23 april 2023

Ik las: J.J.Voskuil - Capitulatie



Dit is het tweede deel van de 7-delige reeks dagboeken van J.J. Voskuil. In tegenstelling tot het eerste deel is dit deel wel compleet, doordat de door Lousje Voskuil gemaakte coupures geheel konden worden hersteld. Capitulatie bestrijkt de jaren 1955 - 1965. Voor de Bureau-lezer: net iets ruimer dan Meneer Beerta. Beide boeken eindigen met de pensionering, van Meertens en van Beerta dus. 

Maarten Koning (pardon: Han Voskuil) neemt ontslag bij de kweekschool in Groningen en keert terug naar Amsterdam. Hij treedt in 1957 in dienst van de Bureaus voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde, 'het Bureau'. Geweldig zijn de beschrijvingen van het kantoorleven en de collega's, vooral die van kamergenoot Meertens, natuurlijk al min of meer de protagonist van het eerste deel van Het Bureau, Meneer Beerta. 

De verhalen corresponderen soms letterlijk met die uit Het Bureau, soms niet. Wel altijd qua sfeer. Over een reisje met Meertens naar Antwerpen, om over de atlas te spreken: 'De charlatannerie is weerzinwekkend'.

Toch is dit boek meer dan een parallel universum van Meneer Beerta. Voskuil schrijft en publiceert Bij nader inzien, en werkt aan zijn tweede boek, Binnen de huid. De vrienden uit de studententijd zijn (behalve Frida Vogels en Lou van Oyen) uit beeld geraakt, nieuwe dienen zich aan. Kees Vogels, Bert Weijde, Henk Meijer en Geert van Oorschot. Samen met zijn broers, zijn vader en Nicolien worden ze van tijd tot tijd langs de meetlat gelegd, maar ook zichzelf neemt Voskuil regelmatig de maat.  

1 augustus 1965: Een van de sleutels tot Binnen de huid is het gevoel op de tweede plaats te staan dat typerend is. Ik heb dat altijd gehad. Op de eerste plaats staan de ideaalbeelden van de mensen van wie ik houd.

Ik denk dat dit geldt voor al zijn boeken, het recept voor teleurstelling.

Een enkele keer lijkt het alsof Voskuil al weet dat hij later Het Bureau zal schrijven.
17 augustus 1965. Een verhaal over het Bureau, gezien als een gesticht of een gevangenis, maar zo overtuigend dat de lezer ziet dat er geen verschil is. 
Voskuil zou op 7 september 1990 met dat boek beginnen, daarover zullen we in laatste te verschijnen dagboekdeel (Het zwijgen, 1987 - 2006) wel kunnen lezen.

In oktober verschijnt overigens het derde deel, Martelaarschap.

(Verder las ik, op de juiste dagboekdata, parallel de aantekeningen mee van de wandelvakanties in 1957, 1958, 1962, 1963 en 1964, zoals gepubliceerd in Terloops.)