04 juni 2015

Ik herlas Het Bureau 3 - Plankton



Dit is misschien, samen met Meneer Beerta, het beste deel van de het Bureau-serie. Plankton is het grote vadercomplex-boek van Voskuil. Maarten worstelt in dit boek met zijn vader, en met de 'vaders' van de volkskunde: Beerta, Pieters en Horvatic. Aan het eind van het boek is zijn vader overleden, Beerta getroffen door een beroerte, lijkt het meningsverschil met Pieters onoverbrugbaar en is Horvatic' rol uitgespeeld.

Deze schurende relaties worden door het hele boek heen breed uitgemeten, geweldig om te lezen, en ook hoe details uit de eerdere delen hier hun gevolgen, uitwerking krijgen. Prachtig. Het laat zien hoe Maarten zijn werkend leven ervaart. Misschien wel als verschrikkelijk, uitzichtloos. Maar het moet geleefd worden. Aan het eind, als de vaderstrijd is gestreden, besluit het boek weer met zo'n prachtige, poëtische, weemoedige gelukspassage, waar Voskuil het patent op had.

Ook de collega's worden weer fraai geportretteerd: de afstandelijke, niet-geïnteresseerde Balk, de luie Muller, de strikte, principiële Asjes, de meisjes. Toch is Voskuil vooral ook eerlijk over zijn eigen tekortkomingen, onzekerheden en onhandigheden. En dan is er ook nog de heel speciale Nicolien.

Een paar klassieke Voskuilcitaten uit dit boek:

Een gesprek met Bart:
Ik vind niet dat je herkenbaar over iemand schrijven kunt.'
'Waarom niet?' - hij keek van zijn werk op in de richting van de plaats waar Bart zat. 'Zolang het geen roddel wordt, heb ik er geen bezwaar tegen.'
'Ik ben wel eens bang dat jij later zo over ons gaat schrijven. Dat zou ik heel akelig vinden.'
'Daar hoef je niet bang voor te zijn. Daar zijn jullie te onbelangrijk voor.' Hij hervatte zijn werk.
'En toch ben ik er bang voor. Juist omdat je er geen bezwaar tegen hebt.'


Uit een gesprek met Frans:
'Je moet het Bureau gewoon als een inrichting zien. Als je dat doet, dan wordt de rest vanzelf weer normaal.'

Na bespreking van een stuk werk met Sien:
Onderweg naar huis vroeg hij zich af hoe hij het in godsnaam had moeten aanpakken. Hij had haar om uitleg moeten vragen, haar zelf haar eigen denkfouten laten ontdekken. Maar hoe? Ik ben geen man voor mensen, dacht hij. Ik ben een man voor in een mangat, alleen, met een mitrailleur.

Na een mislukte toespraak tot Balk, die vijftig werd en door Maarten een Abraham overhandigd kreeg:
Hij deed een stap naar voren en gaf Balk de doos. In de kamer was het doodstil, een gegeneerde stilte. Balk nam de doos aan.
'Dank je,' zei hij, waarna een schuchter applaus opklonk. Op dat ogenblik had Maarten met genoegen een kogel door zijn kop kunnen jagen om verlost te zijn van de schaamte die hij nog weken met zich mee zou dragen en die hem elke keer dat hij aan deze toespraak terugdacht deed kreunen van ellende.


Ook uit: het eerste deel van Voskuils vakantiedagboeken. Terloops, Voettochten 1957 - 1973.



Eerst weer wat anders, daarna deel 4: Het A.P. Beerta-Instituut.