
Inmiddels zijn we dus aangeland bij alweer het vierde deel van de dagboeken van J.J. Voskuil. Dit keer zo'n 800 bladzijden, ik heb het weer ademloos gelezen. Ik geloof dat ik het al eerder zei: ik meen ooit ergens gelezen of gehoord te hebben dat Voskuil Het Bureau destijds schreef aan de hand van zijn herinneringen. Misschien bedoelde (of zei) hij dat Het Bureau ZIJN gezichtspunt verwoordde (niet een 'objectieve', voor iedereen geldige waarheid). In ieder geval blijkt, ook in dit deel weer, dat voor Het Bureau gebruik is gemaakt van Voskuils dagboeken. Veel passages zijn letterlijk overgenomen. In dit dagboek komen dus weer veel bekende gebeurtenissen voor, die ik al eerder las in Plankton of Het A.P. Beerta-Instituut. Maar het dagboek is meer dan Het Bureau, en daardoor ook (vind ik) ontluisterender. De ruzies met L. zijn veelvuldig en bepaald geen kibbelarijtjes, zoals ze misschien in Het Bureau nog leken. En Het Bureau lijkt achteraf komischer dan de bezoeking die het voor Voskuil geweest blijkt te zijn, volgens deze dagboeken. Het dagboek is voor Voskuil steeds een noodzakelijk middel om zichzelf te begrijpen. Hij heeft het moeilijk met ongeveer iedereen: L., zijn familie, zijn (oude) vrienden, zijn collega's. In dit deel overlijdt zijn vader en krijgt Meertens een beroerte. Anderzijds is L. ook in dit deel weer zijn houvast in het leven, zijn geweten. Mooi en soms onbegrijpelijk.
Het schokkende dieptepunt is een serieuze overweging van Voskuil om een eind aan zijn leven te maken. Op werkelijk het allerlaatste moment heeft hij daarvan afgezien. Gelukkig maar. Nu wordt het vrij sec, emotieloos beschreven in het dagboek. Maar toch.
Het lezen van deze reeks is voor mij, Voskuil-liefhebber, een tamelijk uitgebreid leesproject. Om te beginnen lees ik op de juiste plekken ook de uit deze reeks weggelaten vakantiedagboeken, die eerder gepubliceerd zijn. Bij dit deel dus de vakanties in 1975 en 1976, opgenomen in Buiten schot. Verder is ook dit deel weer ruim voorzien van voetnoten, en verwijzingen naar Plankton of Het A.P. Beerta-Instituut, naar De moeder van Nicolien en Onder andere. Die passages lees ik er ook naast. Ten slotte zijn er de ontmoetingen met Frida Vogels, zij beschrijft die vaak ook in haar Dagboek 1974-1976. Ook maar weer ter hand genomen. Zo komt de avond wel om, zal ik maar zeggen. Op fijne manier, wat mij betreft.
Het volgende (vijfde) deel van de dagboekreeks, De bodem van het bestaan, staat vooralsnog gepland voor januari 2025. De titel belooft weinig goeds ...
(Ondertussen andere dingen lezen, in september verschijnt (eindelijk) een nieuw boek van Frida Vogels, In den vreemde. U begrijpt dat ik er naar uitzie.)