24 maart 2016

Dag, Cappuccino



Het zat er natuurlijk al maanden aan te komen. Zoon H. gaat voor zijn studie 6 maanden stage lopen in Japan, bij een elektronicareus. Een geweldige ervaring. Maar, 6 maanden is wel lang. E. en ik brachten hem weg, samen met zijn vriendin.
- Dat vind ik fijn, dan staat M. daar na het vertrek niet alleen, had hij gezegd.

Om half negen stonden we in Delft. Laatste spullen in de koffer. Ticket, paspoort, visum in de tas. We rijden in 2 auto's naar Schiphol. Parkeren in P1. Door een passage en het station naar de vertrekhal. Daar treffen we de oudste dochter. Surprise! Nou ja, voor hem dan. Wij wisten het wel. We kijken op het vertrekbord voor tijd, balie en gate. De boarding pass wordt geprint.

We staan wat onhandig bij elkaar, in de drukte. Zoon geeft zijn vriendin een cadeautje. Dan zijn er tranen, bij beiden. Ik voel ook water in mijn ogen en kijk met de kaken op elkaar nadrukkelijk naar een Coca-Cola reclame. Of wat het dan ook was, ik zie het niet eens. Er worden armen om elkaar heen geslagen, er wordt gezoend.
- Dag, Cappuccino, zegt hij tegen mij. Om redenen die we beiden niet eens meer weten noemt hij mij Cappuccino. Ik drink dat nooit. Twee wat onhandige zoenen.
- Dag, veel succes en plezier! Heb je mijn nummer? weet ik half grappend uit te brengen. Hij sluit aan in de rij. Geeft zijn bagage af en verdwijnt naar achter, linksaf uit het gezicht. Nog een keer zwaaien.

We hebben besloten dat we het vliegtuig willen zien vertrekken en gaan wat drinken. Koffie dan maar. Er worden nog wat app-jes gewisseld. M. belt nog even. Dochter vertrekt, ze moet werken. Dan gaan we naar het Panoramadek. Daar staat het vliegtuig. Ik bedoel, van daaruit kunnen we het goed zien. Op het dek staan verder nog wat vliegtuigspotters te kijken naar een Finnair-toestel. Het zal wel. God, wat duurt het lang, en wat is het koud. Van alles wordt er nog ingeladen. Klaar! Dan rijdt alles weg en wordt het vliegtuig naar achteren getaxied. Langzaam rijdt het toestel van de gate weg, naar het begin van de startbaan in de verte, maakt een draai en houdt stil. Het is zover, de aanloop begint. Van links naar rechts versnellend schiet het toestel in de verte naar voren, tot het ineens los is en omhoog klimt. Hoger en hoger en verder, tot het, bijna niet meer zichtbaar, in de wolken verdwijnt. E. en M. huilen zachtjes. Ik tuur in de verte, naar het verdwenen vliegtuig, en voel tranen.
- Kom, we gaan wat warms drinken, zeg ik. We lopen het restaurant in. Wat we willen drinken?
- Een warme chocolademelk. Een warme chocolademelk. Een dubbele espresso. En drie appelpunten.