een coherenter boek dan Onredelijkheid uit 2007. Heijne geeft in de opvolgende hoofdstukken heldere voorbeelden over wat Nederland nu tot Nederland maakt, of Amerika tot Amerika. welke emotie daar recentelijk is bijgekomen (de angst om dit alles kwijt te raken), de verhouding tussen globaliseren en lokalisering, en hoe twee hoofdhoudingen ten opzichte van de Verlichting op elkaar botsen. Enerzijds het humanistische denken dat gelooft in abstracte zaken als gelijkheid, tolerantie, zachtmoedigheid, rechtvaardigheid. Anderzijds het populisme dat de nadruk legt op 'het belang van de gemeenschap, de geschiedenis, en onvervreemdbare culturele of religieuze eigenheid'. Het humanistische denken geeft tot nu toe alleen abstracte antwoorden op concrete misstanden. Het is daardoor steeds minder aantrekkelijk voor 'the man in the street'. Het populisme lijkt de concrete antwoorden wel te kunnen geven, en beroept zich opmerkelijk genoeg deels op dezelfde Verlichtingsidealen als vrijheid en gelijkheid, maar dan alleen op de manier zoals zij het zelf willen. In Nederland, en ook in Amerika. Helaas geeft ook Bas Heijne uiteindelijk geen concrete antwoorden hoe uit deze spagaat te komen. De hierboven genoemde abstracte begrippen "moeten concreet gestalte krijgen."

Hm, dat is nog tamelijk abstract. Ik hoopte dat een BOEK een concretere aanwijzing dan dit zou bevatten. Weet dan echt niemand hoe wel?

Een bloemetje voor mijn vader en moeder

Brieven aan Esther



Een brievenboek(je) van Arnon Grunberg. Dat klonk interessant. Het boekje bevat brieven die Grunberg ca 20 jaar geleden schreef aan een kennis, Esther (Krops). Het gaat voornamelijk over Grunbergs opvattingen over kunst. Omdat deze kennelijk niet overeenkomen met die van Esther, ontstaat een (eenzijdig zichtbare, de brieven van Esther zijn niet bewaard gebleven) ideeënstrijd. De toon van Grunberg wordt in de 83 bladzijden die het boekje telt steeds neerbuigender en onaangenamer, zodat het toch nog een opgave was dit dunne boekje uit te lezen.
Maar: op een bijgevoegd los vel is een bijna onvindbaar gedicht van Grunberg herdrukt: De dood zal mijn moeder zijn. Dat vond ik wel bijzonder.

02 juni 2011

Sabberita



Een klein AFTh-boekje, destijds (1998) exclusief verkrijgbaar bij Athenaeum Boekhandel. Het is 'een miniatuuruitgave van een roman die binnen enkele jaren (...) zal verschijnen'.
Dat is dan in 2003 De Movo Tapes geweest, waar ik inderdaad elementen van herkende. De naam Sabberita komt meermalen voor bij AFTh, o.a. in het speciale Optima-nummer uit 2001, en in Gentse lente uit 2008. Een fragment is hergebruikt in Tonio, en was misschien ooit voorbestemd voor het wel aangekondigde deel 5 (werktitel Verliefd tegen) van De Tandeloze Tijd.
Alleen voor verzamelaars, zou ik zeggen.

Tonio



Het boek van AFTh over en voor zijn verongelukte zoon. Het is dat ik ook moet slapen, werken, eten, gezellig doen en nog zo een paar andere dingen, maar dit boek was voor mij bijna niet neerlegbaar. Ik heb er goed over nagedacht wat het nu precies was, waarom ik dit boek wilde lezen. Ongezonde belangstelling voor andermans leed is het niet. AFTh lees ik al sinds 1980 of zo, ik beschouw hem als iemand die mij af en toe een verhaal komt vertellen. Dat doet hij nu ook. Het is zijn meest persoonlijke verhaal. Ik lees ook daarom meer dan ooit aandachtig, in dit boek vertelt hij heel direct over zichzelf. Wat een gruwelijk verhaal. Ik zei dat ik dit boek wilde lezen, maar ik deinsde er ook voor terug. Het is min of meer live geschreven, gedurende de eerste uren, dagen, weken, maanden na het ongeluk waarbij AFTh's zoon om het leven kwam. Verteld wordt over het bericht aan de deur door de politie, de uren in het ziekenhuis, het sterven en de begrafenis. Maar vooral ook over het leven van Tonio, de herinneringen, de verwachtingen die nu nooit meer werkelijkheid zullen worden, de onbeantwoorde vragen over de laatste dagen en uren, en het zelfverwijt, het peilloze verdriet. Gelukkig voor mij niet herkenbaar, maar wel: zo goed voorstelbaar. Is het literatuur? Ik vind van wel, maar ach, is dat dan belangrijk? Natuurlijk bevat het boek allerlei elementen, die bij een 'gewone' roman door AFTh breder of vollediger zouden zijn uitgewerkt. Nu niet, het boek kon eenvoudig niet mooier gemaakt dan deze rauwe werkelijkheid.
Ik ben over dit boek nog niet uitgedacht, het houdt mij ook vandaag nog de hele dag bezig. Ik denk dat dit misschien wel het indringendste boek is dat ik ooit (in ieder geval: in tijden) las.

Naschrift: In het Letterkundig Museum is nu een kleine expo rondom Tonio. In drie vitrines liggen onder meer een brief, een opstel, een tekening, twee fototoestellen, een aantekeningenschrift van Van der Heijden, een vel typoscript, een vel drukproef en het gerede boek Tonio. En een foto van de grafsteen.