De afgelopen twee weken waren we weer in Zweden. Voornamelijk in Gotenburg, waar onze zoon woont, en in Stockholm. En in de rond Gotenburg liggende natuur. Ik vind het een schitterend land. Jaren geleden waren we er voor het eerst, kamperen met de kinderen toen nog.

Ik weet het, de indruk tijdens een vakantie is vaak positief, maar ik weet nog dat ik toen dacht: In dit land zou ik wel kunnen wonen. Bij andere vakantiebestemmingen (Frankrijk, Engeland, Duitsland, Italië, enz.) had ik dat in veel mindere mate. Ik denk het eigenlijk nog steeds. Maar we hebben net een nieuw huis gekocht in Alkmaar. En hier wonen ook kinderen. Wetten en praktische bezwaren dus.

We zijn er daarna nog meer geweest, en sinds 2018 woont en werkt onze zoon er en zijn we niet echt toeristen meer, maar inmiddels meer: bezoekers. Gotenburg is een fijne stad, doet mij een beetje aan Rotterdam denken. Actief, haven, grootte. En ze hebben er trams.

Wat mij in Zweden bevalt (ik weet, het is een inkijkje van buitenaf, maar toch, ik ben er vaker geweest) zijn de vriendelijke, wat gereserveerde mensen. Anders dan de Nederlander, luidruchtig en alles zeker wetend. Het verkeer is veel minder opgefokt. Ook in de drukkere winkelstraten: geen lege bekers en patatzakjes. En vooral: de natuur.

Voor volgend jaar staat 'met potlood' in de agenda: een vakantie naar Noord-Zweden, Noorwegen en Finland. De Noordkaap. Jag ser fram emot det!