15 juli 2013

Dagboek 1974 - 1976



Schrijven over jezelf, zei ik, betekent alles wat niet deugt kapot maken, maar je moet wel iets dat ongeschonden blijft overhouden. (p. 182)

Het 10e deel alweer, en het blijft goed, erg goed. Wilt U een makkelijk weglezend boek? Dan is dit niet voor U. Dit is weerbarstig, onbuigzaam proza. Ik word gedwongen langzaam, aandachtig te lezen. De ingrediƫnten zijn inmiddels bekend, maar vervelen nog steeds niet. Het huwelijk, de schoonmoeder, de vriendschappen, de broer, ze zijn er weer. En vooral de verhouding die Frida daarmee heeft. Die is altijd moeilijk, nooit makkelijk en vanzelfsprekend. Het huwelijk met E. blijft moeizaam, de verhouding met de schoonmoeder is eigenlijk onmogelijk, de vriendschap met Han en Lousje heeft een flinke kras opgelopen, met de broer gaat het juist wel weer redelijk. Frida spaart zichzelf niet, maar in dit deel is er meer dan voorgaand ook sprake van opkomen voor de eigen ongemakkelijk- en eigenaardigheden, zo van: dit hoort bij mij. Zie het citaat hierboven.
Goed, nu weer 8 tot 12 maanden wachten, op deel 11.

Noot voor de uitgever: Helaas wordt dit boek ontsierd door een aantal niet-kloppende verwijzingen naar de Aantekeningen achterin, en door een paar zetfouten. Jammer.